Zeilverhalen door de ogen van een raar  mannetje.


Ezeltje strekje  en het krabbend anker

Wist je , Adhemar, dat Constantinopel voor de Turken gevallen is in 1453, 500 jaar voor je geboortejaar?

Nee, Ria, zei ik , dat wist ik niet. Ik weet nog wel dat mijn geboortejaar hard gevierd is in Zeeland destijds .

Allez, Adhemar, serieus nu. In Griekenland, in de Peloponnesos, staat een schitterende getuigenis van die byzantijnse periode, Mistras, aan de voet van het Taygetos gebergte. The Death City ,  volgens mijn reisgids echt de moeite waard. Willen we eens een weekje ginder met de auto verlof nemen?

Byzantijnse periode , zei ik, nooit van gehoord. Is dat zoiets als uw maandelijkse periode? Maar Griekenland zie ik wel zitten, daar heb ik de beste herinneringen aan.

Ik zakte wat onderuit in mijn leren fauteuil, stak mijn armen onder mijn achterhoofd en mijmerde zachtjes weg: Ah, Griekenland, de sirtaki, de souvlaki, de mastodontenhotels met zicht op zee, de ganse dag aan de rand van het zwembad vanonder mijn zonnebril gluren naar die heerlijke poepjes in bikini die voorbij flaneren, reikhalzend uitkijken naar het hoogtepunt van de dag: onder begeleiding van die Neckermann-monitrice met haar strakke T-shirt en short oefeningen doen in het zwembad. En strek die armen, en hop met de beentjes. En los met het bekken, handen in de zij en bekken naar voor en bekken naar achter. Mijnheer hier vooraan met de roze zwembroek, het mag wat minder! Zo n oefeningen moet je Adhemar niet leren.

Gaan we dan gelijk door naar Korinthe, zijn kanaal en het oude forum waar St Paulus nog heeft gepredikt? En naar Mycene met de leeuwenpoort van Agamemnon? Oh ik word er al helemaal opgewonden van, de plaatjes die vroeger in de geschiedenisboekjes stonden, nu in het echt te mogen zien . Ria maakte ter plaatse een rondedansje.

Ik zou Adhemar niet geweest zijn mocht ik op dat moment geen wild hebben geroken. Ik weet niet op wat voor school jij geweest bent, schat, maar bij ons in de klas heb ik daar niets van gezien. Maar van opwinding gesproken …” en ik rechtte me al wat uit mijn luie zetel.

Willen we dan aansluitend een weekje zeilen in Kalamata zei Ria en ze gaf me een luide smakkerd op mijn al kalend hoofd.

Ik ga alleen mee , schat, als je niet in je byzantijnse periode zit !

 

En gezien hebben we het allemaal: de kloof van Korinthe, ja een smalle kloof met vanonder water met een boot in. Ja, en de leeuwenpoort van Agamemnon. De leeuwenpoort, dat is gemakkelijk gezegd en geschreven. Er staan zelfs geen koppen op. Voor hetzelfde geld kun je spreken van een konijnenpoort. Een zeur die zou zeggen dat de staarten dan niet kloppen. De konijnenpoort van Agamemnon , klinkt al heel wat minder. En dan die natuurwandeling in de vallei van de Lousios, waar Zeus volgens de overlevering zijn bad ging pakken en waar als aan de wand gekleefd 2 kloosters boven de afgrond plakken. Ja, ik ken leuker plekken om een bad te pakken. En dan het hoogtepunt van de reis: de dode stad Mistras, zo dood als een pier als je het mij vraagt, allemaal ruines en afgebleekte fresco s en nog 10 euro entreegeld betaald ook.

Zo komt het dat we een weekje later aan de babbel zijn met de eigenaar van de Feeling 39, een aftands model. Het mocht weer niets kosten en Ria had nog gezegd dat het om het zeilen ging. De geur van diesel en toiletbuizen kwam ons al tegemoet toen hij het luik opende.

Kalamata , zei hij, ligt hier en hij wees , terwijl hij een kaart van 1892  of van een eerdere byzantijnse periode uitvouwde, met zijn dikke harige wijsvinger op een plek noord van een grote baai: Kolpos Messiniakos. Een grote baai open naar het zuiden. Luister goed, blijf aan de westkant van de baai, zit je altijd aan hoger wal. De wind, ik zeg je, waait altijd ZW overdag en NW s avonds en s nachts. Nooit NO!. Kijk in mijn ogen! Nooit NO!"

Ik hield van die man, hij zag er niet uit maar ik hield van die man, grote zweetkringen onder beide oksels, een natte groeiende zweetplek op zijn prominente buik, een man en zijn boot. Hoe is het mogelijk dat een boot op zijn eigenaar gaat lijken en omgekeerd.

Ik hield van die man, de wiskundige zekerheid over de wind dat was praat naar mijn oren. Adhemar is ook niet flexibel, 1 plus 1 is 2, simple comme bonjour.

Kijk in mijn ogen, nooit uit het NO! Ik keek in zijn kleine varkensoogjes en zag als in een vertraagde film zijn mond bewegingen maken zonder klank, ik volgde hoe op zijn voorhoofd een dikke zweetdruppel ontstond, via zijn wenkbrauw links over zijn slaap naar beneden liep, rakelings langs zijn mondhoek naar zijn kin waar ie bleef hangen. Valt hij of valt hij niet? Hij valt, de eerste druppel valt op zijn vette navel, de tweede op de grond voor zijn voeten. Dat water konden we straks wel gebruiken om zijn vuile vloer te dweilen.

We hadden nog een weddingschap afgesloten, Ria en ik, bij het telefonisch contact de dag voorafgaand. Hoe zou hij eruit zien? Wat vertelt zijn stem ons? Ik heb zonder twijfel verloren, ik had gegokt op een blonde vijftiger, nerveus, audi-cabriotype, brilletje van 1000 euro , gedilateerde anus.  Wat die laatste eigenschap betreft ben ik nog niet zo zeker van mijn verlies.

Bij het uitvaren riep hij ons nog na: beware of the horses of Poseidon!! harde wind uit het NW s nachts. You will meet them, soon. very soon en hij grijnsde. Toen verdween hij of hij smolt gewoon weg, ik laat het in het midden.

Ach , zuchtte Ria, bekijk het op een andere manier. We gaan een hele week zeilen in de Kolpos Messiniakos. Je weet toch wat dat betekent kolpos . Kolpos in het grieks is vagina. We gaan een hele week in de vagina zitten van Messinia .

Komt er dan nog een vriendin over? , vroeg ik.

 

We bereiken om 19:00 Koroni, een grote baai open naar NO, goed beschut voor de heersende winden uit Z en NW. De marina is niet echt uitnodigend, achter de breakwater kruipen is onmogelijk wegens de diepte van 1 à 2 meter en de haven ligt vol met moorings en grote rotsblokken. Het gaat een constante worden deze week, ondiepe havens met veel litter en vissersbootjes die op hun strepen staan. Er zal moeten opgelet worden deze week. Hier heerst nog geen zeilcultuur, we zitten in het hart van Griekenland waar de Grieken hun verlof doorbrengen. Geen buitenlanders, eigen volk eerst. Een lijn naar de wal op de rand van de pier wordt met argwaan bekeken, er moet een licht op die landvast en ze vinden het vervelend dat ze nu rond de boot moeten ipv onmiddellijk aan het havenhoofd in te draaien. Welkom, jawel!

We ankeren in 7 meter diep water, goed beschut, plaats genoeg om rond te zwaaien, Ria schrijft nog in het logboek: goed anker, 21:00 slapen. Tussen 19:30 en 20:00 wordt het hier gitzwart donker, morgen moeten we vroeger een haven aanlopen, de duisternis valt massief en onmiddellijk. Als de Grieken al eens ergens op een rots een lichtje zetten dan vergeten ze wellicht er een lamp in te draaien.

Het belooft een ruwe nacht worden , zei Ria, de wind is geruimd naar het NO, jawel NO en we liggen wijdopen. Veel gestamp en gerol te verwachten.

Zeg mij wat , zei ik, en ik kroop al op het bed, het klonk mij als muziek in de oren.

En dan gebeurt het wonder, ook op huurboten. Geluiden worden herkenbaar, gekraak en gegrom van de ketting, gefluit in het  want, het worden onze geluiden, regelmatig periodisch rustig. De hazenslaapjes worden wat langer, het worden slaapjes als een kat met de oren teleskopisch naar alle kanten. Lichamen en boot worden 1 geheel, stampen en rollen, de neus lift zich zachtjes op en hoorbaar schuift een golf eronder door om met gebruis en geklots de spiegel te verlaten. Alles in harmonie, we slapen.

Plots een hapering, de kadans is anders, ruwer, heftiger, de geluiden klinken anders, het zijn onze geluiden niet meer, er is iets veranderd, de wind huilt door het want, teveel gebruis aan de spiegel. Het gaat voelbaar mis, eruit, eruit , naar boven. Ik schuif het luik open en ter plekke is het of een koude vuist mijn hart omklemt, de havenmuur puntig en stenig staat dicht op de spiegel, we liggen in de branding van de ondieptes, de neus slaat nerveus op en neer, grote witte golven rollen de baai binnen en slaan op de neus te pletter.

Weg , roept Ria, het anker krabt, we moeten hier weg!

In haar pyjama stort Ria zich op het anker en ik start de motor. Vol gas vooruit. Tergend traag verheft de Feeling zich en baant zich een weg naar open water. 50 PK Volvo zogezegd volgens onze zweter, maar ik denk dat  hij wat PK s naar huis had meegenomen want het schiet niet op. Wat zijn die paarden van Poseidon sterk . Dan zie ik Ria, verlicht door de strakke sterrenhemel en de lichten op de rede van Koroni in haar pyjama op haar blote voetjes vooraan op het dek staan, moederziel alleen de ketting proberen binnenhalen.  De ketting moet daarbij wat geholpen worden naar de bak toe, met haar blote handjes leidt ze die naar diep in de bak. Het deksel van die ankerbak valt tot tweemaal toe op haar hoofd, te weinig tijd om het goed te bevestigen aan de reling, golf op golf spat over de preekstoel en over haar rug. Ik kan niet gaan helpen, ik worstel met het stuurwiel om ons uit de klauwen van de branding los te rukken. Ocharme, ocharme.

En plots lukt het, we kruipen vooruit, de branding mindert, de golven komen weer regelmatiger, geen brekers meer, we overlopen de alternatieven. Een andere plek gaan opzoeken is onmogelijk in deze gitzwarte nacht, terug naar Kalamata wordt aan deze snelheid een tocht van 6 uur. Geen optie.  Een nieuw anker dan maar in dieper water en meer ketting en het lukt.

Een ankerwacht met droge kleren en het wordt zowaar gezellig.

Spijtig dat je je wet T-shirt hebt gewisseld , zei Adhemar.

Kom, mallerd, het is 23:00 uur, dit anker houdt als een huis, we gaan slapen. Bovendien heeft Poseidon zijn paarden teruggeroepen, roep jij je ezeltje ook maar terug, want het is geen uur meer. Slaapwel.

De slaapwelkusjes klonken precies als een wederzijds proficiat.

 

s Anderendaags is alles vergeten. Beneden aan de kaap Akritas zeilen we  dagenlang met halve wind in O en W richting, Portos Longos, Methoni en Finicounda passeren allemaal op de romp. Er gebeurt niets meer. De Paarden van Poseidon blijven op stal maar het ezeltje van Adhemar galoppeert volop.

Geleerd van broeder Felix op schoolreis naar de Efteling, tafeltje dekje, ezeltje strek je .

Ach, zotteke , zegt Ria en ze trekt de lakens hoog op. Morgen vroeg op, zeilen!                                 


Thailand 2008

Ria, d' er is hier een schoon meiske dat wat al te lang in mijn ogen kijkt, dan een halve meter naar beneden zakt naar de plaats waar Tommeke Boonen in de sprint zijn GSM bewaart en likkebaardend terug mijn blikken opzoekt. Zal ik haar eens goeiedag gaan zeggen?

 

Zijt maar voorzichtig, Adhemar, want we zijn hier in Bangkok. En ' t is trouwens geen schoon meiske maar een geöpereerde vent!

 

De MYC in Bangkok, ge moet het zien om het te geloven, in het land van de eeuwige glimlach, het land van de mooiste vrouwen ter wereld, Siam een betoverende bestemming.

 

Ria had nog geroepen vanuit de badkamer: Ik heb ons ingeschreven voor de grote groepsreis van de MYC, schat. Ditmaal naar Azië, Thailand. Een weekje zeilen en 2 weken landvakantie, kwestie van het aangename aan het nuttige te paren.”

‘Aangenaam paren’ had ik nog begrepen en had mij al grinnikend uit de zetel gehesen.

En zo gebeurde het dat een 16 koppige delegatie van de MYC met Adhemar in hun kielzog de file in Bangkok kwamen vergroten. “Druk, druk, druk”, zei iemand van de groep terwijl hij met een spastische beweging door zijn blonde haardos streek. Voor hem ging het een topverlof worden, hij was van plan een uurwerkzaak op te starten in de buurt van het justitiepaleis. Na een paar dagen hingen zijn onderarmen en onderbenen vol Rolexen. Ge moest hem wel het uur niet vragen want ze gaven allemaal een ander uur aan.

 

Het Hilton Millennium hotel was onze eerste bestemming, aan de rand van de Chao Phraya, toren hoog met een uniek panorama over de stroom en het centrum. Een prachthotel, prachtig personeel, prachtig buffet, prachtig bed en body lotion in de badkamer. Ria, kijk eens, ze hebben hier gratis bodylotion zat, zal ik u eens inwrijven?" Maar Ria had wat hoofdpijn, jetlag zei ze en ze ging naar de executive lounge. Tussen 17:00 en 20:00 kon je daar gratis gaan pintelieren. Ge moet niet vragen waar je Adhemarreke dagelijks kon vinden om 17:01.

Bangkok is een indrukwekkende stad, volgestouwd met de klassieke toeristische topics: het koninklijk paleis, de skytrain, China town, bloemenmarkt, kruidenmarkt, en tempels en tempels ... en tempels. Voor een appel en een ei kun je je daar letterlijk en figuurlijk overal laten afzetten door bootjes en tuk tuk s.

Ria-tje, tussen al dit mooi vrouwvolk schitter jij toch als een lotusbloem tussen de korenbloempjes , probeer ik nog. Jij, charmeurke," antwoordt Ria, "we moeten nog naar de tempel met de liggende Boeddha,  dan nog de tempel met de zittende Boeddha en ik zou toch graag de tempel zien met de staande Boeddha."

Die laatste heb ik in de Hilton voor jou ”, maar het was al te laat, ze dook de tuktuk in voor de zoveelste tempel.

Het nuttige aan het aangename paren , had Ria nog gezegd. Maar wat is het nuttige, wat is het aangename? Het zeilhoofdstuk bood zich aan. Op naar Phuket, naar het zuiden, naar de boten. Nick , de baas van de chartermaatschappij, was een man naar mijn hart. Die vond zeilen ook maar niets. Too slow, Too deep.. Over alle bestemmingen die hij moest aanbevelen, had hij een opmerking. James Bond rots? Een rots als een andere!  Gipsy Village? Zou ik in brand steken! En gelijk heeft hij gehad.  Over het zeilhoofdstuk kan ik bondig zijn: Baaien en zonsondergangen, hagelwitte stranden en palmbomen als in de Stille Zuidzee, klaarhelder water met een kleurenpracht aan tropische vissen, 30 °   en een staalblauwe hemel. Als ik al moet gaan zeilen van ons Ria dan zeil ik liever in weer en wind op het Scheld met al zijn kleurenpracht.

De liefhebbers verwijs ik naar het ander artikel over Thailand van de hand van ene Spaarzaad. Of zoiets.

 

Na 1 week gingen de verstandigsten onder ons naar huis, maar Ria had nog een extrake voor mij: nog een weekje ergens in het hoge Noorden voor een of andere jungletocht. Nu moet ge mij niet veel wijsmaken maar Me Tarzan, You Jane toestanden zijn mij op het lijf geschreven en zo gebeurt het dat ge de crème de la crème van de MYC in Chang Mai kunt terugvinden. Weerom een pracht van een hotel: D2 hotel, volgens een tijdschrift behorend tot de top 30 mooiste hotels ter wereld. In afwachting van de grote dag deed de groep nog wat marktjes en tempels met vooral staande, soms zittende en jawel liggende Boeddha s.

 

En toen was het D-day, de jungle  expeditie! Ik wurmde me in mijn junglepak, een luipaardensemble dat ik ooit eens gekregen heb van de vorige voorzitter van de MYC ze hebben mij er te hard mee uitgelachen , zei hij nog.

Dag 1  opende met een indrukwekkende klim naar een waterval. Een aanslag op je quadricepsen, terwijl de afdaling er een was op de knieschijven. Daarna klimmend en dalend als echte backpackers bij 30 ° c het dichte bos in, in de voetsporen van Dino onze lokale gids.

Dino doet hard zijn best om de moed en de sfeer erin te houden, als een volleerd leraar trekt hij de aandacht op tropische vruchten, zeldzame vegetatie, op de top van een steile beklimming beloont hij ons met prachtige panorama s, in de diepte voor ons een kronkelende stroom omzoomd met wilde brokken natuur, bananenbomen, lianen, met eenzaam eruitpriemend de koningspalm.

Zelfs Adhemarke wordt er stil van, maar ik geraak aan de babbel met een orthopediste. Zij zegt dat dat wilt zeggen: iemand recht leren lopen . Ze loopt zelf wel wat krakkemikkig maar ze heeft toch een mooi poepke. Ik moet zorgen dat ze voor mij blijft lopen , denk ik nog en bij het volgend obstakel laat ik haar beleefd voorgaan. Zij glimlacht, ik grinnik. Adhemar op zijn best tweemaal scoren in 1 beweging. Nee, nee, Ria, alles OK, ik kan goed volgen!

 

En dan bij valavond letterlijk op het einde van de wereld tegen een helling aangebouwd, een heus paaldorp. Enkele families overleven daar in primitieve omstandigheden met veeteelt en  landbouw. Zij winnen grond op de jungle en maken er rudimentaire terrasjes van voor de rijstteelt.

Zij ontvangen ons vriendelijk in hun woningen, tonen ons onze slaapvertrekken en bieden ons een lekkere rijstmaaltijd aan.

Onze slaapvertrekken? Hoe gaan wij hier de slaap vatten? Een grote hut zonder elektriciteit, op 2 meter van de grond, wat doorzakkende vloer met rietmatjes bedekt, in het schemerlicht zien we nog dunne matrasjes met zowaar dekens en hoofdkussens. Aan de geur te ruiken al verschillende keren gebruikt door horden toeristen.

 

De nacht valt, de jungle maakt zich op voor de grote slaap. In volstrekte duisternis gaat de MYC te bed, overmand door de veelheid aan nieuwe geluiden: onder ons kippen op zoek naar hun plek en rondom ons als in een zwart universum miljoenen krekels afgewisseld met het diep gekwaak van padden. En dan valt het stil en is er niets meer, zwarte stilte .

 

Ria, ik moet je iets zeggen. Vanmiddag aan de babbel geraakt met een orthopediste. Zij zei dat ze kon zien dat ik afkomstig ben van de Vikings. Ik dacht door mijn blauwe ogen, mijn atletisch figuur en mijn impact op de vrouwen, maar blijkt door mijn dupuytren contractuur in mijn handpalm. Dat is een dominante overerving dat de Vikings in onze contrei ën hebben ingebracht tijdens hun veroveringstochten.”

“Maar, adhemarke, dan zal ze ook wel weten dat dat geassocieerd is aan peyronie, terwijl ze met haar warme handje vruchteloos mijn drakar op de middellijn probeert te houden.

“Ze weet het, schat. Ze weet het” , grinnik ik.

 

’s Anderendaags in gestrekte draf naar de rivier toe waar we het laatste stuk van de dag afleggen op de rug van een olifant. Thor Adhemar op de rug van een olifant, geloof het of geloof het niet.

Iemand vooraan achter de oren eigenlijk op de schedel, de 2 andere passagiers in een soort geïmproviseerde stoel op de schouders en dan maar wiebelen tot aan de volgende slaapplaats: een dorp aan de oever van de rivier, wat houten hutten gestut door metershoge palen , een bananenbladdak erop en klaar is kees. 

Het dorp staat in rep en roer want er zijn enkele baths te verdienen. Dino had een massagebeurt georganiseerd en de totale vrouwelijke bevolking 10 man groot was opgetrommeld. Ik keek al uit naar mijn Siamese schone die mij een full body to body massage zou aanbieden, maar alweer een puberdroom aan diggelen: ik kreeg een 80 jarige gerimpelde lokale schoonheid met bruine tanden. Big Man iets verderop kreeg zelfs knepen en stompen van een vrouw die tegelijkertijd borstvoeding gaf.

 

Geen avondje Thuis of Familie op televisie maar gezellig een kampvuur met een sigaartje. Thai gezang afgewisseld met John Denver, het geluk kan in een klein hoekje zitten. Bij een klaterende open sterrenhemel waar Orion anders dan anders een flink stuk hoger stond, werden de slaapmatjes uitgerold nu met een extra dekentje want de vorige nacht was te koud geweest. Slaapwel, Ria, slaapwel kippetjes, slaapwel varkentjes, de andere geluiden werden overstemd door het kolkende water onderaan het huis.

 

‘s Ochtends een frisse duik genomen in de rivier, gelijk mijn drakar nog eens goed ingezeept “je moet altijd voorbereid zijn op het ergste”, zeg ik maar. Ik had gezworen onder de bewonderende blikken van al het vrouwvolk maar Ria zei dat er niemand had gekeken.

Dan terug naar de bewoonde wereld op een heus vlot stroomafwaarts. Goed gevonden van die Thai, lange bamboobalken samenbinden, in het water gooien en  stroomafwaarts de balken recycleren voor de huttenbouw. Zet er nog een bende toeristen bovenop die de boel betalen en de cirkel is rond. Het blijven mercantiele meesters, getuige daarvan op het einde van de rit wordt er een foto genomen vanop de wal zoals in de roetsjbaan in bobbejaanland. Ge moet die gasten geen rijst leren eten, hoor.

Maar wat een afdaling doorheen de woeste natuur, buffels in hun slijkbad langs de oever, vlinders met hun kleurenpracht en weer zo dominant: de geluiden van een duizendvoudige onzichtbare flora op de wal. Het was elke bath waard.

 

Thailand heeft zich aan ons getoond van zijn beste kant, bij een warme zomertemperatuur van een 30 ° hebben we de prachtigste gebouwen gezien, in het zuiden de mooiste baaien gespot, in het noorden de krachtige natuur tot in de botten beleefd.

De Thaise keuken is erg gevarieerd, vlees, vis, groenten en fruit in zijn volle eenvoud maar met een veelheid aan geuren en smaken.

De Thai zijn zeer vriendelijk, doen hun uiterste best om de toeristen te behagen, zijn altijd  in de weer op hun eigen inefficiënte wijze- met kleine en grote ondernemingen. Zij blijven glimlachen, zeggen altijd Ja en doen toch hun ding.

Adhemar zou zeggen : “Ze zijn eigenlijk zoals ons Ria thuis.

 


Zeilen in mei 2004

“Zeilen is een passie”, zegt ons Ria en dan kijkt ze zo vanonder haar wimpers naar mij dat ik er zot zou van worden. “Ik ga boven iets anders aantrekken” en heupzwaaiend glipt ze de trap op.
“Van passie gesproken”, grinnik ik binnensmonds en in fikse tred ga ik haar achterna.
Ik vind haar bovenaan de trap, in vol ornaat: geel zeilpak, botten, een zuidwester en handschoenen. “Onze outfit voor de maand mei”, kirt ze. Even nog hoop ik dat ze niets onderaan draagt, maar ik zie de oranje gaastra al onder de mouw vandaan komen.
“Leve de meimaand”, stamel ik nog, we gaan zeilen!!!

Het begint zowaar op één mei, van St Annaland naar Hellevoetsluis en terug. Zogezegd op een topboot, een Vanderstadt 34. Ik vond er maar niks aan, hij had al geen ijskast. Geef mij maar liever een Vandeplasmodel, die zeilt tenminste tegen zijn goesting.

Allez, wij allemaal naar Hellevoetsluis, moet een schoon stadje zijn als je er maar op een ander moment dan ‘s nachts binnenloopt. Ieder redelijk mens had allang zijn motor gestart, maar neen, bij 7 bf blijven die gasten maar overstag gaan om geen meter op te schuiven. “Ik zie de lichtjes al, we zijn er bijna” , zei de kapitein en hij bleef dat maar herhalen om de 2 uur.

“Oh, Adhemar”, gilde Ria, “kom toch naar boven. Het is heerlijk hoe die boot de golven snijdt, als een dolfijn door de bochten gaat, kom die helmstok toch even voelen.”
“Ik zal straks wel overstag gaan in de kajuit, schatje.” En waarom roept ze me thuis nooit naar boven, denk ik nog.
‘s Ochtends had ik een dagje winkelen in het hoofd met een fikse strandwandeling, aansluitend een pannekoekje met een chocomelk. Niets van dat alles. Slaapzak oprollen, en wegwezen.

“Niet te laat weg, mannen” , zei de kapitein nog, “ ook niet te vroeg want we moeten nog een brug pakken”. Ik moet er geen tekeningetje bij maken, zeker? We stormen daar aan een rotvaart naar die brug toe om daar dan een halfuur te liggen wachten.
“Ik had dat halfuurtje liever wat anders gepakt dan een brug, schatje” maar Ria’s blik stond al op het volgend obstakel: een sluis. De specialiteit van de MYC! Wat kan er nu allemaal fout gaan in een sluis? Je kunt bv dwars gaan, je kunt er achterstevoren uitkomen, je kunt er botsen...allemaal dagelijkse kost bij de MYC. En nu gebeurt er toch wel niets zeker!

“Als er geen stress is, dan maken we stress” zei een plezante en hij duwde de gashendel volgas bij het verlaten van de sluis. Door de grote kracht op het roerblad sloeg de helmstok dwars en richtte de boeg zich richting sluisdeur. Ik heb ons Ria nog nooit zo vlug zich op een helmstok zien storten. Moet ik onthouden voor thuis.

De rest van de dag kabbelde voort zoals altijd. Wind van voor, wind vanachter en jawel wind van opzij...het zeilen in zijn volle glorie met andere woorden.
“O, Adhemar”, zei Ria, “ er zijn nog plaatsen vrij voor het frieslandweekend. We schrijven ons toch in, hé?”

Het frieslandweekend, voorwaar een klassieker met alles wat het zeilen zo aangenaam maakt: 4 dagen heerlijk zeilen in een warm zonnetje met een lichte bries, altijd halve wind, gezellige bungalows aan de waterkant, de kinderen die spelen op het groene gras, eens gezellig bijkletsen bij een lekkere BBQ... “Je gaat dat leuk vinden, Adhemar!” Iedereen gaat mee, al die plezante gasten, we hebben dit jaar een heuse ceremoniemeester erbij. Hij zal voor niveau zorgen. Herinner u, Adhemar, verleden jaar hebben jullie nog een gesprek gevoerd over die rit in de ronde van Frankrijk: Toulouse - Lautrec.”

Plots komt alles als in een flits terug, mijn hart stokt in mijn keel, razendsnel jaagt mijn hart door mijn borstkas: stapelbedden, matrassen op de grond, golven storten zich vrij in de kuip, drinken van jeannettenwijn, kurkwijn, snoepjeswijn, verbrand vlees, de voetbal van de kinderen tussen de groenten, die plezante gasten........” ik zal het leuk vinden, Ria!”

Ik heb ooit een schipper horen zeggen: “de wind maakt mij nerveus”. Die mens zou in Friesland pas nerveus geweest zijn. Waaien, mensen, waaien... wind, wind en precies altijd op de neus. En koud! Had iemand beweert dat Terherne op Nova Zembla lag, ik had hem geloofd.

En grappig, jongens, die grappen:
“Weet u hoe een egel vrijt? Heel voorzichtig!”
“Weet u hoe een slak vrijt? Heel traag!”
“Weet u hoe een ezel vrijt? Altijd met dezelfde vrouw!”

En dan gaan die plezante gasten van hun stoel, ruggelings in het gras, rollebollend van het lachen. Ik kijk wat hulpeloos rond naar de ceremoniemeester, in mijn ogen de blik van: niveau, meester, niveau! Maar die mens is ballonnetjes aan het knopen in het stag van de bootjes en nadien vlaggetjes: oranje a.u.b., had het aan hem gelegen het hadden er geel-zwarte geweest.

“Kom”, zeg ik tegen Ria, “ laten we die mop eens in de praktijk omzetten”. Maar ik krijg ze niet weg uit de keuvelende meisjesgroep. Op de duur dan maar in gesprek geraakt met iemand. De voorzitter van de MYC is me nadien een pak euro’s komen toesteken, de zogenaamde bieslookkorting, of zoiets. Mijn oren waren van mijn kop gezaagd maar ik had toch maar mooi mijn inschrijvingsgeld terugverdiend.

“Het Sneekermeer lag er vandaag prachtig bij, hé Adhemar?” zei Ria, “schuimende witte koppen met een nijdige ijsselmeergolfslag die zich ongenadig in de kuipen stortte, terwijl de bootjes als een speer door het water kliefden. Heerlijk!! “ en ze likte met de punt van haar tong haar lippen glanzend nat.

Ik rilde..... maar het was eerder van de kou., het Sneekermeer stond precies nog in mijn schoenen.

“Ja, Ria, het was leuk en het kan nog leuker worden.” Op hetzelfde moment beslis ik van tactiek te wisselen, van jawel het over een andere boeg te gooien.

“Oh, Ria, je ogen zijn als 2 sneekermeeren, zo mooi blauw met van die witte stipjes, diep geheimzinnig stralend. De golfslag van je haren, de rode gloed van je lippen als een zonsondergang op de oceaan.....” In hoge nood kan Adhemarreke verrassend uit de hoek komen, denk ik.

“Oh Adhemar” , zegt Ria, “ jij, charmeur, het kan inderdaad nog leuker worden. Zonet zijn we nog uitgenodigd voor nog een dagje Oosterschelde en ik heb ja gezegd. Meimaand, zeilmaand hé schatje?” en zij knijpt ondeugend in mijn wang.

“ Meimaand, zeilmaand? Jawadde, wanneer is het begot juni?

 


Meimaand, zeilmaand 2003

“De meimaand, zeilmaand”, zegt ons Ria, en dan schudt ze precies met haar heupen. Ik hijs mezelf uit de zetel:” Kom eens hier, jij lekker dier “, speelt door mijn geest maar ik hoor mezelf zeggen: “ Zal ik de zeiljassen gaan zoeken op zolder, schat?”

Zelf heb ik een heel ander idee van de meimaand: bloemekes planten, een tenniske placeren en vooral communiefeesten. Ja, communiefeesten daar kan ik mij nog voor verplaatsen. Rosbief met groentenkrans en dan die straffe verhalen van nonkel Jos. Je moet het geluk niet ver gaan zoeken.

“Ik heb ons geboekt voor een rondje Zeeland, met de kindjes naar Friesland en als toetje nog het pinksterweekend “ , zegt Ria “Leuk hé, Adhemar, en ‘t is weer met die plezante gasten van verleden jaar!!” Haar ogen lichten op, ze maakt kirrende geluidjes en bevochtigt met de punt van haar tong haar bovenlip: “Oh, Adhe-marreke, ik zie er zo naar uit!!”

“Die plezante gasten van verleden jaar”, denk ik. In een flits komen de grappen me voor de geest: unterhosezungen, vino rougio bestellen in een trattoria, het ware verhaal van de schapenzalf van Oude Schild. “Ik zie er ook naar uit, Ria”!!

Onze eerste trip zal ik niet licht vergeten: met 3 bootjes vanuit Wemeldinge voor een rondje Zeeland. Zeilen met geen wind en zeilen met teveel wind. Ik heb het eerlijk gezegd nooit anders geweten. Een rare kapitein trouwens bij ons aan boord: 3 dagen gans zijn boot draperen met vloeipapierkes op zoek naar een lek. Water zoeken op het water, moet er geen zand zijn? Toen er een warm front zich aan 9 beaufort op de boot stortte onder een bijbelse hemel met bliksem-schichten en donderslagen en de boot in al zijn voegen kraakte, toen de golven van alle kanten over het dek rolden, kwam hij triomfantelijk naar boven: “ Ik heb het gevonden!! Een ringetje aan de boiler!! Toen moest zelfs de storm gaan liggen.

Gaastmeer in Friesland met 40 deelnemers aub! Bakkende zon, windje 3 bf, eigenlijk geen weer om te zeilen als je het mij vraagt. Een weertje om bij een pastis wat in de tuin te liggen rollebollen met elkaar. Maar nee, ‘t zal rollebollen worden in een polyester kuip en ‘s nachts in stapelbedden aub!

“Oh, Adhemar”, zegt Ria , “wat is het hier mooi. Zie de kindjes spelen aan de waterkant. Zie die zeiltjes opschuiven tussen de weilanden. Kijk ginder, daar wordt een mast neergelegd om onder het bruggetje te geraken.”

“Kijk daar “, zeg ik, “ daar wordt een mast opgericht na het passeren van een bruggetje. Wat denk je Ria, zullen we eens....”? Maar Ria is alweer weg voor een BBQ met die plezante gasten. Als je van een gezellige babbel houdt aan de waterkant met een glaasje wijn en een stuk vlees, dan ben je aan het juiste adres. Als je ervan houdt!

De club is daar ten andere een bestuurslid rijker geworden: een heuse ceremoniemeester begaan met het opkrikken van het algemeen niveau. Een zware taak, als je het mij vraagt. Als ie de idee van een temptation eiland maar niet afvoert, want dat zint mij wel. Adhemar op dream date met een kloon van Barbara. 'Adhemar van Temptation eiland', klinkt goed, staat mooi op mijn adreskaartje.

Ik kijk rond en zie de grote familie sloten wijn verzetten om morgen sloten water te gaan bezeilen. Rare jongens, die zeilers. Ik trek mijn stoutste schoenen aan. “ Beste ceremonie-meester” en ik sla mijn arm rond zijn schouder. “Opkrikken van het algemeen niveau. Wat een opdracht!! Ik stel voor om drie kwart van die gasten eruit te gooien, incluis het voltallige bestuur. En volgend jaar Friesland per fiets te ontdekken. Veel stijlvoller, beterkoop en vooral veel sneller. “

Hij knikt. “Een goede zet van mij”, denk ik, “eindelijk een kenner! Tenminste nog iemand die weet dat Toulouse Lautrec een rit in de ronde van Frankrijk is.”

Pinksteren 3 dagen voor een rondje Marker-meer en Ijsselmeer. Tweemaal in Enkhuizen aangelegd en de eerste keer vond ik het al niks. Licht overdag, donker ‘s nachts, jassen aan als het regent, jassen uit als de zon schijnt, het zeilen in zijn volle glorie dus.

Rare gasten aan boord en geloof me, ik heb in de jaren al het een en ander meegemaakt.

Neem nu die jongen die vermoedelijk uit de kleinzeilerij geleerd had bij het aanmeren in het water te springen en van die kleine schaafwonden te maken aan de kaaimuur. Die konden dan ontsmet worden met graanjenever, 1 glas op de wondjes en 1 glas tussen de lippen. Heeft u hem? In elke haven was het prijs. “Mag ik op de wal springen?, mag ik op de wal springen? Zijn ogen begonnen gelijk te rollen.

Er was nog iemand aan boord die beweerde dat ze slaapdokter was, hoewel ze 3 nachten geen oog heeft dicht-gedaan. Mij maak je niks wijs!

“Een grootzeil...”, zei ik bij de start tegen de bemanning, “een grootzeil is als ondergoed. Je trekt het op ‘s morgens en laat het ‘s avonds zakken.” Maar ze schenen mij niet te geloven. Ze stonden daar maar aan touwtjes te trekken, karretjes op te schuiven, de fok van boven open of toe zetten. Trimmen, noemen ze dat.

“Als we maar bezig zijn”, zei de kapitein en hij graaide met zijn dikke vingers in de bak jupiler. “Straks nog eens de halfwinder uithalen en terug in de zak steken en de dag is alweer voorbij.”

En dan was er nog een babe waar ik van ons Ria niet te veel mocht naar kijken. In gedachten heb ik wel duizend keer deze openingszin geoefend: “Dag, Barbara, mijn naam is Adhemar van Temptation Eiland. Een achternaam die volledig de lading dekt. Van dekken gesproken...” Volgende keer toch eens proberen, ik weet zeker dat ik hiermee moet scoren.

Aan alles komt gelukkig een eind. Ook aan deze trip.

“Na 3 dagen aan dit stuurwiel “ zegt Ria, “ wil ik toch wel ouderwets een trillende helmstok in mijn handen voelen!”

Ik richt mij op, “ and there shall be justice “ roep ik nog terwijl ik mijn armen openspreid. Ria loopt heupwiegend naar mij toe, kijkt diep in mijn ogen en ....loopt me voorbij naar het kantoor om een kleine 30-voeter met helmstok te bestellen.

“Juni maand, zeilmaand “ zegt ze en al glimlachend lost ze haar haarbandje waarbij haar lokken vrijelijk over haar ranke schouders vallen.

“Barba Ria “ stamel ik nog en val ruggelings tussen wal en schip.

“Hoera, volgende week zeilen we weer!”


Adhemar op de Waddenzee 2002

Even voorstellen. Mijn naam is Adhemar, de gelukkige echtgenoot van Ria, zeilster-huismoeder zoals ze zichzelf voorstelt. En af en toe ruilt ze haar deux-pièceke voor een zeilpak met een zuidwester en moet ze het water op.

Tot zover het goede nieuws! Ik hou wel van vrouwen die goed met de helmstok overweg kunnen. Maar trop is teveel, maart vind ik persoonlijk een maand om wafels te bakken en met een glas warme wijn vanachter glas naar de treurwilgen in de slagregen te staren.

“Schat”, roept Ria, “ de MYC zeilt in maart op de Waddenzee met 18 man! Heerlijk toch, zo in de winter zeilen! Ik heb ons allebei ingeschreven. Naar het schijnt moet het zicht van een rob op een wad wel echt de moeite zijn!” En, hop, ze loopt al richting zolder voor de zeilpakken.

“ Het zicht van een rob op een wad moet wel echt de moeite zijn “, denk ik, “een vette kwab op een hoop modder, ja! Hoewel, soms zegt Ria dat ik haar robbetje ben en dan doet ze dingen die ik dan weer wel leuk vind. Misschien kan het wel inspirerend werken? “

“Ik ga met plezier mee, Ria “ en grinnikend zak ik onderuit in de zetel.

Vrijdag 8 maart in Workum, ergens een gat hoog noord aan het Ijsselmeer. Drie boten, de Cloud, de Poulette, en de Kongo , de namen alleen al beloven een prachtig weekend.

“Oh, Adhemar, laat ons de Cloud pakken. Het is de grootste en zal wel de rapste zijn. Zo kunnen we die andere boten telkens achter ons laten. Is toch leuk, niet? Bovendien ken ik die mannen. Ze zijn zo grappig!”

“Aangenaam “, en ik geef die gasten een ijskoude hand.

Inspectie van de boot? Inoefenen van de veiligheidsprocedures? Checken van de vuurpijlen? Ja, dag Jan! Marcheert die ijskast hier dat de jenever koud staat en hup, weg zijn die gasten.

En grappig dat ze zijn! Een absolute giller: ‘s avonds in Medemblik in een Portugees restaurant een ‘kabeljauw gratinado’ bestellen en dan reclameren omdat er geen graten in zitten. Nog zo’n giller: een uur staan lachen met het lokaal voorgerecht: op eigenwijze verhitte worst. Lang geleden dat ik zo gelachen heb!

De eerste nacht aan boord in de armen van Ria begreep ik iets meer van de essentie van het wadzeilen: die ronde lieve oogjes, die wollige slaapzak, die geluidjes... ik droomde warempel van een rob!

Zaterdag als eerste de Waddenzee op om in Oude Schild op Texel als laatste te arriveren, iets waar de Cloud het ganse weekend zou in slagen. “Maar onze zeilen staan toch mooier getrimd dan de hunne ”

De wadden iets bijzonders? Veel water ja, en boeien in alle kleuren, plots in the middle of nowhere overstag gaan omdat er zogezegd een ondiepte voorligt... volgens mij is wadzeilen vooral een kwestie van interessant doen. Maar allez, we waren vlug binnen want de wind begon toch wel erg lelijk te doen. Diezelfde nacht passeerde een front aan 10 bf over de haven. Niet dat Ria en ik het erg vonden want we hebben erg liggen rollen in de kajuit.

De restaurantscène voorafgaand was ook een klassieke giller. Sliptongen werden in het Duits besteld: “unterhosezunge”. De kelner deed het in zijn broek van het lachen. “Vindt U de wijn lekker, mijnheer?” vroeg ie nog. “Hm, nou, u heeft hem toch goed afgetrokken!”

Als ik zoiets tegen ons Ria zeg, dan krijg ik voor minder een tik rond mijn oren.

Zondag dag 3 vlug vlug terug naar de afsluitdijk want er is alweer harde wind voorspeld. En - in het zicht van Kornwerderzand - gebeurt het: een droogvallend wad met daarop in volle glorie een tros robben. Wat zwartkopmeeuwen er rond en een pak strandlopers maken het plaatje volledig. Nu nog een knipoogje van Ria en ik zou mijn collega robben wel kunnen gaan vervoegen in hun zonnebad op het wad.

“Hier kom ik op pensioen, mijn dagen slijtend naakt op het wad, mijn rug krabbend aan een steen begroeid met pokken. Een soort Franciscus van de Waddenzee. De heilige Adhemar van de Wadden. Klinkt niet slecht!”

Maar de realiteit dient zich alweer aan: een sluis! Als die mannen havenmanoeuvres uitvoeren zoals ze kunnen zeilen , dan staat er ons nog wat te wachten bij deze wind. En effectief, we worden op onze wenken bediend. De achtertros blijft hangen terwijl we vooraan losliggen, op 1 seconde dwars in de sluis en bij het rechtopkomen een flinke knots aan bakboordzijde. 111 Euro kosten. Ik heb erop staan kijken en toch moest ik mee betalen. De volgende keer dat de MYC nog eens trakteert dan pak ik iets dat 16 euro kost. Mijn wraak zal zoet zijn.

De aankomst in Workum bij wind 8 bespaar ik U. De 3 boten als willoze kurken in een onbeschutte haven op zoek naar hun ligplaats. Knots, boem,..gilletjes, ...gezucht...het is precies zoals thuis. En dan die eeuwige grapjes. De Duitstalige eigenares in agonie voor haar boten: “ Dies ist ein brandneues segel-yacht!!” Antwoord van zo’n plezante: “ Schlafen sie auf deine beide oren!”

Toen zei Ria: “Kom Adhemar, we gaan naar huis. Een douchke en dan onder de wol. Het is leuk geweest!”

“Het is leuk geweest” , denk ik , “ het zal nog leuker worden!” terwijl ik met één zwaai de rugzak in de koffer zwieper. Mijn gedachten gaan dromend naar die rob. Heilige Adhemar van de Wadden, here I come!