De Timeless rond Engeland door Marc van Echelpoel

Onze voorzitter Jan Heeren maakt een droom waar van menig zeiler: Engeland rond varen.

Half juni vertrok hij vanuit De Roompot. Hij nodigt zeilers uit voor deeltrajecten. Luc Marien en Marc Van Echelpoel waren de gelukkigen om eind juli - begin augustus een week noord-west-Schotland te bevaren.

Samen met Jan, die omwille van familiale omstandigheden naar België was moeten komen,  vlogen we naar Glasgow om van daaruit  naar Mallaig te rijden waar Jan’s boot, de Timeless, wachtte.

Wachtend op de trein werd een bijzonder mooie telefoonhoes met Schotse vlag gevonden voor Jan.

Een onwaarschijnlijk leeg berglandschap met gras en schapen ontvouwde zich tijdens de treinreis met bij valavond de ene troep herten na de andere.

Na een dag foerageren en pubs werd een lange dag van 12 u gemaakt vanuit Mallaig naar Oban via de Sound of Mull waar aangelegd werd in een nieuwe haven die sinds 3 dagen open was.

Een ganse dag trokken we over wijds water door een verlaten landschap van bergen, dramatisch belicht door de dans van wolken en zon en…besproeid door de obligate Schotse regenbui. Dit zou zich dagen lang herhalen: Schotland nestelt zich in je ziel.

Twee winters ging ik, jaren geleden, klimmen in Schotland met een Schotse vriend Neil, later met mijn oudste dochter Karen. Schotland kruipt binnen.

 

De globale voorspelling van de windrichting kun je best negeren: ga het water op en je zal wel zien van waar hij komt en naar waar hij gaat gedurende de tocht.

Meestal kookten we zelf: het zeilen, de wind, de boot, de omgeving doet veel …of is het ons mens zijn en onze vrienden die het doen ?

 

Vanuit Oban naar de ingang van het Crinankanaal om daar op mooring te overnachten.

We kregen de rubberboot opgeblazen en na veel geknutsel de buitenboordmotor aan de praat zodat we van op de wal de eerste 2 sluizen konden verkennen. De logica ingebakken in een eenvoudige motor: benzinetoevoer nazien(kraantje verstopt) en de carburator (vervuild) kuisen.

Door dit kanaal te nemen naar Andrishaig wordt de lange en gevaarlijke omweg langs de kust van het bezongen schiereiland Kintyre overbodig.

Schots lied over Kintyre ook gezongen door Paul Mc Carthy: https://www.youtube.com/watch?v=v2Y6xFOPPW0

Indrukwekkend: Tweehonderd jaar geleden gegraven, 15 sluizen en 7 bruggen over een afstand van 14 km brengen je bergop en bergaf terug in de open wateren. Vroeger een belangrijke shortcut voor de beroepsvaart. Nu grotendeels bediend door jobstudenten, deels door onszelf: pfff…

 

Onderweg kwamen we in vervoering van Muziek met hoofdletter: onder andere Nina Simone wist ons te betoveren tijdens het koken en de ‘avonden’.

Ja, je zit dicht bij elkaar de hele tijd op die boot, en het is toch bijzonder dat het lukt (soms ook niet) om oprecht te zijn en het fijn te houden. Een metafoor voor het leven ?

 

Van Andrishaig naar Kames in de ‘Kyles of Bute’. Opnieuw aan de mooring.  Vlak voor de aankomst kruisten we een kleiner zeiljacht. Ze hadden ons zien komen en…inderdaad een wedstrijdje.

Zodra we hen kruisten een symphatiek doch verliezend gejoel van op hun boot. Deze twee aparte mannen troffen we ‘s avonds in the pub: Ollie & Cameron.

Samen eten, drinken en babbelen, honderd uit. Ook de whisky was present.

De jongste bleef me sterk bij, Cameron, die als 16-jarige een nabij schiereiland had verlaten vanuit uitzichtloosheid om in Manchester een leven te beginnen. Wat er allemaal niet aan elkaar toevertrouwd wordt tijdens het zeilen. ’t Blijft wonderlijk.

 

Wat blijft je bij…

Voor mij …ont-moeten…niet moeten.

 

Vanuit Kames naar Lamlash (eiland Aran) met een stevige 6 Bft aan de wind met 9 knopen: de boot legde zich eens goed en daar ging hij als een speer en gaf geen krimp. Iedereen glunderde.

Ook hier weer op een mooring: een prachtig alternatief. Zoiets als natuurkamperen in plaats van op de camping.

De buitenboordmotor van de dinghy deed het niet en er werd naar de kant geroeid met wind op kop: geen sinicure.

 

De laatste dag werd overgestoken naar Troon waar de volgende ploeg opstappers aankwam.

 

Met huurauto en vliegtuig vanuit Manchester werd een punt gezet achter deze indrukwekkende en prachtige zeilweek met een top-kapitein en 2 dienstbare matrozen.

 

Maar nog liever laten we Ollie en Cameron aan het woord: fine boat and a very fine crew.

Moeder, help, ik ben in de war

 Paul R.

 

“Komt er nog wat van?  Als u nou niet doorvaart, gooi ik de brug weer dicht!”…

 

 

Hoog boven mij is er iemand heel boos .Zuchtend geef ik , met het licht nog steeds op rood-groen , een dot gas bij . Ik ben in de war , nog geen maand geleden kreeg ik een opmerking toen ik wel door rood-groen licht voer. En dan spreek ik nog niet over de boze blikken die andere boten mij toewerpen in verband met mijn suffig vaargedrag, onderwijl  plankgas opstomend naar de brugopening bij rood-groen.

Moeder, wat moet ik doen?

 

Een vraag aan rijkswaterstaat en een antwoord voorwaar na enkele weken:

 

Geachte heer/mevrouw,

 

U heeft recent een melding gedaan bij Rijkswaterstaat.

Hartelijk dank hiervoor.

 

Uw melding

ik ben in de war. Gisteren aan de spoorwegbrug te Dordrecht. Het licht stond op rood-groen. Verleden maand aan de Haringvlietbrug van de bruggenwachter een opmerking gehad omdat ik door rood-groen voer. Gisteren 9u11 een nogal cassante opmerking van de bruggenwachter te Dordrecht omdat ik wachtte op groen . Wat moet ik nu doen in de toekomst?? Doorvaren bij rood-groen of wachten op groen?


Onze reactie
U heeft ons gevraagd wanneer u precies kunt doorvaren. In het onderstaande overzicht staat de uitleg over de diverse seinen die bij een brug/sluis worden toegepast.

Seinen bij een brug/sluis

  • Dubbel rood (twee rode lichten, onder elkaar): brug buiten bedrijf, doorvaart verboden.
  • Enkel rood (een rood licht): brug in bedrijf, maar doorvaart is verboden.
  • Groen-rood (een groen onder een rood licht): doorvaart verboden, maar wordt aanstonds/zo dadelijk bediend.
  • Groen (een groen licht): doorvaart toegestaan.

    
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
 

Met vriendelijke groet,

Landelijke Informatielijn Rijkswaterstaat

 

 

Een antwoord , hoewel correct, maar toch niet bevredigend.

Ik stuur een tweede vraag:

Uw melding

Bedankt voor uw antwoord, een technisch en veilig antwoord, maar het gaat voorbij aan de ondertoon van mijn vraag.

Ik zal mijn vraag herformuleren: wat moet ik doen als een brugwachter dreigt de brug terug te sluiten als ik niet 'onmiddellijk' door rood-groen vaar?

Onze reactie
Dat u in de war raakt kunnen we ons voorstellen. Hier wordt nogal divers mee omgegaan bij de bedienaars in Nederland.  In het reglement staat: Bij rood/groen: doorvaart verboden, wordt aanstonds toegestaan. Echter als een brugwachter de aanwijzing geeft dat een schip door rood/groen mag varen, dan mag dit. Dit mag zelfs als het licht op rood staat. Een aanwijzing staat boven het reglement. Dus u kunt deze  aanwijzing gewoon opvolgen. Echter het dreigement van de brugwachter (om de brug weer te sluiten als u niet doorvaart) is niet correct geweest.

 

Bedankt Rijkswaterstaat, dit is duidelijk: rood-groen betekent doorvaart verboden, maar wordt aanstonds bediend. Een aanwijzing van een brugwachter staat  echter boven het reglement. Zelfs bij rood.

 

Ik wil nog afsluiten met een blog van een brugwachter (???) hilarisch in zijn bewoordingen:

 

……Nou zit ik dus op de brug en het is weer zomer en ze motte mijn weer allemaal hebben. Met name van die lijers in die kleine houten pokkebootjes. Van die gelakte houten dingen die meer kosten als een auto. Die kennen d’r niet onderdoor want ten eerste hebben ze een lel van een vlag achterop en B willen ze niet bukke. En een vaarbewijs hebben ze niet, want dat hoef niet voor klein spul.

Laatst kwam d’r een naar de kant, die zeg: waarom gaat u niet open? Ik leg al tien minuten! Ik zeg mot je kijken meneer, als ik open ga duurt dat minstens vier minuten en staan d’r zo vijftig auto’s en tien fietsers dan wel voetgaanders. Zeg zestig man. Keer vier minuten. Staan we dus 240 minuten te wachten omdat u met uw bootje van de ene naar de andere sloot moet. Nou draai ik om het kwartier. En jij zit in je bootje, lekker op het water, je vrouw leg voorin… wat ken het schele?

Gelukkig heb je die kleine boten niet als het regent. Ik zeg altijd de regen spoelt het schuim van het water. Het ken mij niet nat genoeg zijn in de zomer, gek eigenlijk he.

Die grote boten zijn ook erg hoor. Van die grote witte, champagnekisten noemen wij die. Met zo’n vetnek bovenop met een witte pet en zo’n geblondeerd wijf op het achterdek, glaassie sherry d’r bij… Weet je wat die boten kosten, dat ken een eerlijk mens nooit verdienen hoor.
En dat komt dan aan en gaat meteen legge toetere op de marifoon, zo van “Brugwachter, Brugwachter, Brugwachter, hier de Free Spirit, hier de Free Spirit, hier de Free Spirit, heeft u voor mij misschien een openingetje?”

Ja Godverredomme ik zit hier de hele dag in een huissie met zukke ruiten, ik ZIE je toch? En dat alles drie keer herhalen is ook zo irritant, die hebben het marifooncertificaat gehaald. Waar slaat dat op, je ben niet op de Noordzee! Ik snap heus wel dat je d’r door mot maar van de andere kant komp ook nog wel eens wat en ik ken toch niet om de vijf minuten dat ding open gooien?

En dan gaan ze ook vijfhonderd meter voor de brug al stilliggen. Denken dat ze een olietanker besturen, zeker. Tegen dat ik open ben duurt het nog een minuut voor ze d’r zijn. Vooral als ze dan gaan legge wachten tot het enkel groen is.

Weet je hoe dat zit met scheepvaartseinen? Nou, dan leg ik het uit. Kijk het is net als een stoplicht maar dan met rood groen rood, van boven naar beneden. Aan elke kant van de brug heb je er twee, maar da’s alleen voor de zekerheid. Nou, dubbel rood wil zeggen dat we gesperd zijn. Dan ister geen brugwachter, je ken het schudden. Enkel rood is: we zijn dicht. Rood met groen wil zeggen: we gaan open dus maak je touwen los, start je motor, drink je glas leeg, weet ik veel wat ze uitspoken. Dan gaat de brug open en krijg je groen. Dan mag je er door. En dan de andere kant, die krijgt dan pas groen.

Nou is het zo dat je formeel gezien pas door een brug mag als je enkel groen heb. Maar ja, als elke roeiboot en kano gaat wachten tot zo’n ding helemaal op top is, kost dat weer tijd. Ik heb dus maar graag dat je er doorheen rost zodra het ken. Scheelt weer een minuut op een opening. Die mense op de weg betale wegenbelasting, die willen rijen. Die boten betalen geeneens geen wegenbelasting, da’s allemaal ongeregistreerd. Azzie nog wil weten waar Nederland ze zwarte geld heb: het drijft.

Nou is het dus vaak zo dat je bijna dicht mag en d’r komt nog een of andere zak hooi de bocht om. Die boten houden altijd ruim afstand, dan hebben ze het gevoel dat ze lekker alleen op de wereld zijn. En dan klimmen ze in de marifoon: ‘Brugwachter ken u nog even wachten?’
Het lazerus krijg ie d’r van. Ik zeg dan altijd: ‘Momentje, ik zal het effe vrage aan al die mensen die hier al vijf minuten voor de slagboom staan. Nou ik heb het gevraagd en ze willen graag naar d’r werk. Kenne ze des te eerder ook een boot kope!’ Hehehe.

Ik ben altijd voor de auto’s en de fietsers. Zeker als het regent. Bussen ook trouwens en rijscholen en taxi’s, die mensen betalen een vermogen voor een ritje en dan wil je toch niet vijf minuten zitten te wachten op een of andere boerenlul met zijn ingeruilde wijf op zo’n boot? Maar ja, wat is vijf minuten op een mensenleven denk ik wel eens, dan zie ik weer iemand vlak onder de slagbomen door scheuren

Dus als ik het even samenvat, met name voor de bootviolen:

1.Blijf bij mekaar, kleintjes voorop
2.Door die brug zodra het kan (assie rood-groen heb tenminste)
3.Let op de seinen, ik heb d’r voor doorgeleerd (en ik ken het beter zien)
4.Beroepsvaart gaat voor
5.De brugwachter zit NOOIT fout. Zodra wij de verkeerslichten gaan bedienen zijn we God. Dus ik ken rustig een slagboom in je nek leggen of rood licht geven wanneer ik wil.

Zo, dat was het. Nog maar vijftien jaar, dan mag ik hier weg. Tot die tijd zit ik hier in dit luxe huissie van twee vierkante meter, met een afgedankte bureaustoel van kantoor, grijs wc-papier, een bureau dat voor de mobilisatie al versleten was en ik eet twee weken per maand ’s avonds iets uit de magnetron in de late dienst. Ruilen? Nee, dat dacht ik wel. Ik zie trouwens dat het weer open trekt, het zonnetje komt er door. Ook dat nog…

 

Zo hoort u het eens van een ander.

Een Indian Summer in Levkas 2016

Paul R.

  

Er wordt aangenomen dat mensen over het algemeen wel van verrassingen houden. Een lastminute mailtje van Henk van Special Feeling met een uitzonderlijk aanbod - een elan 333 met alles erop en eran - en zo vindt u ons beidjes terug op de kade van Lefkas , we zijn klaar voor een indian summer eind september. Zon, een beetje wind, geen regen, blue-water sailing zoals het hoort. Zo kennen we Lefkas, tientallen haventjes, altijd halve wind max 5 bf. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we ooit eens een 7 gehad hebben, maar dat klinkt erger dan het was. Die gezapige ionische zee is dan heel anders dan de grauwe noordzee, jawel de boot helt ook en moet gereefd, maar onder een blauwe hemel spat het warme buiswater over de stuurman als een weldadige douche zeg maar. Dit alles duurt een 10tal minuutjes en dan jaagt een stralende zon dat beetje extra wind alweer naar huis. Zo zit Lefkas in ons collectief geheugen ……… maar Griekenland is veranderd. Het is koud op de kade, 18° en het regent zowaar. Er staat een strakke NW die de ionische zee de aanblik geeft van een midnovember Ijsselmeer. Maar we hebben goesting en we gaan ervoor.

 

Deze namiddag op anker een eerste ‘thunderstorm’ overgehad met bakken regen. Ons anker hield de boot gelukkig  netjes op zijn plek maar we zien onze buurman wel zuchtend en steunend een nieuw anker gooien. “ 5 weken Lefkas en 5 weken storm. We geven het op, we gaan morgen terug naar huis “ en hij maakt een wegwerpgebaar waarin heel wat machteloosheid vervat zit. Oeps! Hebben wij wel het juiste vliegtuig genomen? Zijn we wel in Griekenland of ergens geland in Zuid Argentinië? Onze blikken kruisen elkaar , we laten ons niet ontmoedigen , wanneer gaan wij ons part van de miserie krijgen? Diep onder water gniffelt Poseidon op zijn troon: “morgen, jongens , morgen “ en hij zet alvast een zwarte hand op de kiel. Er gaat een lichte deining door het schip.

 

Griekenland is veranderd. Vroeger , toen de dieren nog konden spreken, was er plaats in overvloed zowel op het water als in de havens. Ik herinner mij Vathi op Meganissi, links de gezellige oude haven met tavernas en minimarkets, rechts een splinternieuwe moderne haven , met elektra en water zowaar maar helemaal verlaten, desolaat, het onkruid groeide al tussen het nieuwe beton. Op mijn vraag zei een local:” dat is aangelegd door de europese gemeenschap, geen nood aan “ , terwijl hij zijn schouders ophaalde en zijn ouso binnenkapte.

Nu vluchten we voor de zoveelste thunderstorm naar datzelfde Vathi. De oude haven ligt al stampvol, de nieuwe haven is in volle gebruik. Een havenkantoor, een sanitair gebouw, een immokantoor, een bar, alles in moderne strakke stijl. Gebouwd met onze euro’s en onderverhuurd aan een privé firma. Dat is nog eens socialisme in ’t kwadraat, bovendien is het nog verhuurd aan familie van die beroemde voorganger op Ithaca, getuige de naam van de haven: Odysseas marina.

We spotten nog 1 plaats vrij tussen 2 boten vlak aan een bord waarvan we de tekst niet kunnen lezen.. We gooien anker uit en stomen de boot achteruit de plek in. Op het bord worden de letters zichtbaar: NO ANCHOR   ……. En daar komt ze al uit haar kantoor gestormd. Een forse tred, in uniform, de papiermap onder de oksel. Helemaal de dochter van Helga, de wolvin van de SS

“ No anchor , sir and did you make a reservation? We are fully booked!”

“Reservation??? Sorry Helga, now breaks my klomp. But anyway, we will leave now. Efgaristo. “

Terwijl we terug ankerop gaan, draait de dinghy van de zoon van de dochter van Helga als een zoemende wesp rondjes rond de boot “No anchor, sir… no anchor, sir “ alsof ik elk moment in plaats van een simpele mooring, een diepzeebom ga bovenhalen, die ze er ten andere zelf gedropt hebben in ’40.

 

’s Morgens 9u00 weerbericht op kanaal 27. Ik weet het, het is een oude boot, het is een oude bemanning en zijn marifoon is navenant:” Krr, fwieet… een schelle krakende vrouwenstem in onverstaanbaar grieks-engels  Nooors Aioonioon South 4 to 5 increasing  fwieet, krr….thunderstorm….krrrr..” Dit onverstaanbaar weerbericht doet me denken aan de zeiltocht met Jan H onze voorzitter. Het was kantje boord, varen we uit of niet? We laten het afhangen van het weerbericht “All ships, all ships, this is the KNMI … Flushing, Hoek van Holland, krrr, fwiieeet…” Jan zei dat hij in zijn marifoon een filter  boven 6 bf had ingebouwd, zijn Nicolefilter noemde hij hem.

Zit er verdraaid een Nicolefilter ingebouwd in onze Elan? We maken uit de geruchtenmolen in de haven uit dat het in de namiddag gaat spoken en er ’s nachts een tweede storm overkomt. Wie heeft de waarheid in pacht in dit meteorologisch moeilijk gebied? We gooien toch los en proberen vroeg op de middag veilig te liggen. Poseidon zag ons bulderlachend vertrekken en stuurde zijn onzichtbare troepen al uit naar de zwarte hand op onze kiel.

We sprinten op een drafje naar Sivota, in de pilot van Rod Heikell beschreven als een all round shelter, zelfs gebruikt als winterberging. 12 mijl met een aantrekkende wind, dan zijn we wel op tijd binnen. Dat was toch de bedoeling. De troepen van Poseidon halen ons echter vlug in, de donkere zwarte wolken op de bergtoppen van Lefkas beginnen zich samen te voegen, in de verte klinkt gerommel en af en toe zijn er lichtflitsen. 

“Elke meter telt nu, Marijke, laat ons een binnenweg nemen tussen deze 2 eilandjes door. Het  is er smal en ondiep maar het is korter naar Sivota.”

“Ondiep? Toch diep genoeg?

“Minimum 7 meter diep en in een S bocht te pakken, want links en rechts liggen er rotspartijen.”, zeg ik “ maar misschien is het niet breed genoeg” , grap ik nog.

De grap komt niet goed over, er komt precies een donderwolk bij.

We reven preventief, maken ons superklein , zetten de motor bij en gooien ons tussen de rotsen. ‘Mooi de S respecteren, mooi de S respecteren’, spookt door mijn hoofd en plots gebeurt het.  Een zwart scherm als een gordijn dat dichtgetrokken wordt, bliksemschichten rondom de boot, ik denk aan mijn mama toen ik als kind doodsbang was van onweer: “ tel tot tien , zei ze, en als de donder dan pas komt , is er geen gevaar “… Ik geraak nog niet tot 1, de razende bang davert onmiddellijk over de boot. Het regent, het giet, het regent als zot… de zee wordt plat geslagen , we glijden gestuurd door een beetje wind als in een vertraagd filmfragment tussen de steile wanden op een zwart laken onder een zwarte hemel doorkliefd van schichten en donderslagen. “De S  respecteren “, denk ik nog en angstig raak ik het aluminium stuurwiel aan. Geen ijzer aanraken in een bliksemstorm, is alles wat ik erover weet. En dan plots… de GPS  fix valt uit, voor mijn verbaasde ogen knippert op de plotter ‘FIX LOST’ . Waar zijn we in de S-bocht? Links rotsen , rechts rotsen, boven en onder zwart, de lucht gevuld van elektriciteit. Plots ben ik niet bang meer, ik kijk en onderga deze krachten met open mond, eigenlijk is een bliksemschicht mooi in zijn configuratie, ik hoor de donder niet meer, berust en gelijk worden we uitgespuwd van tussen de eilandjes in blauwwater. Het is over zoals het begonnen is, het gordijn is opgetrokken , het is voorbij, is de zwarte hand nu van die kiel af?

 

Op de middag arriveren we in Sivota. ‘Elk voordeel heb zijn nadeel’, zei Johan Cruyf en gelijk heeft hij. Zowat elke boot in de regio heeft dezelfde pilot aan boord en beslist dezelfde baai te nemen. Nidri of Sivota. We zien een overvolle kade, alles volzet, al tientallen bootjes zwaaiend in de havenkom. Verdraaid, vannacht geen vaste wal onder de voeten en dat met zo’n weerbericht. We gooien alvast 5x de diepte en gaan hoopvol de nacht in.

Dan gebeurt toch weer datzelfde wonder. De slaap komt maar het is als een slaapje van een kat. De oren gespitst en draaiend in alle richtingen, geluiden absorberend als normaal, bewegingen als normaal en plots – klokslag middernacht- geroep, motoren worden gestart… we sprinten uit onze kooi, harde wind, de zogenaamde valwinden tot 40 knopen. Het anker houdt plus minus, maar af en toe bij een stevige rukwind komen we toch aardig dicht bij boten die niet zwaaien. Ankerwacht en afwachten maar. Rondom ons worden nieuwe ankers gegooid, flotillaleiders rukken massaal uit naar hun pupillen om hulp te bieden. Ocharme die starters, komen die nog wel terug volgend jaar? Om 01.00 breekt ook ons anker uit en wegwezen is nu de boodschap. Marijke bedient de ankerknoppen  maar er klinkt plots een schril alarm, een luide continue felle toon vult de kuip en de haven, onze binnenverlichting knippert uit en aan, de display van de dieptemeter floept uit en aan….Batterij alarm, ik lees nog 9 volt, veel te weinig voor de ankerlier. We hebben de ganse dag de ijskast laten draaien! Het anker kan niet opgehaald! Ik probeer stroom te genereren door in neutraal vol gas te geven. Het lukt, de ankerlier komt hortend en stotend tot leven. Onze spiegel verwijdert zich meter per meter van de andere boten. Gevaar geweken.

Nu op zoek naar een andere plek, als een sissende sampan met loeiende motor, flikkerende binnenverlichting en gillend alarm slalommen we tussen de zwaaiende boten, het anker pakt nergens. 2 uur kruipen voorbij, de andere ankerwachten kijken meewarig naar ons als we doodleuk om 03.00 uur – na de storm varend uitgezongen te hebben – terug ankeren op dezelfde plek.

“We hebben nu toch een koele ijskast , ja?” De 2 uur motoren heeft de batterijen volledig opgeladen tot een dikke 13 Volt.

Het is een wonder dat na deze adrenalinedag de slaap alsnog kwam.

Toch vermoeiend hoor, zeilen  in een Indian Summer.

 

Een ongeluk komt nooit alleen. Verslag zeiltocht 11-12-13 maart 2016

 

Jan M.

 
We waren weer vertrokken voor een leuk winters zeilweekend. Météo Consult Marine   verwachtte   drie dagen zonnig weer met  stabiele wind O krimpend naar NO 3(4)Bft   bij springtij, dus sterkere stroming.    


De Bracknell weerkaarten toonden voor dag 1 een hoog boven Denemarken en de Azoren, met een NO wind.  Op dag 2 versmelten beide H tot één groot hoogdrukgebied met isobaren die   iets verder uit elkaar lagen wat minder wind betekent.   Op dag 3 nogal altijd de blokkade maar met isobaren boven Zeeland die dichter bij elkaar kwamen, met nu iets meer wind.                    


Welgezind vertrokken we en eenmaal de Haringvlietbrug onderdoor (om 15h, op afroep) ging het via de oostkant van Tiengemeten richting Stellendam/Haringvlietsluis. Vrij snel werd de halfwinder bovengehaald en het ganse traject op de Haringvliet werd met een knoop sneller afgelegd. Heerlijk zeilen, de eerste dag.


Op dag 2 wilden we de Noordzee op richting Roompotsluis. Er was minder wind voorspeld waardoor de stroming belangrijker werd. Die had de gewenste richting tot 14u30 én nadien op de Oosterschelde ook gunstig tot 18h. De stroming in de Geul van de Banjaard en de Oude Roompot kon ons naar de Roompotsluis brengen van 12u tot 14u50. In het Slijkgat wilden we profiteren van de ebstroom van 06u46 tot 10u46  om ons naar de groene SG1 en de rode SG2   te brengen.

   

Van de Goereese Sluis tot aan Geul van de Banjaard is het 21 Nm en met snelheid over de grond van 5kn zou die trip 4 uur in beslag nemen. Als we om 12u de stroming in de Geul van de Banjaard wilden oppikken moesten we om 08u de tocht door het Slijkgat kunnen starten. Niemand van ons wilde echter te vroeg opstaan, dan maar niet overnachten in Haringvlietsluis - waar ons geliefd restaurant gelegen is – maar meteen naar buiten varen. We meerden af in de buitenhaven van de Goereese Sluis en avondmaal op de boot.


Eigenlijk toch wel een machtige constructie die scheepvaartsluis met de 1 km lange Haringvlietsluizen voorzien van 17 spuigaten om het overtollig water uit de Rijn en Maas af te voeren!

 


‘s Morgens vroeg werden we gewekt door onze buren vissers, want die willen vertrekken. Eigenlijk hadden ze een waarschuwing aan hun boot gehangen, maar we hoopten stiekem dat het niet voor vandaag zou zijn. Neen, dus. Warme slaapzak uit en in de nachtkoude de trossen verleggen.

 


De tocht op de Noordzee van dag 2 was minder met veel motoren en slechts af en toe een stukje zeilen. Tijd genoeg om het logboek aan te vullen en mooie kiekjes te nemen. 

 


Ook leuk om nog eens te oefenen op varen met behulp van de groen-occulting geleidelichten richting Roompotsluis: naar stuurboord sturen als het laagste licht aan stuurboordzijde ligt van het achterste licht en vice versa. De sluis door, een stevig eetsoepje van Rik aan de wachtsteiger en met de stroming mee en nu toch wat meer wind tot aan die schitterende Zeelandbrug, de langste brug van Nederland. Vandaar door het havenkanaal naar Stavenisse om te genieten van een verkwikkende nachtrust.


Op vraag van kapitein Paul berekenen we wanneer we de volgende ochtend ten laatste de haven van Stavenisse moesten verlaten. Stavenisse is immers een getijhaven. Kaartdiepte (LAT) 0.2m. De Nausikaa heeft een diepgang van 1.9m en we willen toch een vrije diepte van 0.5m. Dus hebben we een waterdiepte nodig van 2.4m.

 


Stavenisse heeft HW om 06u46 rijzing 354cm boven LAT en LW om 12u46 rijzing 10cm boven LAT. Verval is 344cm. We beschikken niet over een getijdenkromme en behelpen ons met de ‘regel van twaalf’.


06u46    HW        Waterdiepte: 20cm +354cm                          = 3.74m


07u46    HW+1    Waterdiepte: 374c m -(1/12 van    344cm)    =   3.45m


08u46    HW+2    Waterdiepte: 374cm - (3/12 van    344cm)    = 2.88m


09u46    HW+3    Waterdiepte: 374cm - (6/12 van    344 cm)   = 2.02m


10u46    HW 4     Waterdiepte: 374cm - (9/12 van    344cm)    = 1.16m


11u46    HW+5    Waterdiepte:   374cm-   (11/12 van 344cm)   = 0.59m  


12u46    LW         Waterdiepte: 0.2m + 10cm                           = 0.30m


Dit betekent dat we vóór 09u15 zullen moeten vertrekken, daarna zitten we aan de grond.


Stavenisse de plaats des onheils …  niet normaal. Eens aangekomen stapt Jan van boord maar de steiger bleek minder stabiel en veilig   dan op het eerste zicht leek en na enkele evenwichtszoekende stappen dook hij het koude water in. Gelukkig mét reddingsvest - wijze les voor iedereen: altijd en overal reddingsvest aan!   Enkele minuten laten kon Marc hem aan wal hijsen. Een ongeluk komt echter nooit alleen. Op ’t zelfde moment stapt Paul van boord maar de landvast hapert aan de gashandel en de boot schiet vooruit langs de steiger. Gelukkig was Rik nog aan boord en hoewel hij van helemaal vooraan naar de kuip moest komen slaagde hij erin de motor af te zetten. Uiteraard is dit niets in vergelijking met wat enkele dagen later in Brussel en Zaventem gebeurd is…


Even later kwam de havenmeester ons vertellen dat we beter zouden afvaren en in Sint-Annaland wat verderop overnachten. Waarom?  niet echt duidelijk, we wisten wel dat er risico van schuin wegzakken in het slijk   was (1 meter diepgang bij laagwater), maar daar konden we bij het aanleggen rekening mee houden.


In Sint-Annaland goed restaurant gevonden en na een laatste borrel op het schip goed geslapen, de een uiteraard al beter dan de ander.


Dag 3 meer wind nog altijd NO. Vanuit Sint-Annaland leuk opkruisen in het Mastgat en het Zijpe tot aan de Krammersluizen en daarbij de beroepsvaart in de gaten houden. Verder door tot aan de Volkeraksluizen richting Willemstad. Leuk om in de Krammerjachtensluis nog eens te letten op het luchtbellenscherm om zoet en zout water te scheiden. Mooi op tijd aangekomen in Willemstad en gezien het goede weer nog een welverdiend biertje in ’t centrum van de stad.

 

Bij wijlen rimpelloze zee

Getijden Stavenisse en moment van afvaren

Goereese sluis buitenhaven 's nachts


Tochtplanning in de praktijk : Scheveningen

Tekst en foto's: Jan Michels

  

Op zondag 27 sept 2015 willen we vanuit Scheveningen terugvaren naar Willemstad.

Wat is het ideale vertrekuur om optimaal van de stroming gebruik te kunnen maken. Dat wil zeggen met de stroming mee tot aan het Slijkgat en dan met de vloedstroom mee het Slijkgat invaren en van de vloedstroom nog profiteren op de Haringvliet.

Op zondag  27 sept  2015 is het hoogwater voor Hoek van Holland om 2.28 uur en 15.00 uur.  Uit de stroomatlas (HP) leiden we af dat vanaf drie uur en een half na HW de stroming ons meeneemt en dit tot drie uur voor het volgend HW. Dus stroom mee van 6.00 -12.00 uur. Daarna stilaan stroom tegen.

  

Vanaf drie uur voor HW, dus rond 12.00 uur, begint de kentering aan het Slijkgat,  dan staat nog wel een zwakke ebstroom in het Slijkgat gedurende 1 à 2 uur, maar stilaan zet toch de vloedstroom zich volop door. Dus plannen we rond 12.00 uur aan het Slijkgat toe te komen. Veel vroeger heeft weinig zin.

Navionics laat zien dat we het zeewaartse stuk van het betonde Slijkgat kunnen skippen wat toelaat meteen de rode SG6 boei aan te lopen, als we maar een beetje de ondiepte van het Bokkegat mijden. We willen het erop wagen!

  

Van het havenhoofd van Scheveningen naar het Slijkgat is het 21 NM en met een bootsnelheid van 5 knopen betekent dit vier uur zeilen. Windguru voorspelt  windkracht  2 à 3 Bft  uit ONO krimpend naar NO, het wordt dus ruime wind tot voor de wind.

Als goede zeilers op de Noordzee halen we er de Imray C30 zeekaart bij. Op zondag 27 september is voor de referentiehaven Dover laagwater om 7.00 uur en 19.30 uur en hoogwater om 12.09 uur (Belgische tijd). Stroomruit Q ligt het dichtst bij de Maasgeul en geeft aan dat bij HW (12.00 uur), de stroomrichting nog altijd 228° is (stroomsnelheid ± 1 knoop). Eén uur na HW Dover (13.00 uur) is de stroomrichting 149° en worden we al een beetje richting kust geduwd. Hiervan kunnen we profiteren om al vanaf de westkardinaal MV koers te zetten naar het Slijkgat, zeker als we mikken op de rode boei SG 6, de koers over de grond is dan 185°. Hopelijk speelt de winddrift uit het noordoosten ons niet te veel parten.  

De afstand van de MV boei naar SG6 boei bedraagt 7.3 NM en kunnen we afleggen in anderhalf uur. We moeten dan wel zorgen dat we zeker voor 14.00 uur, twee uur na HW Dover, aan het Slijkgat zijn want daarna zit de zeestroming toch wel echt tegen (068°).

Besluit: we rekenen erop dat we de afstand Scheveningen-Slijkgat kunnen afleggen in vier à vijf uur en dat we pas rond 13.00 uur aan de SG6 boei moeten zijn (stilaan vloedstroom in het Slijkgat en nog geen zeestroming tegen), we willen dus vertrekken om 08.30 uur. Spelbrekers zijn de bedieningstijden van de Haringvlietbrug, deze  wordt bediend om 16.00 uur en 18.00 uur,  niet om 17.00 uur. Met een zeiltocht van 3 uur varen op de Haringvliet zal het moeilijk worden de brug van 16.00 uur te halen om op een treffelijk uur thuis te komen.

Dit was onze tochtplanning voor de zondag. Hoe is het dan uiteindelijk verlopen? In welke mate klopten de berekeningen?

Ons buikgevoel deed ons de zondagmorgen toch al om 08.00 uur het zuidelijke havenhoofd van Scheveningen (http://www.scheveningenlive.nl/zuidelijk-havenhoofd-webcam/ ) rondden richting de ‘aanbevolen oversteekroute voor pleziervaartuigen ‘ aan de Maasgeul. Er is niet veel wind, minder dan de voorspelde 3 Bft. Dobberen dus en genieten van de opkomende zon. Het grootzeil met een bulletalie aan de giek en de genua zo ver mogelijk uitzetten was ook al geen groot succes tot Paul op het idee kwam de genua te vervangen door de gennaker en op die manier verder te vlinderen. Dit ging sneller en met een zucht van opluchting naderden we de aanbevolen oversteekroute.  We werden wel een beetje weggezet door de stroming  maar met een gijpje in de buurt van de rood-witte veiligvaarwaterboei maakten we een bocht doorheen die oversteekplaats, een aanbevolen geen verplichte route!  Enkele keren werden we opgeroepen op marifoonkanaal 3 van radarsector Maasmond, gelukkig enkel maar voor route-instructies, meteen weer een oefening marifonie.

   

Eenmaal de westkardinaal MV achter ons gelaten ruimde de wind en nam in kracht toe. De drift over stuurboord nam toe en de zeilen werden getrimd voor halve wind, de gennaker bleef staan en we zeilden 60° aan de wind.

  

De snelheid liep ondertussen al goed op, we bereikten gemakkelijk 7 knopen over de grond. Het lukte ons ook rechtstreeks de SG 6 boei te bereiken, niets dieptegepiep. Rond 12.00 uur waren we aan het Slijkgat, eigenlijk te vroeg want in het Slijkgat zat de stroming nog flink tegen, de wind ook en vanaf SG8 boei was het opkruisen geblazen, maar dit deden we goed met telkens een korte en een lange rak.  Mooi te zien op  Google Earth:

Alleen, het koste ons tijd! Aan de Goereese Sluis meerden we af en aten nog een boterhammeke. Naar de Haringvlietbrug  was het nog16 NM en het was snel duidelijk dat we tegen 16.00 uur er niet konden geraken, temeer daar om 13.00 uur nog altijd ebstroom stond op de Haringvliet.  We besloten even een kijkje te nemen in Middelharnis. 

Daarna de Haringvlietbrug vlot gepasseerd en het einde van een zonnig zeilweekend.

 

Even genieten in Middelharnis


De krammersluis op een pinkstermaandag door Paul R.

Call me de Swa, naar analogie van Moby Dick, dikke vijftiger, stoppelbaard en een moustachke fier onder de neus. Mijn echtgenote is ook van Antwerpen en wordt graag aangesproken met Pussycat, Chouke voor de vrienden.

We zeilen wel eens graag maar dan moet er gene zever worden verkocht, reglementen zijn reglementen, éé n en éé n is twee. Simple comme bonjour!

In ene zeilclub de MYC of zoiets , zit er een goede vriend van mij , Adhemar, vicieus manneke maar van hetzelfde gedacht. Wel wat flauwer dan mij.

We naderen op Pinksterzaterdag de Krammer, 25 graden, volop zon, en een windje van 3bf.Druk, druk, iedereen met een boot onder zijn gat, zit op het water en wacht voor de Krammer.

Rechter pier volledig vol, 3 dik zoals het hoort, maar links zijn nog dubbele plaatsen vrij. Ik spot het bord: 3 dik aanleggen en boot 4 terug naar de pier.

Juist is juist, of wa? Wie zich achter nr 1 legt labelt zich met nr 4, wie achter nr 4 ligt wordt nr 7 enzovoort. Kom je als 4de aan en ga je achter de 3de rij liggen , ben je nr 10. Akkoord? Of niet?

Ik spot vooraan links nr 3 nog vrij, drie dik naast nr 2. We tuffen de ganse file voorbij leer tellen, suckers, 1 - 2 - 3  en 4 opnieuw, wie legt zich nu op zon dag vrijwillig achteraan!

Ik lig als derde en spring op het voordek. Ik voer een vreugdedansje uit op de tonen van het is moeilijk bescheiden te blijven, wanneer je zo goed bent als ik.. wat luid weergalmt uit mijn boxen in de cockpit en maak fuck you gebaren met de rechterarm.

Ik zal vlug door deze flessenhals van de Krammer zijn!

Ik ontstop knallend een fles champagne waarbij ik het panoramisch raam van nr 5 doorboor en zet de fles gulzig aan mijn mond. De champagne vloeit rijkelijk over mijn behaarde borst. Lekker, nu nog een Havana opsteken. Ik gooi de nog brandende lucifer richting nr 8 waarbij zijn lazy jack vuur vat.

Verdorie, je zult zien, op zon moment trekt de sigaar niet goed. Ik moet opnieuw een lucifer zoeken. Plots begint iedereen rondom met emmers te zeulen. Rare jongens hier voor de sluis.

Ik ga zitten en denk. Ik sta op en ga mijn vuilwatertank legen. Nr 14 en 17 doen wat raar.

Wat zijn de mensen toch onvriendelijk hier, chouke? Jalousie, Swake, niets dan jalousie, ze moeten hun mayonaise ook maar laten draaien.

De sluis gaat open; Achterlijke wind, eerst vooraan losgooien, de boeg komt een beetje uit de rij, de achterste landvast klemt wat , ergens achter de kikker op nr 2.  Het duurt wat , ondertussen heeft iedereen achter ons zich losgegooid en tuft voorbij. Eindelijk is de tros los, ik neem hem in ontvangst en richt mijn hoofd naar voor, de gashendel in aanslag. We deinzen wat naast nr 2. Ik zie plots ons pussycat worstelen met de boeg van een motorschip dat vanuit de rechter pier in volle vitesse ons de weg verspert. Ik gooi de hendel in achteruit maar beweeg onverwachts vooruit, de aanvaller zit namelijk in zijn blinde furie met zijn fender vast achter ons anker en sleept ons mee naar voren. Nr 1 en 2 worden erg zenuwachtig want ze worden meer en meer tegen de wal gedrukt.

Plots scheurt de fender van onze belager en komen we los.

De aanvaller noemt ons chouke nog zoiets als een onreine vrouwelijke hond terwijl hij toch niet weet dat ze uren in de badkamer vertoeft.

Weet je wel wat dat kost! blaft hij nog met roodlopen ogen.

De vraag al stellen , is bewijzen dat je het niet kunt betalen: roep ik nog en gooi volle bak achteruit terug de Volkerak op.

De Swa moet je niets wijsmaken, we komen wel langs een andere weg op de Oosterschelde, Stellendam buiten, dan Noord via rusland, de beringstraat, Atlantische oceaan boven Engeland en dan binnen langs de Roompot.

s Nachts doemt in mijn droom een spookbeeld op van een dwalend schip in een mistige nacht met een gescheurde fender in het kraaiennest  en aan het roer een waanzinnige kapitein huilend als een jakhals, briesend Nausikaa, nausikaa, waar ben je.

Tot zover een stuk fictie en  nu serieus.

Ik belde de sluismeester met de vraag hoe het nu moet in de toekomst zonder de banbliksems van de wachtenden over mij heen te krijgen.

Zijn antwoord: U moet inderdaad 3dik gaan liggen cfr het bord maar het schutten gebeurt wel in volgorde van aankomst.

Ik antwoord dat ik

1/zelfs geen tijd heb gekregen van het volkstribunaal om mij terug naar achter te begeven

2/ mocht  het er wat beschaafder zijn aan toegegaan ik altijd in de weg lig voor het achteropkomend verkeer, want ik moet wel losgooien vermits 1 en 2 binnen willen.

Daar heeft U een punt, ik leg het voor op de volgende vergadering van RWS.

Ik  heb 2 suggesties voor Rijkswaterstaat:

1/ de volgorde van binnenvaren wordt bepaald door de volgorde aan de wachtpier. Volgens het 1-2-3 en 4 principe cfr het bord en dat toch maar eens omroepen als het druk wordt.

Systeem Noord Holland waar aan de sluis in Enkhuyzen mooi  per 3 wordt aangeschoven en ingevaren.

2/ een beurtrol opstellen door de sluismeester en opgeroepen worden om binnen te varen.

Iemand anders nog suggesties? Ik bundel ze in een brief aan Rijkswaterstaat.


Een rescueverhaal in Rye door Marc Van Echelpoel

Volgens een verteller onderweg voert Microsoft een politiek waarbij medewerkers publiekelijk hun fouten toelichten en zo lering verschaffen aan collega’s: het weze ook u gegundTwee mannen besluiten enkele weken samen te gaan zeilen. Ze vertrekken uit Antwerpen en gaan zien hoever ze langs de zuidkust van Engeland geraken. Ik ben de neofiet, zich verdiepend in allerhande aspecten van het zeilen, zijn gebrek aan ervaring compenserend met boekjes en ervaringen zoekend. De andere heeft zijn eigen zeilstijl ontwikkeld, is een robuuste kapitein en zeilt meestal solo zich baserend op ervaring en waarneming. Hij kijkt grofweg de gegevens na van het getij en vhf-kanalen. Ik ben eerder overdreven nauwgezet. Hij is de kapitein in de verhouding, het is ook zijn boot: een mooi blauw waarschip 725 met een goede buitenboordmotor die echter enkel neutraal of voorwaarts gaat. Ik pas me aan en laat mijn nauwgezetheid wat varen.

Het dagplan: vanuit Dover met het getij mee naar Rye. Een vriend van de kapitein had deze bestemming aangeprezen omwille van de schoonheid. Volgens de Reeds is de haven van Rye benaderbaar vanaf 2 uur voor tot 2 uur na HW. Volgens mij komen we te vroeg aan. Herhaaldelijk tijdens de aanloop en invaart roepen we de havenkapitein op via de marifoon. Tevergeefs en dus geen hulpinformatie.
Wat we aanzagen als een wervelende stroming aan de ingang van de rivier naar Rye bleek gewoon ‘mud, glorious mud’ te zijn. We liepen vast voor de ingang en zagen kort nadien een wandelaar de riviermond overwandelen… Geen echt probleem. Voor anker gaan en even wachten op hoger water. We varen de rivier op. Wat een snelheid: de vloedstroom neemt ons mee, met amper motor bij, met een rotvaart van 5 à 6 knopen naar het binnenland. We zijn onder de indruk van de stervende schepen in de mud, van de schemeringssfeer en van het op een heuveltje liggende Rye.
Na een tijdje passeren we een zijgeultje: modderbanken met een beekje water in het midden. Hier kunnen we niet op. Dit kan de ingang van de haven niet zijn. Enkele bochten later verschijnt 100 meter voor ons een lage brug. Hier kunnen we niet onder. Vastvaren in de mud: lukt niet, de stroom neemt ons direct terug mee. Even meer snelheid maken met de motor, gas terug en dan een korte draai: dit lukt niet. Eens dwars neemt de stroom ons mee en stopt elke draaibeweging. Ik pak het noodanker op het achterdek en werp het. Het pakt, touw verkorten en snok we liggen 3 meter onder de brug na met de mast tegen de brug gekwakt te zijn. Daar hangen we. We sluiten de kajuitingang af. Schuin hangen we met water over het achterdek tot tegen de kuipplank. De rivier spoelt en drukt en stijgt. De kapitein doet een ‘mayday’ met de marifoon, kanaal 16 zoals bekend. Mits enkele verduidelijkingvragen wordt ons spoedige hulp beloofd. Dit appel bleek in Dover terecht te komen en zo bij het plaatselijke rescue-team.
We wachten benauwd af. We dragen, zoals afgesproken, allebei onze zelfopblaasbare reddingsvest. Op de kant hebben zich wat toeschouwers verzameld die druk foto’s nemen van onze hachelijke positie.
De druk op de boot blijft toenemen, we hangen 45 graden, we zijn bang dat de boot vol gaat slaan en zinken. Graken we te water, via de mud naar de kant ? We spreken af bij de boot te blijven zolang hij drijft. Plots lost het noodanker en ratelend met de mast tegen de onderkant van de brug spoelen we er met een kuip vol water onderdoor. De boot richt zich op na de brug en een tweede lage brug wacht ons op. Het noodanker vindt terug grip en tjok, we liggen te slingeren op de heftige stroom. De kuip loopt vlug leeg. We werpen ook het vooranker dat geen grip vindt. Seconde en minuten lijken eeuwigheden en de rescueboot komt met 2 mannen en een vrouw aan boord behoedzaam afgevaren. Ze taxeren de situatie. Vanuit een stroomopwaartse positie naderen ze ons en zetten een man aan boord. Hij overlegt met ons en laat de leiding bij de kapitein om de mast neer te leggen. Voorstag en babystag dienen hiertoe losgemaakt te worden. Pas dan willen ze verbinding met de boot maken zodat de reddingsboot ons terug onder de brug naar veiliger oorden kan slepen.
Het noodanker houdt terwijl we zwetend de stagen losmaken: eerst het ontspannen van de stagen. In welke richting draai je deze weer los ? Borgringetje verwijderen en pen eruit halen. Geen sinecure op het voordek onder stress van een zwaar op het anker zwiepende boot. Enkele keren de kajuit in voor gereedschap. Wat zou een gereedliggend setje handig zijn. Het anker houdt, de mast wordt gestreken en de verbinding gemaakt. Ankerop gesleept lukt het niet om het parapluanker te lichten. Kappen dan maar, grabbelen naar het gereedliggende mes onder de kajuitingang.
We worden gesleept en de 2 geredde zeilers verbroederen via een sigaret met de redder aan boord. Aan de steiger van de Coast Guard leggen we ons vast.
We beginnen een beetje te ontspannen: het is 22 u en quasi donker. We vernemen dat het hoogwater om 23 uur is. Hier is iets grondig mis met onze voorbereiding. De Reeds is weliswaar een Engelse uitgave en de tabellen van het getij rekenen met Engelse tijd doch voor het zomeruur moet je zelf een uur bijtellen zoals in kleine letters boven de tabel staat.
Ieder van ons gaat anders met zijn spanningen om. De kapitein begint met verhalen die hem zo typeren te vertellen tegen de Coast Guard die zorgzaam met ons omgaat. Ik zoek eenvoudig menselijk contact. Op dezelfde plaats is
al eens een schip gezonken.
Tijdens de nacht gaat het water 3 à 4 meter zakken en moeten telkens de meertouwen gevierd worden. Er wordt een wachtsysteem afgesproken. We ruimen de boot zo goed mogelijk op.
Om 5 uur in de ochtend lijkt alles ok, de meertouwen zijn goed bevestigd en de boot rust in de mud met kiel en roer: een verontrustend beeld. In de nacht passeren ons regelmatig uitvarende vissersboten. Zij lagen afgemeerd tot vlak voor de bocht voor ‘de brug’. Zij zagen ons passeren. Geen waarschuwing werd ons gegeven. De wacht wordt opgeheven en we slapen als onder narcose.
Omstreeks 7 u 30 worden we wakker en beginnen aan de oprichtingsvoorbereidingen van de mast.
De schade is beperkt: 1 wantputting een beetje verbogen, de marifoonantenne geknakt, de zelfsturing defect, de marifoon – buitenluidspreker afgerukt, het noodanker kwijt, mijn pakje tabak overboord, de doos met sigaretten van de kapitein behouden, de gsm van de kapitein is van het linkerschap in de kajuit in het rechterschap gevlogen, een hulpkatrolletje is losgerukt, de kajuit is helemaal droog gebleven, de mast en zalingen zijn visueel onbeschadigd,…
Met katrol en hulptouw wordt van op de steiger de mast opnieuw opgericht. Met de bij een plaatselijke zeiler gekregen borgringetjes worden de zalingen
opnieuw verzegeld. Oef.
We willen weg van deze plek en na een donatie aan de plaatselijke rescuedienst via de havenkapitein vertrekken we rond de middag met afgaand tij richting Eastbourne.

Er wordt niet veel gesproken over het voorval: via korte communicaties en in stilte zoekt ieder zijn eigen plek. Volgens de kapitein was onze tijd om te gaan nog niet gekomen.

Loop Rye aan bij echt hoogwater, mis de haveningang niet en veel zorgen worden je bespaard.


The Wash 2012 door Paul R.

Mei 2012

"....Mijlen kloppen, het log eens laten rollen, willen we eens  ferm westwaarts zeilen?"

Van Willemstad naar Lowestoft, dan verder westwaarts de bult van Norfolk voorbij, richting Wells next the sea. En even de neus aan het venster steken van The Wash, een soort land van Saeftinghe, een gebied beschreven in the Reeds als een uitdaging voor navigatie en getijwater- bezeilen.

Onze neuzen stonden west en het ging wel lukken. Nu nog lachend aan de start, we hadden beter moeten weten.


WOENSDAG 2 mei

20 knopen wind pal op kop en een loeier van een onweer, als start kon dit tellen, we knijpen met tientallen slagjes naar Stellendam in ‘het vuile gat’. Om 19:00 een heerlijk diner in Berrisz aan de grote ronde haard. Mei gestart en de open haard nog ronkend, raar klimaat hier in Zeeland.


DONDERDAG 3 mei

We moeten niet vroeg weg, een rit van 100 mijl aan 5 knopen , ongeveer 20 uur onderweg en we willen zeker met daglicht aankomen.

11:00 nemen we afscheid van de goereese sluis met een 2 bf ZW, goed van richting maar toch te zwak om de nodige 5 knopen te halen. Er zit ook een onaangename deining en veel onregelmatig geklots wat de boot regelmatig doodsmakt.  Motorsailen dan maar en het schuift goed op.

02:00 het stond in de sterren geschreven, geen wind , veel nattigheid in de lucht.. en daar doemt zij op uit de duisternis, de nachtmerrie van elke zeiler, als een klamme vuist die je keel omsnoert: Mist, dikke klevende , papperige mist  die de boeglichtjes in een roodgroen gordijn omfloerst.

We zien geen steek meer en uitgerekend op dit moment liggen we in  het tweede beentje van de Traffic Lane. Vanuit stuurboord zijn we de makkelijke prooi van containerschepen die – varend op hun automatische piloot zonder iemand op de brug – zich op onze flank gaan storten. Als ze rechts plots  uit de mist opdagen, kunnen we nooit reageren.

Ik herinner me in een flits de woorden van een officier op een lesje in de zeevaartschool op mijn vraag: “ komen jullie een jachtje in nood helpen op open water?” Hij antwoordde: “ ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar daar hebben we geen tijd voor.” En by the way, we noemen jullie de ‘WAFI,S’  wind assisted fucking idiots.

Zoveel was duidelijk, geen hulp te verwachten uit die hoek, we zijn op onszelf aangewezen.

Links en rechts geloei van een misthoorn, ver weg of dichtbij? Geen flauw idee, alles is grijzig zwart, geen gevoel van dimensies meer. Alle andere zintuigen staan op scherp, maar het gemis van het oog doet pijn en doet angst boven het ondraaglijke stijgen. Wat moeten we doen om ons zichtbaar te maken aan die grote jongens die hun boeg in onze flank gaan zetten?

Schijnen in de zeilen met een sterke lamp? Misthoorn? Allemaal evidence based waardeloos.

Ik begin zowaar te hallucineren, zie rechts schaduwen opdoemen.

Plots een ingeving Gods: op de 16 roep ik gelijk welk schip op en geef onze locatie. “Is er iemand die ons ziet”?

En dan – als bij wonder – een reactie: de ferry Zeebrugge - Hull .  “Er zit niemand rechts in de traffic lane en niemand op de headingkoers, na 10 mijl kom je in een ankerplaats , daar even opletten. Als jullie buiten mijn bereik zijn, geef  ik jullie door aan een cargo achter mij.”

We kunnen ons geluk niet op, het wegvallen van de angst doet ons hart opspringen , we gaan nog niet overvaren worden. Ik bedank de ferry dat ie onze ogen en vooral onze engelbewaarder wil zijn en hou standby op 16

Plots vanuit het niets: “ Sailing Yacht!!! Didn’t you see my projector???!!! Immediately to port!!!. Ik stamel nog dat ik liever corrigeer naar stuurboord. “Yeah, yeah, starboard , now!!! En we gooien het roer 90° naar rechts. In die grijze soep gebeurt er niets, één minuut, 2 minuten, en dan is er weer die verlossende ferry: “ Nausikaa, nausikaa, ik volg jullie op mijn scherm, dit alarm kan niet voor jullie zijn, er is echt niets in de weg, neem uw oorspronkelijke koers maar weer aan.”

Sinds dit nachtelijk avontuur heb ik de knop omgedraaid dat cargo’s en zeiljachtjes elkaars natuurlijke vijanden zijn, op het grote water kan de sterkste een kleintje helpen, advies geven en geruststellen.  We zijn toch niet alleen op zee.

 

En met die gemoedsrust kwam de wind N4bf en we stomen volle bak zonder mist onder  een gitzwarte hemel naar Lowestoft . Aankomst 7:00 met daglicht met 103 mijl op het log. We gaan slapen en nadien het stadje bezoeken.


VRIJDAG 4 mei

Lowestoft, het spreekt tot de verbeelding met een Royal Yachting Club opgericht in de 19de eeuw met - zo vermoeden we althans - een clubhuis van dezelfde grandeur. Vervallen glorie, een glimp van wat het vroeger moet geweest zijn, een getuige van een roemrijk verleden maar nu toch al het slachtoffer van de tand des tijds.  Zonde, volgens de vaarwijzer van Ben Hoekendijk ook met een victoriaans bad, niets van aan, de douches van Stellendam zijn van een chiquere kwaliteit.


ZATERDAG 5 Mei

"The coast of N Norfolk is infriendly in bad weather, with no harbour accessible when there is any North in the wind. The harbours all dry and seas soon build up in the entrances or over the bars, some of wich are dangerous even in a moderate breeze and an ebtide."  De Reeds is duidelijk, het vaarwater hier is niet voor doetjes. Hadden we beter rechtsomkeer gemaakt?  Waarschuwingen - hoe klein ook - in de wind slaan , kan gevaarlijk zijn.

Op naar Wells next the sea, een 70 mijl verder liggend doel, diep verder West. Timing is weer belangrijk, we moeten met een venster van 2 uur voor en 2 uur na hoogwater binnen. Een drempel en veel stroming. En het lukt, we lopen op het GPS-log enkele uren 12 knopen.

Net op tijd in Wells waar we worden begeleid door een entrance service. Beremoeilijke approach, erg smal en stromingen, zich verleggende zandbanken maar de Engelsen laten zich weer  van hun beste zeilkant zien: een klein gidsbootje komt ons ophalen aan de fairway boei aan de ingang. Wind 7 bf en met zo'n bootje van 500 kg wagen die zich buiten. Ferme gasten ginder.

We slapen de slaap der slapen, vastgesjord aan de Albatros, een oude Hollandse platbodem die nu omgedoopt is tot een restaurantboot. De haven loopt leeg, de landvasten staan snoeihard, strak als een snaar, licht leunend tegen de albatros zakt de nausikaa in de modder.


ZONDAG 6 mei

8u00 weg, een uurtje na hoogwater  en eigenlijk een beetje te laat want er staat al een sterke stroming . Spring is morgen en het tij is al navenant.  We volgen de geul zoals ze ons is voorgedaan gisteren maar beseffen te laat dat de stroming in de andere richting zit  en de boeien zich anders bevinden tov de vaargeul. Een S- bocht dwars op de stroming wordt ons fataal, op 2 sec worden we weggezet en vlakbij de rode boei lopen we vast. Het water stroomt als gek verder weg en de Nausikaa zit  gebetonneerd vast in de mud.

Het noodlot wilt dat de krachtige boot van de havenmeester in herstelling is , hij probeert ons nog los te trekken met een klein vissersbootje maar tevergeefs. " Hebben jullie ervaring in platvallen, schuin op een flank? " " And hopefully the boat will rise before the water comes into the boat."

Aub, moet er geen zand zijn, als een mokerslag in het gelaat, er bestaat een kans dat de Nausikaa vergaat vandaag.

Om het platvallen te verzachten en de broze flank wat te beschermen komt de havenmeester nog aanslepen met supergrote fenders en een tender als een soort valkussen. Maar op welke zijde gaat ze vallen? Het water trekt razendsnel verder af maar ze blijft rechtstaan, kaarsrecht op haar bulb als een vogelverschrikker in een dor landschap. " Never seen in 23 years" zei de havenmeester en hij bleef maar foto's trekken.

Na een tijdje durven we zelfs voorzichtig bewegen aan boord en een wandeling maken buiten op de bank. Het is een buitengewoon originele manier om het onderwaterschip eens te bekijken. En de uren kruipen voort en rond 17:00 staat er voldoende water om ons met zijn grote bak te komen lostrekken.

 

Had hij die maar vanochtend gehad! Een halfuurtje later liggen we weer vastgesjord aan de Albatros. We laten de landvasten ietsjes losser dan gisteren, waarbij de boot zich op een 20 cm afstand van de Albatros  bevindt, wat minder stress voor de landvasten en fenders maar owee wat een denkfout in droogvallingen: om 01:30 ' s nachts een kabaal van jewelste in de keuken, de nog niet opgeruimde afwas schuift donderend in de wasbak, de Nausikaa maakt slagzij en leunt tegen de Albatros aan, onze mast is op enkele cm van zijn stag gepasseerd. Ik moet mijn engelbewaarder toch eens op mijn blote knieën bedanken.

 Op advies van de kapitein van de Albatros (" dit ziet er niet goed uit, nee, dit ziet er niet goed uit...") leggen we de landvasten op de winch, trekken de Nausikaa rechter en steken we extra fenders. 1 skepter wordt nog uit de pot geschroefd en alles staat weer strakker nadien. " Beter te strak dan te los" zei ie nog.

Hij wenst ons nog succes verder voor onze trip naar Forsdyke, diep in the wash maar iets in zijn blik zei me dat  we toch voorzichtig moeten zijn.

En voorzichtig zijn we geweest, onze blikken kruisten elkander 's ochtends en we gaven gelijk the Wash op, deze boot moet diepwater onder de kiel hebben, onze portie geluk moet ooit eens opraken.


MAANDAG 7 mei

Een halfuur voor HW weg, een beetje stroom tegen, maakt alles een stuk handelbaarder dan gisteren en we zeilen richting Grimsby op de Humber. 50 mijl voor de boeg en plat voor de wind. We zoeken de beste zeilvoering, ten loevert, met boom, met halfwinder, zonder grootzeil... het experimenteren eindigt met een soort passaatzeilenstand, de halfwinder  en de genua ten loevert , de automatische piloot op en mijlen kloppen, heerlijk.

De approach van Grimsby moet ook weeral juist zijn, weer vergeven van de zandbanken, de zichtbaarheid wordt door de regen even " moderate" maar de Engelsen leggen hun boeien gelukkig volgens het boekje. We passeren de  anti-U-botenforten aan de monding, tegenwoordig  ingenomen door de zeemeeuwen, een apocalyptisch beeld. 

Na een uurtje op anker voor de sluis mogen we binnen. Grimsby , niets te zien maar oh zo vriendelijke mensen en een heerlijk indisch restaurant in het centrum.


DINSDAG 8 mei

We maken ons op  voor de grootste trip die we ooit in 1 stuk hebben gezeild: Grimsby Scheveningen 180 mijl in rechte lijn . Zon en een ZW 3-4 bf onwaarschijnlijk perfect en zo zou het blijven. Met 15 knopen halve wind lopen we Scheveningen aan  na 36 uur , klokslag 19:30. In alle opzichten spectaculair: licht leunend op haar oor kliefde de Nausikaa de kleine golfjes. Zonsondergang, zonsopgang, een sterrenhemel, een vale maan ver weg, booreilanden met rare lichtsignalen, en dan die rust, die vrede, de zachtheid van de zee die zich eerder bij het opvaren zo wreed had gedragen. Waaw...

Scheveningen, 192 mijl achter de boeg, we trakteren ons op een diner in de jachthaven. Doodmoe en met zeebenen, een nieuw fenomeen voor de ploeg. Een soort golvende beweging die af en toe overgaat tot vertigo, niet echt onaangenaam maar raar.


DONDERDAG 10 mei

Een 6 bf op de kop houdt ons die dag in Scheveningen, een prachtig Kürhaus, een mooie promenade met kunstwerken, veel te zien, de dag was zo om maar het volgend aftrekkend tij om 22:30 dwingt ons de trossen los te gooien. "6 bf en verminderend in de avond", zei het weerbericht. We kregen een 6 en vermeerderend voor de kiezen. Weerberichten, verdraaid toch...We bereiken na een pak slagen en supergereefd Stellendam om 05:30. Om 5:35 was het stil aan boord.


VRIJDAG 11 mei

Een afsluitertje richting Willemstad , 5 bf ZW en we lopen als een trein. Een afscheidscadeau van een geduldige zee. 490 mijl op het log, het is mooi geweest . Bedankt Poseidon, bedankt crew, bedankt Nausikaa en respect voor het blijven staan op de kiel.

The Royal norfolk and suffolk yacht club

The fairway boei aan de drempel

The entrance service in de problemen

Voorbij de drempel en rust

Wells next the sea

De kade van Wells

De nausikaa in nauwe schoentjes

Eindelijk los

Het U-boten front aan de monding van de Humber

De sluis van Grimsby

Terug naar huis,190mijl!

Scheveningen, het is gelukt

Deze winterse zeilpracht
kwam compleet onverwacht
De elegantste boot ooit
in een witte vacht getooid

Een watertocht die zich ontspon
vlinderend onder de lage winterzon
's Ochtends klievend door 't zilte havenijs
Het was onwaarschijnlijk wijs
Onvergetelijke beelden schoven voorbij
In gedachten opslaan deden wij
Nu besef ik weer, m'n verste plannen incluis
De mooiste plekjes liggen dicht bij huis

 

Yolanda Van Keer, 31 december 2008


Friesland 2008 Pinksterweekend

Als toegevoegd zedenmeester – gemandateerd door de vroegere P.V. van de
Friesland expeditie - volgt hier het verslag van deze uitstap.

Het weer was, zoals beloofd, fantastisch ( zon, wind, ..).

De locatie was het bekende – voor de harde kern althans - Langweer, met de klassieke vakantiehuisjes op zeker niveau.

Op zaterdag was er weinig wind, maar als voorbereiding kon het wel tellen. ’s Avonds was er de klassieke BBQ waarbij de jeugd er niet beter op had gevonden om dood hout op het vuur te werpen, met als gevolg een enorm vlam. Hierdoor dachten de Duitsers die enkele meters verder kampeerden, dat hun laatste uur gekomen was. Niet alleen ontvluchten ze hun tenten, ze lieten ook enkele lelijke woorden horen in de richting van de ondeugende jongeren.


Op zondag was er meer wind en zijn we zonder veel moeite in Snoek geraakt. Tot mijn verbazing kwamen al de vijf boten aan op de afgesproken plek. De GSM is voor sommigen wel nuttig/ nodig geweest. De klassieke picknick daar werd met champagne opgewaardeerd, uit een koelbox zelfs – op het randje van decadent?- en een rood wijntje. Enkel de koffie en het gebruikelijke koekje ontbraken.

Ik had op voorhand afgesproken met Michel dat ik speciaal meekwam om niets te doen, wat aardig gelukt is. Maar ik heb mij dan toch verdienstelijk gemaakt, samen met Dominique, om de mast te laten zakken en daarna terug op te richten. Michel zorgde voor veel bruggen, aanvaringskoersen met die bruggen en zelfs voor bruggen waar mét of zonder mast nooit onder zou kunnen worden gevaren, dus terug naar af. ‘s Avonds was een lekker souper voorzien in een lokaal restaurantje.


De volgende dag was er nog een klein tochtje voorzien, onder steeds perfecte omstandigheden. We waren om 13u terug aan land zodanig dat iedereen rustig kon vertrekken en op een deftig uur kon thuis geraken.


Resumé: een perfect georganiseerde uitstap, zeker voor herhaling vatbaar, waarbij iedereen in grote vorm was.


In naam van alle aanwezigen wil ik dus Michel Vertommen en zijn echtgenote Dominique bedanken voor de perfecte organisatie!

Dirk Van den broeck, 25/05/2008


Lofoten 2008 22-30 mei door Paul R.

Voor onze achtkoppige bemanning ligt een Bavaria 44 klaar in Bod ö , een standard port, de getijden worden in relatie met die stad opgegeven. En met die getijden en stromingen moet rekening gehouden worden, op sommige stukken staat een stroming van 5 knopen. Die hebben we best op de rug.

Bod ö is goed uitgerust om als vertrekhaven te dienen, veel shops, minimarkets, diesel en water. We gaan op zoek naar de sanitaire gebouwen, maar die blijven onvindbaar wat een constante zal zijn deze week. Blijkbaar wordt uitgegaan van goede sanitaire voorzieningen op de yachten.

 

Bod ö Reine zijn onze eerste 55 mijl onder een strak zonnetje maar beenkoud. We gaan deze week niet boven de 5 ° C volgens het weerbericht. Landvasten los en we zeilen westwaarts de Lofoten tegemoet. Een mystieke, tot de verbeelding sprekende eilandengroep, de heimat van een uitgestorven zeegangersras, van walvisvaarders die met roeibootjes en harpoenen de oceaan opgaan, van schipbreuken en maalstromen .straffe verhalen uit de Noorse Saga doemen voor onze geest op. Wat bieden de Lofoten uit de 21ste eeuw?


We vinden in de eerste plaats een bevolking die uiterst vriendelijk zijn gasten ontvangt, er zijn aanlegpiertjes zat alsook electra en water en restaurants, die de vroegere visvangst vervangen. Bovenal een explosie van natuur, van wilde natuur met besneeuwde bergtoppen en granieten muren die oprijzen uit het honderden meter diepe water, helderblauw water. Vissers die naadloos de overgang maken naar toerisme, het is niet aan velen gegeven met respect voor de traditionele waarden.

Maar het blijft een volk van zeevaarders in hart en nieren, getuige daarvan de overvloed van sektorlichten om de verdwaalde zeiler een baken te bieden in deze woestenij van rotsen. Op elk verraderlijk stukje steen dat een aanval inzet op onze romp staat wel een stokje. Een droom van zeilers met navigatie ambities. Dag en nacht kunnen we in deze tijd van het jaar niet meer onderscheiden, het is al midzomernacht en ons bioritme is danig in de war door met helder licht te gaan slapen.


Dag 2 via N

ü sfjord naar Heningvaer, via een verlaten visserdorp naar het Veneti ë van het Noorden.

Het vissersdorp is een teletijdmachine terug naar het verre verleden, houten pakhuizen met een traanproduktiefabriek tegen een rotswand geplakt en overgelaten aan de tand des tijds. Nu gerestaureerd en onderhouden als een Nationaal Park. Een paradijs voor de meeuwen die vanuit de gevels aandachtig de toeristen bekijken, vooral de recreatievissers die daar hun vangst fileren.

Verder zeilend doorheen een postkaartomgeving bereiken we Heningvaer, het Veneti ë van het Noorden. Vanwaar deze benaming? Geen gondels, geen Doge paleis, geen zomerse temperaturen, wel een goed beschutte haven in een archipel van eilandjes , een moeilijke approach ook , vooral de oude zeekaarten van 1995 zorgen voor verwarring wegens een veranderd karakter van de betonning. Paalwoningen in de zo typische Noordkleuren, geel, marineblauw, roodbruin, daarvoor dobberend roestige vissersboten nog klaar om uit te rukken.

 

Dag 3 brengt ons via Kabelsvaag en via Svolvaer naar een voorlopig hoogtepunt van de reis: het Trollfjord.

 

Kabelvaag kan bogen op een pak bezienswaardigheden bv, de houten kathedraal van de Lofoten van 1898. Svolvaer de hoofdstad overtreft in visindustrie, zelfs met de obligate hoogbouw in beton, een op voorhand verloren gevecht met de mooie oude noorse houtarchitectuur. We spotten een enig mooi bootje in pauw-blauwse kleuren.

 

 

Het waterfront vernauwt en wringt zich in het Rafsund. Hoge massieve besneeuwde toppen, watervallen storten zich links en rechts bulderend in het water, wind en tij duwen ons naar een betonning van enkele meters breed. Hier moeten we door en dan links het Trollfjord in, een blindeindigende nauwe kloof geflankt met granieten wanden loodrecht oprijzend uit het heldere water. We zeilen op 10 cm van de wand onder een watervalletje door, 35 meter diep en de wand kunnen aanraken!

 

 

4de Dag. Vandaag letterlijk de stilte voor de storm. Morgen is er 30 knopen wind voorspeld, vandaag 0 bf. Op motor kruisen we de Hurtigrute, sinds 1893 de regelmatige verbinding tussen Bergen en Kirkenes, 12 dagen heen en terug. Een toeristische topcruise en normale veer tussen de eilanden.



We beslissen ons zeilplan aan te passen, morgen met 7 bf aan de westkant walvissen spotten met de granieten Lofoten aan lagerwal, lijkt ons er wat over en vandaag schiet het toch al niet op.  Met een taxi bereiken we Nyksund, een ghost town aan de ruige westkust. De oceaan die vrij spel heeft van Ijsland tot hier heeft in het verleden genadeloos gebeukt op de dam van dit dorp.

Tot tweemaal toe heropgebouwd tot door een brand in  1934 het dorp verlaten werd. De laatste bewoner smid Olav Larsen- verliet het dorp in 1977. Nu probeert het dorp te herleven als kunstenaarsdorp en als whale watching centre.  De taxirit ernaartoe is op zich al een belevenis, panoramische zichten over de oceaandeining, brekers alom en dan die machtige bergmassieven in hun sneeuwjas. Alle foto s zijn als postkaartjes, zo majestatisch, zo veel kracht. Zoveel sluimerende kracht ook, ik huiver bij de gedachte hier te wonen bij een NW storm van 9bf.

 

5de dag. De harde wind heeft zich aan zijn woord gehouden en blaast 25knopen ZW. Met onze NO koers op het lapje tussen Bjarkova en Helloya, sinds de 11-14de eeuw belangrijke centra van kultuur en handel. Hier zouden nog Vikingrestanten moeten zijn, het ijzererts wordt er nog steeds gewonnen, maar onze aandacht gaat volledig naar een grote granieten muur waar we langs zeilen. Zuidwaarts gericht is het een feest voor watervogels: verschillende soorten meeuwen, aalscholvers, zeearenden en ganzen vechten daar voor een plekje. We spotten onze allereerste papegaaiduikers.

Onder aanhoudend geschetter komen we op breder vaarwater, 30 knopen wind en alle reven erin en bruisend naar Engenes. Superbeschutte haven, die Noren moet je geen havens leren leggen. Weeral electra en water maar geen sanitair. Dit vinden we tijdens een dorpswandeling op de kerkelijke gronden naast een witgeschilderd houten kerkje. Het kerkhof met zicht op een ontketende zee  doet ons weer beseffen dat we m aar mieren zijn in een grote natuur. Deze mensen hier hebben hun laatste haven aangelopen.

 

6de dag. We hebben de Lofoten al achter ons gelaten en onmerkbaar de Vesteralen binnen gezeild. Onmerkbaar hoewel, de Lofoten zijn authentieker, ruwer, meer pittoresk. Meer toeristisch ook. De Vesteralen zijn wat platter, minder bergen, meer agricultuur en schapenteelt. We zien wat ik sinds mijn yachtmancursus compleet vergeten was: rood-zwarte vertikaal gestreepte boeien. In Zeeland jaren niet meer gezien.

7de dag. Troms ö onze eindbestemming, veel superlatieven voor deze stad maar terug naar het heden voor wie van de Lofoten komt. De wereld meest noordelijke - 18 hole golfbaan, - botanische tuin, - universiteit, - kathedraal, - brouwerij, - Burger King en toch biedt deze stad ons een ander uniek hoogtepunt. Met de kabelbaan om 23:00 de Mount Storsteiner op , 420 meter hogerop en daarboven een 180 ° panorama over de stad , zijn bergen, zijn baaien en fjorden, zijn licht en vooral om 00:00 de zon in het Noorden! Deze periode van  het jaar gaat de zon niet meer onder en in een staalblauwe hemel en hel licht gaat de gele bol langzaam zijn weg aanvatten naar het Oosten.

We hebben boven de poolcirkel gezeild!!

 

 



Praktisch

We huurden bij EGO yachtcharter ( www.ego-online.de ) een bavaria 44 in eigendom bij arctic circle yachting. 3725  voor 7 dagen, extra 1500 euro voor de one-way. Merendeels ZW winden gehad, de one way in de andere richting had meer arbeid gevraagd en meer tijd.

Er wordt gezeild van april tot oktober. Niet de koude bepaalt de periode ( de warme golfstroom zorgt in  de winter voor temperaturen rond het vriespunt)  maar de vroege duisternis. In Troms ö is het in de winter al om 14:00 donker.

Alkohol is onbetaalbaar : 8 euro voor een biertje (50cc ° ) fles huiswijn 60 euro. Fourageren van die liquids in de luchthaven is aanbevolen. Minimarkets voldoende overal.

Einde Mei zeilden we meestal alleen, lagen we verlaten in eenvoudige marina s.

Walvissen hebben we niet gespot, naar verluidt is the place to be 4 uur west vanuit Andenes diep de oceaan op.

Einde mei zijn we zelden boven  de 5 ° C gegaan, een rariteit volgens de bevolking. Temperaturen rond de 20 ° C zijn normaler. De natuur was navenant, nog ontluikend, smeltende vijvers, bruin bevroren gras nog in de noordelijke steden.

We gebruikten de Pilot Den Norske Los 5 en 6 van 1998 en zeekaarten van 1995. Rotsen verplaatsen zich wel niet maar sindsdien is de betonning her en der veranderd en zijn er marina s bijgebouwd.


Mijn eerste keer door Paul R.

Het mag al een wonder heten dat ik in deze extreme omstandigheden een opstapper had. Een week vrieskoude min vijf graden Celsius. Yolanda had de boot in een tweedaagse trip mee naar Zeebrugge gelegd. Mijn zeilmaatje had de boot verlaten dinsdagavond en Marijke komt opstappen woensdagnamiddag in Oostende. Restte me nog een korte etappe Zeebrugge Oostende, mijn eerste trip alleen op zee.


De eerste ijskoude nacht in Colijnsplaat heeft zijn tol al ge
ë ist, ik schrik wakker om 9:00 u door een inkomend SMS. Verdraaid, overslapen..

Ontbijten gaat moeilijk, de checklist in mijn hoofd blijft maar terugkomen, ik doe de  inspectieronde van de boot nog secuurder en probeer toch wat brood te eten. Mijn voornaamste zorg nu is rechtop blijven staan op het dek, een dun laagje ijs op de boot maakt haar spekglad maar wel sprookjesachtig mooi. Nog eens olie checken, is er diesel genoeg, het materiaal moet tiptop in orde zijn, ik wil geen verrassingen alleen op zee.

Met een kop koffie sluit ik het onrustig ontbijt en ik gooi de trossen los. Zeebrugge is nog in zijn winterslaap, geen beweging, ook de kranen in de containerterminal kijken me wezenloos en onbeweeglijk aan. De lichten staan op groen, groen, wit. Ik mag buiten.

De wind is mij genadig, een zacht briesje, een rimpeling op een geduldig water. De lucht is wat heiig, lucht en water gaan onzichtbaar in elkaar over, ik krijg geen horizon, alles is van een flets grijs tintje, links van mij een flauw zonnetje dat wanhopig poogt door de zware lucht te priemen.
Ik hijs de zeilen en dan accelereert de panac é e, gedragen door tij en een zuchtje wind. Alles is doodstil, ik ben alleen op een grijs palet. Ik schrik eigenlijk van de goede zichtbaarheid als een meeuw komt overvliegen, ik kan haar tot zeer ver volgen. Zonder meeuw geen focuspunt meer en ik zit weer onder mijn grijze stolp hei ï gheid.

Onbewust ga ik de kustlijn opzoeken en eenmaal in zicht wil ik weer het ruime sop op. Zigzaggend vervolg ik mijn weg richting zuidwest, de panac é e maakt een kabbelend geluid, ik praat met de meeuwen, ik praat tegen mezelf, ik laat de stilte diep doordringen achter mijn borstbeen.

 

De drie uurtjes zijn zo voorbij, de Europa Tower doemt al op in de verte. Op motor vaar ik de havengeul van Oostende in. Rechts hoogboven op de houten pier zwaaien uitbundig middagwandelaars naar mij. Ik wuif terug. Het kan verkeren. Dertien jaar geleden kwam ik hier buitengevaren op een huurboot onder leiding van Philippe, nu jaren verder vaar ik onze eigen panac é e binnen.
Wie beweert er dat je kou krijgt van winterzeilen?


Levkas 2008  door paul R.

 

 

Als het fout gaat , dan gaat het goed fout.

Of anders gezegd en geschreven: " de wet van Murphy" .




Marijke en Pol hebben een 35 voetertje gehuurd aan de wondermooie Ionische Zee, met name aan Levkas.

Pittoreske vissersdorpjes, verlaten baaitjes, Ouzo en grilled octopus staan op het verlanglijstje.

 


We lopen rond 17:00 Kasatos binnen, lekker op tijd, om 19:30 valt de duisternis als een deken over het water. En Kasatos betekent 

kreeft in het Grieks, dat belooft een heerlijk gegrild diner te worden.

 


De grijnzende goden boven de Olympus gingen er anders over beslissen, ze zorgden gelijk voor een 20 knopen wind en een overvolle marina.

 

"Daar is nog een plekje tussen de locals. t Is wel dwars op de wind maar met een goed ingegraven anker moet het lukken."

We gaan met de kont naar de wal, ratelend loopt de ketting naar beneden. Eé n bootlengte van de wal trekken we de ketting strak, nu moet het anker zich ingraven.

"Het anker krabt, roept Marijke, dat gaat niet lukken." Bovendien heeft de vissersboot aan lij aan zijn bakboord een stekelig anker hangen dat al onmiddellijk een aanval inzet op onze glanzende polyester.

"Weg, hier tussenuit, anker op en weg uit deze muizenval."

Marijke haalt de ketting terug binnen, de winch kreunt hard.. en blokkeert. " We hangen vast, 2 moorings aan het anker", roept ze nog.

Daar hebben we een zee van ervaring mee, we halen een touw onder de moorings door, laten het anker onderuit zakken. Problem solved en we zijn klaar voor een tweede poging afmeren.


Op de kop van de pier is nog een klein plekje vrij. Het is daar wel een flink pak dieper en wat onrustiger zo vlak bij de ingang maar we willen geen gedoe meer met trossen in het water.

 

In 15 meter diep water met 20 knopen dwarse wind gaan we achteruit plots een droge tik onderaan en de motor slaat af.

"Gooi maar alle ketting die je hebt, Marijke, blijven we ten minste ter plekke liggen, ik moet het water in, we hebben vermoedelijk iets aan de propeller hangen."

Het water is niet echt koud maar die harde noorderwind die er plat overwaait maakt het niet echt aangenaam. De aanblik onder water doet me nog meer rillen. Rond de propeller hangt een visnet, bolvormig met een diameter van wel 50cm en rondom de propeller-as hangen er uitlopers 5 cm dik die over de ganse lengte de as als een vuist omvatten.

Ik grijp een mes, neem enkele happen lucht, duik onder water en zwem onder de boot door tot aan de propeller. Ruggelings met 1 hand aan de as en met de hielen op de propeller probeer ik de draden los te snijden. Dit net voelt als ijzerdraad, bij de eerste snijbewegingen haal ik al mijn knokkels open aan de pokken van de romp. " Lucht, ik moet lucht hebben." Ik laat los en laat mij naar boven deinzen. Maar de boot giert om zijn anker net in dezelfde richting en blijft ondanks mijn zwembewegingen boven mij hangen. Ik moet de andere kant uit , lucht, lucht en eindelijk kom ik boven. Heel dit gedoe heeft enkele losse visdraadjes opgeleverd. Nog duizend keer naar beneden. De kelk zal geledigd worden tot op de bodem.

 

Plots vlakbij 5 lange hoornstoten. Een reuzegrote ferry wil langszij en we liggen midden in de haveningang. Marijke probeert zwaaiend met een witte handdoek en gebarentaal duidelijk te maken dat we onmanoeuvreerbaar zijn, de stuurman op de brug heeft er toch begrip voor en maakt een ruime bocht rond onze boot.

Ik snij, ik proest, ik haal stukken net boven, ik concentreer mij op ademhaling en snijden. Ik kan al heel goed het gieren van de boot inschatten en kom luchthappen op wisselende kanten wat Marijke dan weer de stuipen op het lijf jaagt. " Waar blijft hij? Zo lang onder water al."

De tijd schuift, zegge en schrijve 1 uur snijwerk en de propeller komt vrij. Ik kan de schroef manueel vrij laten draaien. Nu de bloedende wondjes op de handrug deppen, een Tshirt, nog een shirt , een pull en rillend proberen opwarmen. Mijn handen pikken, mijn huid lijkt wel gepekeld. Marijke stelt duizendmaal de vraag: " hoe kan ik helpen?" In betere tijden had ik ongetwijfeld met een bodywarming geantwoord maar alle kracht was weg, geen fut meer, een vorm van lethargie komt over mij. Marijke gooit nog wat dekens over mij en een hete tas koffie kan mijn kerntemperatuur weer wat opjagen.


Rond 19:00 is het ergste achter de rug, terug letterlijk op temperatuur en klaar om de finale aan te vatten, naar de wal met die kont!

 

Met een uur gieren rond het anker zal het zich wel goed ingegraven hebben, ons gedacht, we steken ketting bij en  gaan achteruit langszij de laatste boot van de pier. Bijna aan de wal, ik spring op de kade en bevestig de loeflandvast aan de bolder. Plots onder druk van de harde dwarswind breekt het anker uit en giert de neus in volle vaart richting wal. Machteloos kijken we toe hoe de stuurboordflank zich op de pier vol rotsblokken stort. Het scherpe beton slijpt al zijn messen.

Dan behoeden de fenders in hun eenvoud van houders van lucht- ons voor een ramp. Geen kras , geen schade maar toch zoveel gekraak en gedoe dat zelfs de meest apathische grieken van achter hun ouzo opkijken en eens komen aangewandeld.

"Ik wil hier weg, Marijke. Ik wil hier zelfs niet meer liggen, driemaal is genoeg, laat ons alles maar binnenhalen."

Met de staart tussen de benen verlaten we zuchtend de haven van Kasatos.

"Bekijk het anders, we hebben tenslotte voor de eerste keer in ons leven voorrang gehad op een ferry!" zegt Marijke nog.


Dik 19:00 en het begint al wat te schemeren. De eerstvolgende haven ligt op 10 mijl, een onbekende haven in het duister aanlopen lijkt ons wat link, vooral als we in de pilot lezen dat navigatielichten in de regio al wel eens niet branden.

 

We passeren na 2 mijl een goed beschutte baai open naar het zuiden, daar zal die Noorderwind ons wel geen parten spelen. Als het fout gaat, gaat het goed fout. De grijnzende goden hadden nog iets voor ons in petto.

We lopen in het flauwe donker de baai binnen, zwart water, hoog oprijzende  wanden links en rechts, en vooral een beenharde valwind pal op kop , een dikke 25 knopen.  Ruw water overal, als we hier ankeren doen we geen oog dicht, we moeten meer naar voor, helemaal diep in  de baai bijna aan het strand ligt plat water te lonken, verleidelijk als Kirke met Odysseus deed. We sluipen stapvoets richting strand,  we willen plat water onder de kiel en een rustige nacht. 2m onder kiel, 1m50, 1m onder de kiel. Marijke bereidt het anker voor, een rustige nacht ligt in het verschiet met achter ons de woeste 25 knoop.

Plots een remming in de boot, we worden even opgetild, schuiven op de zandbodem en liggen muurvast. De dieptemeter blijkt gekalibreerd op de waterlijn en niet onder de kiel. Nog een gevolg van de slechte briefing bij de start. Met de fok bak en gewrik met motor en roerblad krijgen we de neus afgeblazen en draaien we zachtjes weg van het strand maar we schuiven geen meter op.

Het wordt stikdonker en de enige kracht die ons eraf kan blazen gaat liggen. Het wordt stil, doodstil, eigenlijk een droombaai, enkele geitjes op de kant en verder een strakke sterrenhemel. Het ware een paradijs hadden we 1 meter verder gelegen.

Telkens de wind wat opstak, zou een verdwaalde wandelaar een wanhopige bemanning kunnen gespot hebben die vruchteloos van het strand probeerde af te zeilen. Geen meter schoven we op , alleen wat gedraai rond de kiel.

"Laat ons gaan slapen, zei Marijke, de morgen zal raad brengen."

Komfortabel is anders , onder flinke helling gaan we onder zeil, bergingsscenario' s doemen op voor de geest en dan plots als een dief in de nacht komt dan toch die slaap, de alles herstellende slaap.


We schrikken beiden wakker om 7:00, we hebben verdraaid geslapen, de boot was stil, "

de beste nacht ooit aan boord" , vertelt Marijke . " Ik was ook zo moe", zegt ze er bijna verontschuldigend bij.

 

Na een ontbijtje ga ik met vernieuwde moed te water om even de stand van zaken te bekijken. Ik sta tot aan borsthoogte in het water, de boot staat simpelweg bovenop een plaat, 1m verder ligt de vrijheid.  Met de motor en de zeilen kan ie er niet af.

Het anker uitbrengen dan maar. Een ijdele poging om wat tractie ergens te krijgen. Veel gedoe voor niks, dinghy te water, roeispanen opzoeken, anker en ketting in dinghy, ketting uitzetten al roeiend, anker gooien, terugroeien en puntje bij paaltje haal je gewoon het anker terug binnen op de winch.

We overlopen samen de mogelijk opties: de chartermaatschappij bellen en hulp vragen, liften naar Kasatis en daar een sleepje vragen aan een grote motorboot, meer wind bestellen voor meer helling tot de oplossing zich spontaan aanbiedt. Een 36 voeter passeert traag de baai.

Met de hoorn en gezwaai trekken we zijn  aandacht, een nederlands koppel dat ons met graagte een sleepje wil geven. Een lange lijn naar zijn hek en sleuren maar, vol gas beiden en zwarte rook dampend maar hij schuift geen meter op. Met spijt in het hart moeten we dit opgeven en afscheid nemen. Onze redders in nood verdwijnen letterlijk met de noorderzon.

 

Het is nu 11:00 en de goden beginnen nu toch wat medelijden met ons te krijgen. Ze sturen een Grieks dametje op het strand met de vraag of ze van enige hulp kan zijn. Ze belt naar de haven van Astakos en vraagt om hulp. " We kunnen geen sleep sturen type KNRM vermits het schip noch de bemanning in gevaar is, we kunnen alleen een priv é bergingsmaatschappij sturen. However this could cost you several thousands of euro s, sir."   "No thanks."is ons antwoord.

Geen hulp meer in het verschiet, geen uitzicht op redding, we zullen hier tot het eind van onze dagen op dit strand blijven liggen.. ik begin er al aan te denken een greppel te graven richting diep water, zot zijn doet toch geen zeer, tot de eerste gier zich al aanbiedt. Een priv é berger komt langszij: " Do you need a tow sir? You' re in serious trouble."

Na wat heen en weer gediscuteer beseft hij dat er toch geen euro' s te rapen zijn en verdwijnt.

 

We geven het op en bellen met een klein hartje de chartermaatschappij. Ze  gaan iemand sturen.

In de wachttijd ga ik nog wat net verwijderen rond de propeller-as. Wat gaat dit  een stuk makkelijker  dan gisteravond, een beetje gebukt met de snorkel onder water in plaats van spartelend ruggelings onder een gierende boot.

 

Ondertussen lopen 2 veertigvoeters de baai binnen.  Volgestouwd met een bende stoere Nederlanders. De oranjevloot zal ons eens even komen lostrekken in de hun bekende stijl.

"Hallo, ik ben Joop, aangenaam. Zullen we jullie eens effie helpen? Je gaat onze week goed maken. 2 Belgen lostrekken, daar dromen we al jaren van."

En dan schiet die geoliede machine in gang, alsof ze jaren niets anders gedaan hebben.

Twee man gaan te water met een lange lijn naar de wal loodrecht op de hartlijn van het  schip en binden die lijn vast aan een rotsblok. Het andere eind verbinden ze met de kraanlijn, losgepikt van de giek. Het halend part van de kraanlijn nog door een blok halen en naar een winch.

"Zo kunnen we de boot plat winchen, dan vol gas en vol zeil en moet ie eraf schuiven."

We winchen de zalingen bijna tot tegen het wateroppervlak.

"Winchen maar, die mast kan er niet af. En als om de boot spoed aan te manen geeft hij haar een slag op het stuurwiel. " Come on, baby …"

De boot kreunt zachtjes, een lichte beweging komt erin en een secondje later ligt ze te dobberen op vrij water alsof er nooit iets gebeurd was.

Gejuich alom, Hollanders tevreden, Belgen tevreden, 1 Griekse technicus tevreden omdat hij niet veel meer te werken had.

Een beproefde en te onthouden techniek, krengen' genaamd.

Niet vergeten de afsluiters dicht te zetten, de natte cel was bij ons letterlijk een natte cel. Door de extreme helling was de lavabo even onder het niveau van de afsluiter gekrengd.


Als het fout gaat, gaat het goed fout.


Thailand 2008 door Paul R.

Nick, de boss van de chartermaatschappij doet op zijn originele wijze de check-in van het schip. Zijn monoloog is doorspekt van minachting voor de zeilerij too slow, too deep en met fierheid toont hij liever zijn eigen motoryacht. Airco, diepvries, paardekracht op overschot, alles der op en der an. Hiermee ben ik op 3 uur op de Pfi Pfi eilanden iets waar jullie 3 dagen gaan over doen. Zijn humor houdt hem recht, het is superdruk, 8 jachten gaan vandaag zijn basis verlaten. Het is topseizoen, winter in Thailand, 30°C, blauwe hemel, 4bf NO.  Nick is een Aussi die via Indonesië in Thailand beland is, gevallen voor de mooie ogen en de rest van een thaïse schone, het zoete lot van menig vrijgezel in Thailand.

 

 

 

Eerste doel: James Bond eiland, een klassieker in de streek. De rotsformatie dankt zijn naam aan de film the man with the golden gun uit 74 . De Phang Nga baai ligt bezaaid met gelijkaardige grote rotsen, vertikaal opstijgend uit het ondiepe water, begroeid met alle tinten groen en door de erosie afgetopt als reuze suikerbroden. Een meesterwerk van de natuur, de baai is van een uitzonderlijke schoonheid waar navigatie wegens de ondieptes en het doolhofgevoel een uitdaging blijft.

 

 

 

De nacht gaan we opzoeken bij Koh Pannyi, bekend als sea gipsy eiland. Een paaldorp tegen een monoliet aangebouwd, een bestemming die ons terugkogelt naar de middeleeuwen. Onder de bemanning ontspint zich een heftige discussie. Zoveel armoede, zoveel eenzaamheid..ik heb daar een oud uitgemergeld vrouwtje op haar matje op de dood zien wachten. Een ander deel van de groep hield het op de mening dat deze vissersbevolking toch maar mooi twee lichtingen toeristen dagelijks ontvangt  en s avonds na zijn toeristenvangst- uitvaart voor de echte visjes.

 

 

 

Dag 2 brengt ons naar AoNang in de baai van Krabi. Mooringboeien als ontvangst en zicht op de drukke promenade achter het strand. Een soort Benidorm met de beruchte immitatie Rolex en Lacoste in overvloed. Misschien toch maar snel de T-shirt aanschaffen met het opschrift: I dont need a fucking T-shirt, a fucking tuktuk, a fucking Rolex, laten ze je misschien vlugger met rust.

 

 

 

 

 

Dag 3 naar Pfi Pfi eilandengroep waar de tsunami in 2004 lelijk heeft huisgehouden. De Thai hebben zich hier in de heropbouw met steun van de internationale gemeenschap- van hun beste kant laten zien: gewoon hard gewerkt en de dag geplukt. Veel is verwerkt met hun filosofische instelling: het is de wil van Boeddha

 

Onderweg naar het zuiden een middagbreak aan het bamboo eiland, een paradijselijk stukje eiland met een hagelwit strand, een dennenbos en kristalhelder water. Mooringboeien aan de loefzijde verleiden ons om daar ankerop te gaan ondanks de wel heftige branding. In  de haast om te zwemmen vergeten we de eerste les bij het verlaten van de boot: klap altijd het zwemladdertje uit!  Zonder die genadige golf die één van ons op het zwemplatform wierp, zouden we er nog aan  het snorkelen zijn.

 

De eilandengroep Koh Pfi Pfi bestaat uit zes eilanden waarvan Don en Leh de belangrijkste zijn. De kleinste leek ons de meest idyllische, weerom mooringboeien en overnachten in een pracht van een baai open naar het westen. Zonsondergangen zijn overal wel hetzelfde maar in het land van de eeuwige glimlach is het toch weer iets extra.

 

 

 

s Ochtends onderweg een vissersboot aangesproken, we zitten door onze rantsoenen en  een stukje verse vis is welkom. Onze ijskast wordt rijkelijk gevuld met reuzegambas en zeebaars voor 2x 10 personen. Alles aan een leuk prijsje: 2 pilsjes en een halve fles whisky.

 

 

 

Volgende slaapplaats Koh Raya Yai, een eiland dat met de anderen wedijvert om ter mooiste strand, helderste water, mooiste resort-spa, de mooiste tropische vissen, eilanden die je eerder aan de stille zuidzee doen denken dan wel aan de baai van Phuket. Nog een kandidaat winnaar het pareleiland Koh  Naka Noi, een eiland met kokosbomen, wit strand en een verlaten parelvisserij. Nog 2 Thai die een beetje onderhoudswerken uitvoeren leren ons hoe een kokos te plukken en vooral te openen.

 

 

 

Bij het grote zustereiland Koh naka yai zijn we getuige van wel 2 extreme uitersten: een piekfijn schooltje en de huisvesting van Birmaanse gastarbeiders in de bouw van een nieuw resort.

 

 

 

 

 

De ganse regio is in volle bloei, bij onze laatste  stop Ao Nang ligt een haven in aanbouw Zoran Island voor superjachten, voor superrijken. Met een beetje geluk kunnen we volgende keer de landvast van Bill Gates over onze kikker leggen. Thailand blijft dynamisch, een aziatische tijger in volle expansie, Thai blijven ook creatief in het omzeilen van belastingen. Bijvoorbeeld de tax van 100% op buitenboordmotoren. Zij mariniseren een oude vrachtwagenmotor, zetten die op hun houten sloep en snorren aan 30 knopen naar hun netten, zonder bekommernis evenwel om akoestische hinder: hun beruchte long tail boten

 

 

 

 

 

Thailand heeft grote indruk op ons nagelaten, met name de golf van Phuket is goed voorzien voor de ontvangst van zeilers. Meerdere baaien zijn voorzien van mooringboeien, nergens wordt liggeld of havengeld gevraagd, op de wal zijn voldoende voorzieningen voor eten. Fouragering is moeilijk, op fruit en groenten na. Drank, brood , zuivelprodukten , wijn en sterke drank zijn niet of zeer moeilijk verkrijgbaar en zeer duur.

 

De thaise keuken is bekend om zijn kwaliteit en de veelheid aan smaken. Ondanks soms zeer rare eethuizen is niemand ziek geweest , het eten ook aan de eetstalletjes- wordt supervers bereid.

 

 

 

PRAKTISCH

 

We huurden bij Elite Yachting bij Yachthaven via een belgisch makelaaar

 

www.elite-sail-dive.com

 

Thaise munt 1 euro= 47,89 bath

 

Zeilverhuur in Thailand is duur: Cyclades 50 voet 2007 4950 euro in topseizoen

 

Het leven (eten ) is naar europese normen zeer goedkoop

 

Zeer hygiënische toiletten door de aanwezigheid van veel water.

 

Internationale reispas noodzakelijk

 

Amsterdam Bangkok H/T ongeveer 850 euro

 

Binnenlandse vluchten naar Phuket zeer goedkoop

 

Thai spreken gebrekkig of geen Engels. Communicatie verloopt erg moeilijk.

 

De golf van Phuket is goed beschut voor de NO en ZW moessons, harde wind is zeldzaam.

 

Het zuidelijkste gedeelte van Thailand heeft een tropisch moessonklimaat met vrijwel het hele jaar door hoge temperaturen en veel neerslag. Hier is dan ook sprake van slechts 2 seizoenen: een korte droge ( nov-feb) en een lange natte. Algemeen gesproken: hoe zuidelijker,  hoe meer kans op een nat pak.

 


Engeland 2007 door Paul R.

Dit was de planning, de wind ging er anders over beslissen in de trent van “Sail” , says the king. “Wait”  says the wind.

 

De eerste e-mail naar de deelnemers:

 

Beste engelandvaarders

 

 

Even nog de bedoeling noteren, het wordt geen blue water sailing alla Turkije of Griekenland, een mijltje of 25 kloppen , zwemmertje en dan uitgebreid aperitieven…. Laat daar geen misverstand over bestaan: Het wordt zwaar, het wordt vermoeiend, op die 6 dagen gaan we eventjes 425 mijl lopen en 1 rustdag. Maakt per dag 70 mijl en dan nog in vogelvlucht.

 

Voor het gegist bestek ga ik uit van een gemiddelde snelheid van 5 knopen.

 

Vrijdag 27

Lemmer – Den Helder 40 mijl

Vertrek in Stabroek Dorpstraat 102 om 15:00

Vertrek om 18:00

Wie vertrekt er  vrijdagavond ? Laat me dit nog per kerende weten

Aankomst Den Helder rond 2:00

LW den Helder 00:24 dus geen tijd te verliezen, om in het marsdiep de stroming niet tegen te krijgen. We doen een korte overnachting in Marinehaven Willemsoord.

 

Zaterdag 28

Hier komen de opstappers eraan. De haven ligt ten oost van de ferryhaven.

HW den helder om 7:15 we hebben stroom mee vanaf 8:30 . Het zou dus interessant zijn om niet veel later uit te varen. Als de opstappers het onmogelijke proberen te doen om – vanuit zuidfrankrijk – ook met een kort slaapje naar den helder te komen. Hoe later de opstappers hoe later de aankomst in Lowestoft.

120 mijl west naar Lowestoft. 24uur zeilen? Aankomst zondag ochtend om 10:00. HW Lowestoft om 9:08 . De haven is wel met elk tij binnen te lopen.

 

Zondag 29

Lowestoft bekijken en fourageren en rusten. Eventueel deze dag te gebruiken als inhaaldag bij minder dan 5 knopen lopen. Uurwerken op BST zetten : min 1 uur.

 

Maandag 30

HW Lowestoft 10:25 BST

Vertrek 10:30  richting noord met afgaand tij richting Wells next the sea, aleen aan te lopen met hoogwater: Droogvallend maar er zijn pontoons with leggs volgens de havenmeester. Pontons die glijden langs palen en de boot rechtop in de modder doen zakken. We zullen zien.

55 mijl om ten laatste binnen te lopen om 19:00, 20:00 (HW Wells om 19:00)

 

Dinsdag 31

Ik zou voorstellen om niet verder the Wash binnen te zeilen, Wisbech (het oorspronkelijke doel) ligt nog een 50 mijl meer west wat de terugtocht alleen maar nodeloos verlengt.

Eerder al wat mijl afknabbelen van de terugkeer en richting Great Yarmouth aan de oostkust.

HW Wells 8:00

45 mijl richting Great Yarmouth

3 uur stroming mee en dan opboksen tegen beginnend springtij.

Aankomst  omstreeks 19:00

HW Great Yarmouth 23:47  tijd genoeg me dunkt

 

Woensdag 01

Voormiddag vertrek vanuit Great Yarmouth

120 mijl richting den helder

Klok bijstellen op GMT |plus 2

 

Donderdag 02

Afstappers in de n Helder  voormiddag.

Stroming in Marsdiep Oost vanaf LW den Helder 17:32

Tijd zat om de boot binnen te varen voor 13u00 vrijdag.

 

Voila, simple comme bonjour. Nu de wind nog, de richting, de kracht…..

Indien de wind krachtig waait NO zeg maar 7 bf dan hebben we wel niets te zoeken in the  wash. Lager wal en vooral onzichtbare lager wal, aanloopboeien onvindbaar door golfslag…

Dan houden we ons wel bezig aan de oostkust ,( lowestoft, great Yarmouth en Southwold) waait het nog krachtiger van gelijk welke richting dan blijven we op het ijsselmeer.(sic)

We gaan geen zotte kuren doen, bedoel ik daar mee.

 

Het wordt wel een fysieke uitputtingsslag afhankelijk van de weersomstandigheden, slaaptekort, onregelmatige voedingen, zeeziekte, havens binnenlopen tussen slijkheuvels, waar ligt de aanloopton… met 8 personen op een beperkte ruimte gedurende al die uren..

Ik zou adviseren dat iedereen een beetje oplet met alkohol, goed uitrust voorafgaand, zijn stressgevoeligheid wat bijschaaft enz.

 

 

Tot zover de email en de theorie.


Doelstelling: zeezeilen, mijlen kloppen in een lange overtocht, wachten lopen, koken onder helling,  het ging vermoeiend worden, de kapitein had nog vaderlijk verwittigd voor stressgevoeligheid, alkoholbeperking en fit aan de streep staan. En toch krijgt de MYC 8 opvarenden te been voor deze expeditie op een bavaria 44: Maarten, Bas, Bart, Jan, Knut, Lut, Guy en Paul.

 

Hun beloning lag aan de overkant: The Wash!  Een oeroud Engels vaargebied met droogvallingen,veel stroming, zeehonden, vogels, prachtige natuurgebieden, uitgestrekte kwelders, kortom de overtreffende trap van de Waddenzee.

 

Lemmer is de uitvalsbasis. Vrijdag 18:00 gooien we met zijn drieën de trossen los richting den Helder, alwaar 5 opstappers ons zaterdagochtend verwachten. 22:30 in de sluis van Den Oever, de 6bf West is gaan liggen tot een rustige 2 en stuurt ons met afgaand tij  naar buiten. Volle maan, plat water, groen – rode kerstboomlichtjes her en der verstrooid op het wad, 8 knopen op de GPS, toen al wisten we dat het een prachtige week ging worden.

Aankomst 0:30 , de vermaarde stoofvleesschotel met wortelpuree van Guy en dan een kort slaapje tot 7:30. De opstappers komen eraan. Al 40 mijlen op de teller.


ZATERDAG

 

 

10:00 de wind zit pal west en blaast 6 bf. 160 mijl voor de boeg, 40 mijl extra want we gaan niet meer via Lowestoft maar rechtstreeks naar the Wash, veel mooier gebied. Het tij duwt ons uit het Marsdiep en vol goede moed beginnen we aan onze slagjes. Hier laat onze Bavaria zich van zijn kleinste kant zien, het gereefd rolgrootzeil kan geen hoogte houden en  geeft een hoek van 60° op de wind. Onze overstagjes zijn om mee te huilen: 340° en 210° en eigenlijk moeten we 270! Na 4 uur stampen en kreunen komt onze oude getrouwe navigator Maarten met het nieuws dat we 10 mijl on target zijn opgeschoven en de tocht onmogelijk wordt. En dan had hij zonder twijfel al 3 uur op zijn tanden moeten bijten om het niet eerder te komen zeggen!

“Ok, dan duurt de rit maar wat langer” , zei de kapitein, “ zeg maar 3 dagen in plaats van anderhalf. We hebben eten en drinken genoeg aan boord.” En hij veegde het zout van zijn brilglazen.

Maar een andere vijand kwam onverwijld de cockpit binnengedrongen, een veel straffere tegenstander: de zeeziekte!

Met bosjes viel de bemanning uit, als in een epidemie. Dit slagveld opende ook de meest koppige ogen en de steven moest worden verlegd naar IJmuiden. Halve wind, 7 knopen, navigator content want VMG goed, bemanning content want het einde in zicht.

“Wat was het leukste nu van de ganse tocht? “ vroeg ik aan Bas op het einde van de week.

“Het moment dat de boeg verlegd werd naar IJmuiden”! antwoordde hij.

19:30 IJmuiden ontving ons met open armen, een douche, een spaghetti en slapen. Meer moest dat niet zijn. 60 mijl erbij.

 

ZONDAG

 

Wie het woord ‘Engeland’ in de mond durfde te nemen, zou onverwijld worden gekielhaald en die drieste plannen werden definitief opgeborgen. 6 bf NW dreef ons naar Oude Schild op Texel met een fris zonnetje en scherp aan de wind.

Boten die we in een onuitgegeven race snel opliepen, bleken later in de tegenovergestelde richting te zeilen, iedereen greep het roer omdat het zo leuk zeilen was, geen kattige zeeziekte meer, tijd voor een paar historische uitspraken:

“Geef mij eens een voorligging, stuurman!”     
“Als ik nu op mijn kompas moet kijken, ben ik het Noorden kwijt”

  “Welk karakter heeft die boei aan stuurboord?”   
“Het is een hommelboei, nee… hoe noemen jullie dat.. een keizersboei…. Nee…. Een kardinale!”

 

Welk onderdeel van de boot heb je nodig ’s ochtends in de badkamer. Tip: het uiteinde van de boot.  Ieder normaal mens zou antwoorden: de spiegel. Maarten niet, zijn antwoord: de wekker! En dan beweert ie dat hij een boek aan het schrijven is, zijn ultieme memoires: een handboek voor de mensheid, opgedragen aan zijn vrienden en aan Bart.

 

Oude Schild en het vertrouwde Pakhuus doemen op. De slibtongen zijn weeral duurder geworden en weer 53 mijl erbij.

 

 

MAANDAG

 

NW 5-6 occasionally 7-8. Via de Paardenhoek naar Vlieland. In den beginne nog plat voor de wind , naar het einde toe scherp. In het open gat tussen Vlieland en Terschelling hadden de weergoden de strijd om de Waddenzee overgelaten aan de baarlijke duivel zelf: golven van 3 meter, liters buiswater, harde wind, spray en lawaai, wind tegen tij maakte het zo vredige water tot een hellepoort en daar kliefde onze Bavaria doorheen, wel 60° op de wind maar gestaag naar de haven. Boten doen waar ze voor gemaakt zijn, varen recht door zee , geleid door de hand op de helmstok , firm but gently.

Met de woorden “leg jij de boot in de haven?” kreeg Jan zonder Vrees een vergiftigd geschenk. 6bf op de kop een smalle haven in met een 44 voeter zonder boegschroef. De neus verleierde en de bemanning sloeg er amper in te voorkomen dat we gingen ankeren in de carré van een bootje langszij. Reling verbogen en een kap in wat houtwerk. De discussie leverde nadien een bestek op van 100 euro. 75 euro had gelukt ware het niet dat zijn vrouw naar buiten stormde om haar man te ondersteunen. 12,5 euro per persoon, leve de solidariteit!

34 mijl op de teller en nadien te weten gekomen hoe Dr Van Vyve als notoir bibberaar koning Albert II heeft kunnen opereren: ze trillen synchroon!

 

DINSDAG

 

Een hoge druk gebied begint zich op te bouwen in het zuiden en de wind blijft NW 5. Maar het zijn de laatste stuiptrekkingen. Het echte warme weer is op komst, meer zon, meer blauwe hemel. Op naar Harlingen met opgaand tij en dan richting Kornwerderzand met afgaand tij. 2 getijden in de rug in 1 trip. En we vinden echt het wiel niet uit want meerderen hebben hetzelfde zeilplan: klassieke prachtige platbodems, majestueuze driemasters, we kijken onze ogen uit.  Zelf varen we geregeld met de zeilen ten loevert wat altijd mooie plaatjes oplevert.

We naderen vol zeil een klein bootje dat alleen met grootzeil voor de wind zeilt. Plots dekken we hem volledig af van de wind, waarbij de druk achteraan in zijn zeil wegvalt.  Rest alleen nog zijn  bewegingswind en stromingswind vooraan waarbij we hem doen gijpen en uit het roer doen oploeven  dwars voor onze boeg! Veel geroep , een slag aan het roer en het was over. Overal witte neusjes aan dek, op beide dekken. Nooit geweten dat je iemand kunt doen gijpen.

In Kornwerderzand versassen met 1000 boten is ook een evenement. Ieder voor zich en God voor ons allen. Geen beleefdheidscode, geen volgorde van aankomst, gewoon naar de sluisdeuren stormen en we zien wel. Een 20voetertje aan lij heeft het geweten, hij probeerde nog voorbij te steken tussen de wal en onze robuuste 40 voeter, maar bleef halfweg hangen. Zijn gekraak hebben ze tot in Frankrijk gehoord.

Enkhuyzen met zijn bekende chinees verwelkomde ons met een stralende zon en afnemende wind. De zomer is begonnen! Wat een zeildag! 45 mijl extra op het log.

 

 

WOENSDAG

 

Over een windstil Markermeer en Noordzeekanaal naar IJmuiden, het rondje Noord Holland volledig maken. Door Amsterdam, deels motorend, deels zeilend , heeft wel iets. Onze allereerste negerinnen gespot en Jan zonder Vrees heeft zowaar naaktrecreatie opgemerkt buiten de stadsgrens. Jantje Arendsoog. Mogelijks familie van Winnetou. Wist u trouwens dat niet de Fransen, noch de Italianen de beste lovers zijn? Het zijn 2 andere bevolkingsgroepen: de Noord Amerikaanse Indianen en de Grieken. Sindsdien laten wij ons Winnetou Papadopoulos noemen.

2 sluisen en 47 mijl verder ligt IJmuiden, open water terug.

 

DONDERDAG

 

NW 3-4 , fris , pull weer en strak zeilend naar den Helder.

Ondanks de flinke vaart blijven we met onze 44 voeter amper voor een 28voetertje, dat fel aanklampt. Later blijkt het een X-jachtje te zijn met flink wat zeil op en de eigenschap van wreed hoog te kunnen zeilen. Den Helder net op tijd bereikt om de eerste plaats nog te behouden, oef , gewonnen van een 26 voeter. In  het marsdiep gooit de stroming nog wat roet in het eten door tegen te zitten, maar wat kun je heerlijk dicht onder de wal kruipen daar, zeilen tussen de vishengels.

In den Helder wacht ons een afscheidsdiner, want 4 opvarenden gaan ons verlaten. De 4 restanten varen ’s nachts de boot nog voorbij de sluis in den Oever. De nachtelijke  wadtocht  met 2bf  en klaar zicht wordt goed gesmaakt en een korte nacht wacht ons in den Oever

 

 

VRIJDAG

 

Nog 28 mijl te gaan en de boot moet binnen om 13:00.

Bakstagen wind bij de start wat ons inspireert om de halfwinder eens te hijsen, voor het eerst deze week. Een halfuur later gaat de wind erbij liggen samen met de halfwinder, motoren tot Lemmer en zonnen…. en dromen…van een heerlijke week.

 

370 mijl op het log, veel ervaring rijker, nieuwe vrienden gemaakt, prachtige boten gezien, soms gezeild op de beesten af, wat kan zeilen prachtig zijn.

Engeland blijft wel het onbekende eiland aan de horizon, maar zoals onze Oosterburen zeiden in 45: wir kommen zurück”!


Rondje Zeeland 2006 door Paul R.

Advertentie: Beste Mycers,

het zeilseizoen loopt op zijn einde , de masten worden her en der gestreken, boten worden treurend op de wal gezet.
Echter niet bij de MYC!
Zaterdag 11 nov en zondag 12 nov wordt er bemanning gezocht op de Panacee. 3 man/vrouw voor een heerlijk rondje zeeland.
Vertrek zaterdagochtend vroeg, aankomst zondagavond rond 18u00. Als de wind het toelaat gaan we een stuk de Noordzee op.
Regen en koude zal ons niet tegenhouden, er is verwarming aan boord.
De inschrijvingen gaan nu in, first come first get.
Prijs 50euro pp . Een MYC buitenkans.
Eten en drinken spreken we wel af.



Zaterdag 11 november.

Het zeilplan zat goed in elkaar. Hoogwater Hoek van Holland om 06u00. Vroeg vertrekken richting Roompot met afgaand tij, na de sluis met opgaand tij richting Stellendam, E.T.A. 20u00. Tot zover de theorie. De wind ging er anders over beslissen: 9 bf west, buien, zeer harde wind bij de buien, af en toe zon, volgens de kenners die ons zo mooi oproepen met “alle schepen, alle schepen... dit is de Nederlandse Kustwacht...

2 stoere fokkematen dienden zich ten huize Stabroek aan om 7u00, ene Guy en ene Erik, zware gasten zoals later zou blijken, van die gasten die vissen op reuzenkrabben met kooien op de beringzee mid november maar mietjesachtig vinden.

 

Op de Volkerak een stevige 6bf en superklein gereefd op naar de Krammersluis. En het gaat goed, scherp 35° op de wind, een knoopje of 4-5. Een paar stortbuien proberen de boel wat te verzieken, maar we zijn toch al kletsnat van het overkomende buiswater , dus blijft de stemming erin. Het materiaal houdt het ook allemaal en gestaag hotsend en botsend komt de Krammer in zicht. Een ongewoon gezicht, als een Sesamgrot openen de sluisdeuren zich bij aankomst, alsof ze ons staan op te wachten. In de zomermaanden kan het anders verkeren, deze flessenhals is gegarandeerd succes op files. Alleen de grote sluis in, wat een luxe! Geen geblaf van de sluismeester: ” Aansluiten!!! Bent u doof misschien??” Op een diefje nog een tweede bootje erbij, die houdt het al vlug voor bekeken op de Oosterschelde en duikt voor beschutting binnen in Bruinisse.

 

Op de Keten en het Mastgat zit een flinke 7 bf. Toenemende helling bij de windstoten verplicht ons de fok nog kleiner te reven met de schoten binnen het stag. Een ontdekking! Uitstekende zeilvoering, goed op roer, 1 slag voor Stavenisse en de Oosterschelde opent haar grootsheid aan de afslag naar Wemeldinge. Zeg maar Oosterschelde met een grote O. Wat een witte schuimmassa, veel spray, rollende golven van een meter, hoewel het moeilijk blijft ervan de hoogte te schatten. Zout op de huid, zout op de lippen en de ogen, het is toch een indrukwekkende ervaring voor een binnenzeiler.

 

Ondertussen een actueel weerbericht: Zierikzee 8bf! En het schiet niet meer op, het tij begint te keren, de golven slaan ons bijwijlen dood, de overstagjes lukken soms niet meer omdat we te weinig zeil hebben staan. Snelheid 2-3 knopen. Op naar de volgende opdracht. Onder de Zeelandbrug! 14m60 staat er aangegeven. Maakt 1m60 overschot! Maar hoeveel deining staat er hier verdraaid? Op de pijlers breken de golven met zoveel geweld alsof ze het kleine broertje zijn van die fameuze foto’s van vuurtorens in Bretagne. Ogen toe en met de motor standby zeilend eronder door, lijkt de beste oplossing. Ofwel omkeren en naar huis bij de kachel gaan zitten, maar dat is toch weer geen optie. De motor standby is de beste ingeving van de laatste jaren, want we zijn amper 1 sec onder de brug door of de fok wordt bak geblazen door een windshift. De hoge kant met de voltallige bemanning wordt onverwachts de lage kant en de Panacée giert oncontroleerbaar om haar as richting brugpijler. Een flinke dot gas houdt ons van dat beton weg want rechtkruipen van die lage kant naar die verdomd hoge winch boven gaat niet meer zo vinnig als in onze twintiger jaren.

 

We passeren Zierikzee, plat water achter de pieren, droge kleren, warme koffie, precies vrouwengezang als sirenen: “ Kom, mannen, kom... we hebben hier alles voor jullie, alles wat jullie wensen, of dromen.... kom ..kom!”  Onder het mom van goed zeemanschap opper ik het idee om de strijd te staken en Zierikzee binnen te lopen. Erik en Guy kruisen de blikken, halen hun schouders op en zeggen: “ Allez, Paul, ge had gezegd dat we naar Burgsluis gingen, paling eten en jenever drinken. En het is nu pas plezant, niet zeveren, he.”

Hun ogen spreken boekdelen. Eén man 1 missie. Die mannen moeten in de tweede wereldoorlog nog gediend hebben op een Japans vliegdekschip vol kamikazepiloten, me dunkt.

 

En wij op weg naar Burgsluis, met 8 bf, onregelmatige golven van een dikke meter hoog, slechte zichtbaarheid, spray, regenachtig, de ene sécurité na de andere, ter hoogte van de Goeree golven van 4 meter hoog, windstoten tot meer dan 9 bf. En omgeven door zandbanken maar zoeken naar die splitsingsboei die de geul naar Burgsluis markeert. Ongeveer één golf op twee stort zich over de panacee, haar neus duikt regelmatig helemaal onder water. Moet er geen zand zijn?

En dan die spreekwoordelijke druppel die de boel doet overlopen. Een overstag in de buurt van een groene boei, een groot groen monster met al flink wat butsen en builen als getuige van eerdere rampen. “Klaar om te wenden?”  Ree!” Geen snelheid genoeg, de neus wilt er niet door, deinst op de golftop en wordt erdoor teruggeslagen. Geen snelheid, geen roer en we worden door de volgende golf een 10tal meter opzij gegooid. Richting groene boei die we wel niet raken.

 

Ik opper terug mijn voorstel om Zierikzee aan te lopen met nog meer lijfbehoud en gerugsteund door het feit dat we het laatste halfuur geen meter zijn opgeschoven.

Guy en Erik kruisen opnieuw de blikken en zeggen: “ Het is nu net plezant, dit is pas echt zeilen. Maar ja, jij bent de kapitein en het is uw boot. Jammer, Zierikzee dan maar. !”

Nog 1 stormrondje en een kwartiertje later liggen we veilig aan de wal. De lorelei meisjes zijn er wel niet maar toch is het heerlijk om daar te vertoeven. Soep, stoofvlees met puree en een lekker flesje rood, een babbel en om 21u00 liggen 3 volwassen mannen te ronken in een vochtige boot. En zeggen dat we dit voor ons plezier doen.

De stuurman vertelde me later dat hij toch van die groene boei gedroomd had en Erik had gedroomd van schepen die vergaan waren. Welkom terug bij het menselijke ras, dan toch geen kandidaten voor het vreemdelingenlegioen!

 

Het woord “haven” krijgt toch een heel ander timbre na een zeiltocht van 8uur in regen en wind: veiligheid, warmte, rust... de veilige haven als een soort moederschoot. Ook het woord “havenmeester” blijft zijn timbre behouden.

 

Zondag 12 november om 9u30 in een godverlaten jachthaven staat hij daar, moet zich goed schrap zetten om niet met fiets en al van de kade geblazen te worden; Geen douche, geen toilet maar toch 15 euro. Die havenmeester van Zierikzee is en blijft toch de kampioen der havenmeesters.

 

Niet te vroeg vertrekken want we moeten nog onder de brug kunnen, pas 2u na hoogwater. Windje 7, wat is het rustig buiten en wat is alles toch relatief. Met een puntje fok plat voor de wind naar de brug. 14m10 hoogte! Oeps, een halve meter minder dan gisteren en de golfhoogte schijnt toch niet minder. Goed in het midden blijven met een schietgebedje en het lukt!

 

Vanaf dat moment is het ‘blue water sailing’, afnemende wind, blauwe hemel, zon voluit, 12 graden (daar hebben we een speciale thermometer voor) en dansend op de golven op naar de Krammer.  Warempel zelfs enkele collega’s die de neus aan het venster steken. En dan weer die eeuwige wet: “zet 2 boten op het water en je hebt een race”. Eén splinternieuwe grijze Elan 36 vaart ons tegemoet, draait voor onze boeg 180° en vaart voor ons uit. Da’s er toch om vragen, niet? De achtervolging wordt ingezet en door van beide kanten almaar meer zeil te zetten wordt de strijd tot op het bot gestreden. Op het moment dat we hem gingen pakken , draait hij echter terug 180°. Dat is ook een manier om niet ingelopen te worden. Moet ik onthouden voor een volgende keer.

Weer alleen in de Krammer en dan vol tuig en uitgeboomde genua aan 8 knopen richting Dintelmond. Zoevend over een rustige Volkerak. Wat kan zeilen mooi en intens zijn. Spijtig dat het moet eindigen, wat een weekend, wat een ploeg, wat een ervaring rijker!!

 

 


Turkije oktober 2006 door Chris Van de velde

Pardon? Wat is dit?

Dit is wat het is: de Nederlandse uitspraak van Turgutreis en de baai Paradise.

Meteen weet u het: het gaat over de Turkijereis van dit jaar.

De tijd vliegt, Pegasus, de vliegmaatschappij, ook.

We landden dus zoals voorzien in Bodrum om aan een knappe zeilweek te beginnen.

Het heuvelachtige traject tussen Bodrum-airport en Turgutreis werd door de twee busjes vlug en keurig afgelegd. In de jachthaven was het klassieke wacht-nu-nog-maar-even-op-je-boot weer terug.

De bootjes, dat waren Ana, Maria, Attica en Mira.

Jan Marcelo- Mira - kapiteinde Veronique, Eric, Annemie, Lieve en Jan. Die laatsten kwamen vanuit Frankrijk om deze reis mee te maken.

Marc De Roeck –Maria- had het roer in handen bijWies, Jef, Leen, Eric en Geert.

Onder de giek van Michel Damads boot – Ana- zaten Nadine, Koen, Robert, Ivo, Karen, Heide en ik.

Christiaan Hillemans – Attika – zou Jean, Tony, Christel, Ilse en Knut door de Turkse wateren loodsen.

 

Van deze instappauze maakten we allen gebruik om te lunchen en om de eerste inkopen te organiseren. Binnen de korste tijd daverden de kleine wieltjes van de supermarktkarretjes over de Turkse klinkers. We duwden ze met een ongeziene lef en nonchalance door de straten. Of we dit thuis ook zouden durven?

 

De boten lagen klaar om ingepalmd te worden. Vlug alles inpakken en even wegwezen. De meesten wilden even varen op die eerste dag.

We aten die eerste avond in het restaurantje aan het parkje. Geen storm en slagregen zoals verleden jaar. Geen lichtpanne. Toch was het zeer gezellig.

 

Dag 1 of Turgutreis-Paradisebay

Het weertje was om van te snoepen. Aangename temperaturen streelden onze westerse huid, wat we van de wind niet konden zeggen. Die bleef zich maar heel flauwtjes profileren, zodat ook wat gemotord werd.

Daarvoor werden we echter beloond met prachtige kuststroken.

Het toetje was voor ’s avonds, wanneer de Paradisebay zich in alle rust en schoonheid voor ons uitstrekte. Achter een hele reeks kweekinstallaties hadden rust en pittoresk zich warmpjes verscholen, zodat je het baaitje moest binnenvaren om ervan te genieten. Voor de zwemmertjes een ideale omgeving.

Ook het avondeten kreeg zo een paradijselijke dimensie.

Wanneer dan de avond langzaam de hele baai inademde en met zijn zwart kleed alles toedekte, kwamen duistere fantasieën bij enkele deelnemers naar boven.

Vanuit de Mira vertrok een geheime missie dingipikken. Eén zwom naar de andere boten toe, de andere kwam in zijn bootje aangevaren als afleidingsmanoeuvre. Zo gelukten ze er toch in van bij twee boten het bijbootje te ontvreemden. Het liep telkens weer af met gelach en plezier…overgoten met de nodige alcoholische drankjes.

 

Dag 2 of Paradisebay – Yalikavak

Die morgen kon ik het wateroppervlak gebruiken om me te scheren, echt spiegelglad. Het kwam de schoonheid van de baai ten goede, maar gaf een flinke deuk in de zeilerspret. Uit de baai wegvaren betekende motor gebruiken.

Voor de foto’s ideaal…maar we waren niet op een fotoshootingskamp, hé!

Gepland was een tocht naar Gumusluk. Maar wind en tijd lieten dit niet toe.

De tussenstop ‘Iassos’ werd dan ook een meevaller.

Hier lag een behoorlijk knappe site met heel wat Griekse en Romeinse ruïnes.

Enkelen van ons lieten alle schroom vallen en brachten in het theater een korte, krachtige dramatische voorstelling. Dat Mycers komedie kunnen spelen werd hier duidelijk bewezen.

 

Onder een leuke luifel met zicht op visserbootjes met nettenherstellende vissers, spelende kinderen en loslopende honden werd echte Turkse koffie gedronken.

De koffiedras vulde het halve kopje en het zwarte goud dat je binnensloeg vond direct de weg naar je hartspier. Ja, een donkere Turkse kan je hart sneller doen slaan.

Van daaruit vertrok de Myc-armada naar Yalikavak. Een enigmooie zonsondergang begeleidde ons als we de brede baai uitvoeren. Een flink pak zeemijlen lag nog voor de boeg zodat we het laatste stuk in het donker moesten varen.

Het binnenvaren van de haven was er niet zo heel eenvoudig, maar daarvoor was ze dan ook een openbaring. Volledig nieuw aangelegd met lange steigers en prachtige douche- en wc-gebouwen.

Minder goed nieuws: Jan had een zeil met een scheur erin en Christiaan moest al zijn naai- en flikkunst aanspreken om een scheurtje in zijn zeil te repareren.

Voor Jans boot betekende dat ’s anderendaags vroeg uitvaren (motor) om het zeil te herstellen in Turgutreis, de thuishaven.

 

Dag 3 of Yalikavak – Bodrum

Toen ik mijn uitgeslapen hoofdje buitenstak, merkte ik dat Jan al weg was. Wij haastten ons op onze tweeduizend gemakjes en voeren om 10 uur weg.

Er stond toen een goed briesje. Koen profiteerde ervan en stuurde Ana de baai uit. Maar…ook nu weer speelden de weergoden hun spelletje. Flinke wind wisselde af met flauwe briesjes. Het was een beetje geluk hebben die dag voor wie aan het roer stond.

’s Middags werd dan ook aan boord gegeten.

De mooie wolken aan de hemel zorgden weer voor oohs en aahs van de bemanningen. De kleine eilandjes en scherpe kustkantjes vervolmaakten dit gevoel.

Het slechte nieuws van Jans boot bereikte ons: hij had heel wat  tijd verloren bij de herstelling van zijn zeil. Hij zag het dan ook niet zitten de heel lange geplande tocht nog aan te vangen en vroeg om in Bodrum binnen te lopen.

Solidair zijn ze, de Mycers! We deden het.

In de grote Bodrumbaai viel wel heel wat meer te beleven. Een prachtige viermaster, een speedoverzetboot, visserbootjes…een welkome afleiding.

Bodrum binnenvaren is een beetje middeleeuwsen: een forse burcht waarschuwt je dat alleen vrienden welkom zijn.

Achter de kaaimuur zie je dan de immensgrote haven met zijn grote zeilschepen, links daarvan de jachthaven. Sterk bezocht.

We kregen allemaal een plaatsje toegewezen. Bodrum nodigde meteen uit om er een kijkje te nemen.

Die avond gingen we eten bij NN , waar een overijverige eigenaar al zijn Belgenkennis bovenhaalde om ons te verstrooien. Zijn quizvraag – welke beroemde Belg kwam hier vaak- werd uiteindelijk opgelost: Jacques Brel.

 

Dag 4 of Bodrum – Amazonekreek

 

Ondanks de Bodrumdrukte werd het een zacht ontwaken. Snel nog wat inkopen want die avond werd geankerd in de Amazonekreek.

’t Klonk veelbelovend.

Bodrums periferie is de moeite. We gaven onze Mycersoogjes de kost en bewonderden weer de viermaster en de volgebouwde kuststrook.

Een zeemijl verder waren we weer dat kleine bootje dat op de groene golfjes deinde. Genieten, dat was het. Wind, geruis van het water…

Michel fronste de wenkbrauwen toen hij de koers uitzette. Alles ok? Nee, we voeren pal op een serieuze storing af. D’r zat wat aan te komen.

Even genoten we nog van enkele nieuwsgierige dolfijnen om dan met toenemende windkracht op ons doel af te stevenen.

Onze bemanning kleedde zich stilaan om tot acteurs van een rampenfilm. Windkracht 1O om te zien of zoiets. Roodgele, blauwe en rode pakken bedekten iedere huidcentimeter. Wat overbleef leek op een boerchazeilpak voor moslema.

Spattend nat, huilende wind en een bonkend schip maakten het avontuur nog bangelijker.

Toen we dan uiteindelijk de Amazonekreek binnenvoeren, viel de wind weg en bleef wat druilregen over.

De rust en het enig mooie uitzicht overwelmde ieder van ons.

En hoewel grote, bruine kwallen tergend langzaam in het water voortbewogen, waren onze zwemmers weer niet te stuiten. Vlug het water in. De grapjes volgden: kranige zwemmers werden met de vinger nagewezen als reuzekwallen!

Die avond verdronken we de storm en lachten we hem weg.

In de late uurtjes werd Cleopatra’s levensloop aangehaald. De volgende dag zouden we naar Cleopatra’s strand gaan. Cleopatra was inderdaad voor een tijdje naar het veilige Klein-Azië gevlucht om aan de politieke dreiging in het toenmalige Egypte te ontsnappen. Uiteindelijk kon ze bij haar terugkeer naar de macht grijpen, gesteund door haar politieke vrienden.

In de hoop deze sexy politica in haar laat-Egyptische bikini op het strand te zien, sliep ik in.

 

Dag 5 of Catalça -Cokertme

Is het omdat de kat een heilig dier was bij de Egyptenaren? Is het omdat Amazonekreek in het Turks CATalça is?

Die ochtend zat ik met een lichte kater. Ik maakte me niet al te veel muizenissen

en dronk een flink glas melk.

De baai lag er weer mooi en rustig bij. Wanneer we echter het landpuntje bereikten, was de wind er. Een stevige bries, bolle zeilen, bootje schuin, golfschuim dat de flanken van het ranke bootje streelde… zaaaaaaaalig!

Nu nog Cleopatra!

De weergoden beslisten er anders over! Wanneer we de baai, waarin ze – waarschijnlijk – ergens op een pracht van een strandje haar eeuwenoude schoonheid zou tonen, wilden inslaan, ging de wind nukkig en hard op kop staan.

We besloten dan maar verder te zeilen, pal op de kust en dan zouden we langs de kust verder afzakken richting Cokertme.

Het werd nog heel leuk zeilen.

Toen we Cokertme naderden merkten we meteen dat de liberalisering van de havenmarkt in Turkije ook werkt. Twee Turkse mannen probeerden armwiekend hun steiger aan te prijzen. Onze boot was sowieso al een linkskoers aan het varen, zodat de rechtse Turk het pleit won.

Het hoofd naar beneden, de armen slap naast het lichtgebruinde lichaam draaide de ontmoedigde linkse Turk zich van de zee af, richting vasteland.

Het strandje was pittoresk. Drie ‘restaurantjes’, een danstent, loslopende honden.

Enkele oude vrouwen, met hoofdsjaaltje, zaten gehurkt op het zand te wachten.

Ze werden iets later opgehaald door een groepje oude Turkse mannen. Het notoire petje en de borstelsnor en – wenkbrauwen verried het patriarchale in hun houding. Mak en volgzaam slenterden de gesjaalden achter hen aan.

Op de steiger probeerde Ivo zijn crew en ook de anderen het salsaritme bij te brengen. Plezier gegarandeerd.

’s Avonds aten alle zeilers in Rosemary,s place. De eigenaar gelukte er in het sjmoedelige Turks restaurantje te verstoppen achter enkele piraatsymbooltjes.

Gezellig was het wel.

Voor de boot van Tony werd het Vlaams litteraire werk ‘De vis wordt duur betaald’ echter realiteit. Tony was al eens gaan scouten voordien en zijn oog was op een reuzevis gevallen. Die werd meteen besteld voor die avond.

Hij had niet gemerkt dat bij de bestelling de neusvleugels van de piraat-eigenaar eventjes trilden en de handen veelvuldig in elkaar gewreven werden.

Diezelfde handen grepen na het etentjes gretig de Euro’s vast. Breedlachend vanonder zijn piratensjaaltje wenste hij Tony en de zijnen nog veel plezier.

Ze waren altijd welkom!

Na het etentje werd uitvoerig gedanst. Salsa, beat en Turkse volksdans maakten het feest compleet. En de raki vloeide…

Op de Ana werd het feestje tot in de vroege uurtjes verdergezet.

 

Dag 6 of  Cokertme – Turgutreis

Nagenietend van het lekkere ontbijt gooide de bemanning de touwen los.

Bay, bay, baai.

Een toeterende would-be piraat wuifde ons uit.

De schelle toon van zijn witmetalen toetertje bleef nog even op onze Eustachiusbuis nazinderen.

Een beetje onwillig kliefde de boeg van het bootje zich noordwaarts. Hij wist het, het einde van de reis naderde.

Het bootje had er beslist nog zin in, maar de wind bleef die ochtend wat langer in zijn wolkenbed liggen. Hij draaide zich nog eens lekker om in zijn wattenpak en liet het zonnetje lekker warmen.

Straks, dacht hij, blaas ik die daar beneden nog wel eens wat.

Van de luwte maakten velen gebruik om wat oefeningetjes te doen.

Manneke overboord spelen was een geliefde bezigheid.

Wat moet zo’n fender ervan denken?

Eerst en vooral moet hij, klein als hij is, man spelen. Manneke is daar een beter woord voor. En het is pure discriminatie!!!!

Wat met de fender die vrouwtje wil zijn? Wat met de fender die zeeziek wordt als hij ronddobberen moet? Wat met de  niet-opgeviste fender die als illegaal ergens opgepikt wordt en zo maar aan een andere boot moet hangen.

Stof tot nadenken…

Nadenken, daar kwam niets van.

De luie wind was ondertussen met een flinke por uit zijn bed gekieperd.

Nu zou hij zich met de bootjes daarbeneden wat ontspannen. Krachtige windstoten maakten van de laatste trip nog een spannende zeilbelevenis.

 

Voorbij de vuurtorentjes keken we nog even om. Buiten de haven golfde de Middellandse Zee nog hevig. Heimwee, nu al…

Tanken, aanmeren, poetsen. ’t Zat erop!

Die avond werd nog lekker getafeld, gelachen, weggedroomd…

Tot 2007!


Sicilie eolische eilanden 2006 door Maria van Humbeek

Zeilschip: “Gea”

Bestemming: Eolische Eilanden

Crew: Kapitein Marc, gediplomeerde zeiler Jan, technicus Rony,

catering dames Heide & Maria, all-round dames Wies en Ann



 

 

 

Zaterdag 9 september:
18h aankomst op Catania Airport.

20.30h aankomst met busje in de haven “Portorosa”

Een welkomstdrankje, bagage droppen in ons warme jacht,

een kilometerke lopen, klimmen over een muurtje, een brug over en dan.... lekker eten en vooral veel frisse wijn drinken in restaurant “Plaza” gevolgd door een goede nachtrust.

 

Zondag 10 september:

Eerste vrij belangrijke activiteit: “Bunkeren” want aperitiefjes drinken en culinair eten met een lekker wijntje gaan we zeker doen!
13h: het is zover:de MYC vlag is gehesen en we varen uit op zeil.

Tegen zonsondergang liggen we in een baai aan de “Vulcano” 

We dineren en slapen wiegelend onder de rokende vulkaan, gevolg: het dek vol zwart lava stof.

 

Maandag 11 september:

Vroeg op, zalig zwemmen in warm water, stevig ontbijt, rond 10h

koers naar “Polara” waar we lunchen en zwemmen.

Na een namiddag met weinig wind aankomst rond 19h in de haven “San Marina” op Salini.

Snel naar een supermarktje, vers eten bereiden, en dan een lekker ijsje eten op een terrasje.

Hier slapen we heel goed want we liggen heel stil.

 

Dinsdag 12 september:

Geen zon en zwoel weer!

Marc, Wies, Ann, Jan maken een grote vrij zware wandeling naar de “Monte Fossa delie Feici” Maria en Heide doen nog wat inkopen  en ergeren zich dood op het postkantoor dat nog trager werkt dan bij ons, kan dat? Rony knapt klusjes op. En met ons drie bereiden we het diner voor.

Rond 16h varen we toch nog naar Lipari met hele goeie wind.

Op onze terugweg heb ik geleerd dat zeilen ook kan met een stok !!!!

We hebben weeral zalig geslapen.

 

Woensdag 13 september:

Vroeg uit de veren want we willen zeilen, zeilen en hebben een

lange dag voor de boeg.

Rond 13.30h ankeren we in “Panarea” waar we eten, zwemmen,

zonnen, efkes aan land gaan en een beetje ruzie hebben met een

Duitse vrouw die ons de grootste bezoedelaars ter wereld vindt met onze “zware motorboot Dingi” !

17h vertrekken we met zalige wind richting “Stromboli”

Met Jan aan het stuur en Marc aan de navigatie konden we bijna

waterskieen achter onze boot!!!

Bij 6 beaufort serveert Rony ons heerlijke “Spaghetti del Mar”,

gierend houden we onze wijn stevig vast want we hangen wel een

beetje schuin!!!

Tussen vele boten en bij stevige valwinden ronden we het eiland.

Het lijkt allemaal wel een film. Onder een stralend mooie sterrenhemel ruiken we de lava, voelen we het stof in onze ogen en genieten we van de adembenemend knappe uitbarstingen.Efkes dachten we dat de maan ook vuur was!!!!

Dan het bericht over de marifoon “ Warning Wind” dus niet naar

“Filicudi” maar terug naar Salini.

Maria deed nog een zalig dutje bij zware wind om dan bij aankomst in San Marina met champagne te klinken op ons onvergetelijke avontuur.

 

Donderdag 14 september:

Onder een beetje bewolking varen we naar de baai “Formiele” waar we ’s middags eten met “heavy” valwinden en zwavelgeur .

Een stevig windje brengt ons naar “Lipari” waar we in de zogezegde  best beschutte haven van de eilanden liggen, wel zonder douchen, zelfs zonder toiletten.

Een busje bracht ons voor 2 euro/persoon naar het gezellige stadje waar we de kathedraal bezoeken, kuieren en lekker eten in een mooie tuin.

Nu wacht ons een “rotnacht” want alles klettert en wiebelt!!

 

Vrijdag 15 september:

Een beetje moe zeilen we naar de gevaarlijkste vulkaan ter wereld: “Vulcano” maar dat trekken we ons niet aan. Heide en Maria blijven aan boord en hebben de handen vol om de slecht aangemeerde boot te vrij waren van schade, een gevecht te leveren met de zonnetent enz...

De anderen beklommen de vulkaan en genoten daarna van de heerlijk stinkende zwavelbaden!!!!!

De beloning was weeral zalig zwemmen en veel plezier bij de lunch, alles schoof over de tafel!!!! Marc moest de kom aardappelsla blokkeren met zijn borsten, Rony hing vol paprika’s en Marc zijn MYC  pet werd met wijn gedoopt maar... het was leuk tafelen!!!

Rond 15h zetten we koers richting thuishaven Portorosa op Sicilie.

En niet te geloven maar de lucht wordt zwart, we krijgen wat we een ganse week misten: “regen”!!!!!

Iedereen moest om 17h in de haven zijn maar het schip van Marco di Roecko arriveerde om 19.30h, zelfs het tankstation was reeds gesloten.

Een mooie laatste avond: met de ganse groep op restaurant, plaats wisselen na ieder gerecht, plezant cadeautje geven aan Marc en Wies, nagenieten.

 

Zaterdag 16 september:

Ontbijten, inpakken, groepsfoto enz...

13h met het busje richting vlieghaven.

Een stop van 1.30 h in het pittoreske “Taormina”. Wandelen door de kleine straatjes, zicht op de “ Etna”, amfitheater bekijken in de vlucht, nog een likijsje “gelatti motta” en verder naar Catania waar we om 19.30h onze vlucht hebben naar Brussel.

Moe en voldaan thuis om 0H.

 

Bedankt Marc en Wies voor de organisatie, bedankt MYC voor alle extra’s.

Bedankt toffe crew voor dit onvergetelijk, gezellig en tof zeilavontuur.


Engeland 2006 door Bart Nelissen

“MYC”, een drieletterwoord dat reeds vele malen mijn gehoor prikkelde, maar vooralsnog dode letter bleef, zou snel een bijzondere lading dekken. Een zeiltrip naar Engeland met een Bas, diens vader (Maarten) en een collega-arts van die laatste (Paul) sprak me  wel aan. Mijn toch wel hoge verwachtingen werden ruimschoots ingelost.

 
De ervaringen die ondergetekende tot voor deze trip opdeed beperkten zich tot de Oosterschelde en omstreken. Het ruime sop kiezen, omringd door ruwe zeebonken zou het echte werk worden. Deze bleken achteraf in de eerste plaats rasechte zeiladepten die de après-sail tot culinaire kunst wisten te verheffen. Met het gezellige Dintelmond als uitvalsbasis ging het richting Stellendam, de laatste sluis vooraleer het Kanaal over te steken. Dit bood het voordeel van de geleidelijke overgang. Zeilvaardigheden oprakelen en vaderlijk bijgeschaafd weten door de overige bemanning in opperbeste zeilomstandigheden… het beloofde veel goeds. De Noordzee lag er aanlokkelijk bij onder een zonnige 4 Bft. NNO. Met een licht gereefde fok surften we richting de Wash, ons voorstellend wat we na aankomst te horen zouden krijgen uit de mond van menig Engelse sirene (“Oh sir, you’re so big!”).

De route werd nauwkeurig en waypointgewijs uitgezet door Maarten die zich uiterst bedrijvig toonde aan de navigatietafel. Stevige, bijwijlen weinig comfortabele weersomstandigheden brachten ons ertoe om in de late namiddag overstag te gaan en rechtsomkeer te maken, de volgende dag zouden we het opnieuw proberen. Het log wees een kleine 50 mijl aan. Als voorproefje voor wat een zalige zeilweek worden zou, kon dit alvast tellen!

 
Na een goede nachtrust, verkwikkende douche en stevig breakfast wenden we de steven in de richting van het Engelse vasteland. De puike weersomstandigheden zorgden voor een opperbeste stemming en aan 7 knots stoven we de plas op. De  wind kwam geleidelijk meer opzetten en dus deed het inmiddels vertrouwde “All ships! All ships! All ships! This is the Netherlands Coastguard with the weather forecast ” ons de oren spitsen. Een betrouwbaar weerbericht is immers van groot belang wanneer je aangewezen bent op mother nature. De  gale warning gooide roet in het eten, maar vermits nog maar een 30-tal mijl afgelegd was besloten we unaniem om de steven te wenden.
Safety first!

Diezelfde avond nuttigden we een lekkere Griekse maaltijd in het pittoreske Hellevoetsluis. De portugees-indisch-kaapverdische schone wist de hele bemanning te charmeren met haar exotische serveerkunsten.

Hoewel we 60 mijl hadden afgelegd waren we enigszins op onze zeilhonger blijven zitten. Een nachtelijke zeiltocht moest daaraan verhelpen. Dit liet toe om de charme van het navigeren op lichtboeien aan den lijve te ondervinden. Ronduit schitterend, al besloot ondergetekende na zowat een uurtje zijn kooi op te zoeken –dobberend inslapen moét je eens hebben meegemaakt- tot lichtelijk onbegrip van de door lichtboeien gebiologeerde bemanning. Het log leerde me de volgende morgen dat er die nacht tot 1.30u gezeild was.

 

The Wash zouden we niet te zien krijgen, maar gezeild is er met volle teugen.

 
’s Zondags lichtten we het anker om 11.30 na een uitgebreid ontbijt en een tevergeefse poging om het visbestand in de jachthaven te decimeren. De steven werd gewend richting Sint Annaland waar mosselen met friet een aangename zeiletappe – 4.5Bft NO- afsloten. Om 22.30u diezelfde avond doorkliefde de ranke Panacee wederom de Oosterschelde richting Zeelandbrug om vervolgens koers te zetten naar de Roompot. Een weinig joviale inboorling belette ons langszij te liggen aan het wachtponton, waarop Maarten en Paul een waar huzarenstukje opvoerden om de boot omstreeks half drie ’s nachts alsnog aangemeerd te krijgen en dit met 58 mijl in de zeebenen. Zij slaagden hierin zonder hun jeugdige bootsmaatjes te wekken waarvoor dank.

 
De volgende dag liet de wind het wat afweten, maar de motor bracht raad. In de late namiddag werd het mondaine Blankenberge aangelopen alwaar op een zonnig terrasje de honger werd gestild. Maarten en Paul haalden wat slaap in waarop de jonkies zich in het nachtleven stortten en zich na terugkeer met de buitgemaakte deernes aan een nachtelijke plons-sessie in de jachthaven waagden. Vooral Bas’ Babette wist met haar salto’s te bekoren tot groot ochtendlijk ongenoegen onzer ouderdomsdeken, die niet geheel onterecht wees op het gentlemen’s aggreement dat men de nachtrust hoort te respecteren.

 
Via Oostende –waar plaatselijke delicatessen gretig werden verorberd- ging het die dag naar Zeebrugge. Grote ogen trokken we bij het aanschouwen van menig flink uit de kluiten gewassen oorlogsbodem en containerreus. Net voor het bereiken van kalm water binnen de havenarmen, liep de voorkajuit bijna onder water nadat een flinke hoeveelheid zeewater door de stevige golfslag door het open dekluik naar binnen spoelde. Kapitein Haddocks gevloek leek een lofzang bij het aanhoren van het gesakker van de schipper.

 
Woensdag ging het van Zeebrugge via Breskens naar Vlissingen. De oversteek van de Schelde ging gepaard met een aantal bijna-overvaringen, doch tot mijn grote opluchting bereikten we heelhuids de rechteroever. Half acht wees de scheepklok aan toen we de landvasten bezigden in Veere.

 
Voor het eerst gingen de hemelsluizen open toen we de volgende morgen Veere achter ons lieten bij een kleine 3 Bft. ZW, maar reeds bij de sluis van het Veerse Meer was de zon weer volop van de partij. De laatste portie UV werd warm onthaald, de gebruinde bemanning tuigde de boot af waarna op een terrasje in het vetrouwde Dintelmond de laatste Wieckse Witte’s soldaat werden gemaakt.

 

A sailing ship is no democracy; you don't caucus a crew as to where you'll go anymore than you inquire when they'd like to shorten sail.
Sterling Hayden

 

Onze schipper Paul Raepsaet straalde vertrouwen -“jongens, dit is volop genìeten!”- uit en was vaardig in het aanbrengen van zeilweetjes die veel efficiëntie in zich droegen. Eenieder kreeg van bij het prille begin de kans om te wennen aan de specifieke zeileigenschappen van de boot en ook toen de weersomstandigheden -een stijve bries en aanzienlijke stroming- meer stuurmanschap begonnen te vergen, liet Paul niet na om elk van ons uit te nodigen het roer over te nemen. Het aangehaalde citaat bleek geenszins bewaarheid vermits ieder van ons werd geraadpleegd over het al dan niet verleggen van de koers, het overstag gaan en diens meer.

 

Gedurende enkele dagen op een relatief kleine oppervlakte samenleven is een bijzondere ervaring. Het zeilen in soms veeleisende omstandigheden biedt de mogelijkheid om elkaar af te tasten en een verstandhouding te ontwikkelen die in de dagdagelijkse praktijk minder kans krijgen zou. Menig levenservaring en dito les worden uitgewisseld. Een eerste indruk wordt gemaakt, bijgesteld dan wel bevestigd om tenslotte een vrij volledig beeld te worden van iemands persoonlijkheid.

 

De weergoden waren ons gezelschap  welgezind en de Panacee bracht haar bemanning behouden thuis.

 

Met 309 mijl op te teller kunnen we terugblikken op een mooi parcours.

 

Dit smaakt naar meer!

De echtgenote een weekje weg, kinderen op kamp, het huis leeg en verlaten, buiten 30°C stralende zon en een standvastige wind uit het NO. Is er een beter kader om te zeilen, of wat? En niet zomaar wat zeilen, doorzeilen, mijlen kloppen, wachten lopen: een oversteek van Stellendam naar Lowestoft! Een serieus experiment!

 

Het bootje - een Vindö 40,  9m50 lang- had zich al erg kranig gehouden op kustwater maar in de grote Noordzee was haar gedrag nog een onbekende.  De bemanning niet erg zeevast, weinig ervaring op een nieuw vaargebied: The Wash, een waddengebied met flink wat getijdestroom en droogvallingen. Einddoel: Wisbech op de rivier Nene met een tussenstop in Well’s next the Sea , een droogvallende haven. In het verleden al éénmaal drooggevallen met een kieljacht met als resultaat 2 gescheurde fenders en een verbogen skepter.

 

De reactie van de havenmeester aldaar op mijn ongerust mailtje:

“Thank you for your mail.

High tide on Sunday 16 july is at 11.04 AM

Your vessel will dry out, but our pontoons have legs, so your vessel should sit safely.

We are looking forward to seeing you.

Bob Smith, Harbourmaster “

 

Een ponton met benen, we zijn benieuwd!

 

VRIJDAG

Een stralende voormiddag van Dintelmond naar Stellendam, halve wind 5, plat water, 7 knopen op het log, als een scheermes door de boter. De eerste 25 mijlen van de 125 klokken we af op 4 uur, met een sluis erbij.  Het weerbericht in Stellendam: 5-6 bf NO, decreasing 3-4. Beter kan niet en we gooien ons op de Noordzee, in short en bloot bovenlijf, wel met 2 reven en zwemvest want voorzichtigheid blijft de moeder van de porseleinkast. Wat een verrassing buiten! Een zeer onstuimige zee door wind tegen stroming en door onze eigen snelheid. De Panacée had haar 7mijlslaarzen aan door de halve wind en gaf continu 8 knopen op het log. Af en toe een breker dwars op de romp die zich in de kuip stortte. Ons mediterraan gevoel was op 5 minuutjes weg, we begonnen te rillen van de kou en moesten binnen deftig zeilgoed gaan aantrekken. Daar loerde dan de zeeziekte om de hoek.

“Het weerbericht sprak van decreasing, geduld is de boodschap “, sprak ieder tegen zichzelf.

En wij maar wachten op de decreasing, dansend op de golven, een 31-voeter is in die omstandigheden toch iets als een kurk in een bad. Geen patroon in de golven, plots uit het niets een roller van rechts die de boot precies een meter op 5 opzij zette en de bakboordgangboord diep onder water drukte. De eerste straaltjes zeewater begonnen zich via de achterwand van de kastjes binnenin een weg naar de bilge te zoeken. Toch ergens een gaatje nog af te kitten! Plots een spray water door het open schuifluik op de radiotuner. Zout en elektriciteit, een heerlijke combinatie! Wat gesputter van lichtjes en fini. Zo was het plezier er vlug af en na 2 uur stampen wendden we de steven, terug naar Stellendam. Veel protest was er niet van de bemanning, zo de nacht ingaan leek ons net iets van het goede teveel. De terugrit was van hetzelfde laken een broek, maar dan van de andere kant. Niks decreasing, we klokten af op 7-8 bf schijnbare wind uren aan een stuk. Decreasing! Terug op de wal zouden we Frank de Boosere en zijn madam eens een lesje leren.  De panacée hield zich kranig en leverde ons doorweekt en uitgeput terug af aan Stellendam. Eten en slapen in een beschutte havenkom, wat kan het leven mooi zijn.

 

ZATERDAG

Vandaag een nieuwe aanval, nu met een ander tij: wind met tij mee, 4-5 bf ‘probably a 6’ en een plat water. Fantastisch! Op 1 oor als een mes erdoor, volle gas, ‘England here we come’. We spraken af om ons Engels al wat in te oefenen: “ Hi, girls, I am from Staypants.” Hier moeten we mee kunnen scoren.

Het ambetante van tij is dat het na een aantal uur keert en daarenboven - als uit het niets - op kanaal 16: “Gale Warning! “Een 7 op komst!  Een blik in elkaars ogen was voldoende:” Rechtsomkeer!” en als hazen terug naar Stellendam. Het Engeland-verhaal werd nu definitief opgeborgen, de tijd zou beginnen dringen maar geen getreur, er is water genoeg.

We wendden de steven naar Hellevoetsluis voor een dinner in een Grieks restaurant. Een paar ouzo’s in Hellevoetsluis, wat een cultuurschok! En surplus bediening door een bloedmooie negerin uit Kaap Verdië. Wat bezielde ons toch om het zo ver in Engeland te gaan zoeken?

Een zacht briesje en een rustig Haringvlietwater verleidden ons nog tot een nachttochtje naar Blinckvliet, een rustig haventje op een zijriviertje. Slapen en douchen, eindelijk! Ook de Panacée kreeg een spuit zoet water en schudde met plezier haar zoutkorrels van zich af.

 

 

ZONDAG

4 bf ZO, op naar de Volkeraksluis. Scherp aan de wind, vol zeil met tientallen slagjes onder de Tiengemeten, in een onuitgesproken race met collega’s die dezelfde richting uitgingen.

Zeilen tot aan de rand van de ondieptes, concurrenten uit de wind zetten, net iets later overstag gaan, één iemand moest zijn motor starten om een aanvaring te vermijden, ja , ja, bakboord heeft voorrang. Een najad 36 die het in het snuitje kreeg dat we wilden racen, zette een tandje bij en verdween uit het zicht. De andere boten hun scalp bengelt nog aan onze gordel.

St Annaland bood ons een heerlijke mosselpot - klein maar fijn -  en was het weeral de heerlijke nacht die ons overhaalde nogmaals de zeilen te steken, we zullen het wel nooit weten. Gedragen door tij en een beetje wind, godverlaten op een uitgestrekt water met duizenden lichtjes en duizenden sterren, links en rechts nog een slapeloze meeuw, een rimpelende hekgolf als getuige van onze voortgang, onder de Zeelandbrug zeilend richting Roompotsluis. Aankomst 03u00 , 4 uurtjes slaap te gaan om een gunstig tij mee te pakken. Dachten we! Verwachtten we! Tot we goed en wel als 4de in de rij aanpikten op een wachtponton. Plots een bodybuilder in de gangboord: “ Als jullie hier nog aanmeren, dan snij ik jullie alle drie los! Ik heb schijt aan de politie, kan me niet schelen waar jullie gaan liggen, maar hier niet!” Op onze opmerking dat driftende boten met slapende bemanning toch niet zo erg veilig zijn had hij een afdoend antwoord:

“ Slapende bemanning?!” en hij stampte zo hard ie kon op boot 3 in de rij.

Een luikje opende zich en een slaperig hoofd smeekte ons om maar naar die gek te luisteren. Hij had na veel gezaag nog mogen aanpikken onder conditie dat hij de laatste was. Deze man keek nu zo zielig dat we maar lospikten en tussen 2 duckdalfen zijn gaan hangen. Niet zo simpel, wat resulteerde in het verlies van een bril en snijwondjes van de scherpe schelprandjes. Toch nog 3 uurtjes verkwikkende slaap gehad, gedroomd van vechten met bodybuilders en nog winnen ook. ‘s Anderendaags was hij wel al verdwenen, de sissie.

 

 

MAANDAG

Plat voor de wind naar Blankenberge, zeilen ten loevert en de boom erin. Af en toe motoren als de wind er het bijltje bij neerlegde. De zeewind bracht in de namiddag redding en de Belgische kust doemde op met een goede 4bf. Blankenberge NIET aanlopen met laagwater, sprak de Pilot. Veel geblaat en weinig wol, met onze 1m40 zat er water zat. ‘s Avonds nog de VTM Show Tien om te Zien met K3 op de zeedijk en toch nog goed geslapen.

 

DINSDAG

Het blijft maar zonnig, dag 10 van de hittegolf en Oostende wenkt. Wind NO plat ervoor, idem als gisteren. Voor de Mercatorsluis gemeerd aan een vissersboot en op zoek naar een middagmaal. Nadien de krachttoeren van een valkje bewonderd die zonder motor rondjes draaide voor het rode licht tussen een 5tal kajuitjachten. Da’s pas het echte werk, als het bij ons wat moeilijk wordt, zetten we als echte snobs  motortje bij. De havenmeester had er zelfs wat begrip voor en liet het valkje als eerste uitzeilen. Knap!

Dan was het weeral aan ons, op naar Zeebrugge. De Old Steamer lag wel vlak in de wind en het was alweer een 6 bf met knobbelige zee, wind tegen tij. Heerlijk gezeild, een paar slagen diep in zee tot ongeveer de havenmonding dwars lag. Breed genoeg zo op het eerste zicht, maar dichterbij staat zo’n felle dwarsstroom dat ie maar net breed genoeg is. Met iets achterlijke wind dan dwars gooien we ons op de ingang. Volle gas, 2 reven, kleine fok, golf op, golf af, nog 3 golven, nog 2 en dan plat water binnen handbereik. Nog 1 golf, de boot richt zich op , de golf rolt onder haar door, in die opwaartse beweging opent zich het voorluik en met open luik duikt ze terug naar beneden.!! Het voorluik had de ganse dag niet op het haakje vastgelegen! In de haven leek onze boot op een zigeunercaravan met matrassen en lakens drogend op het dek.

 

 

WOENSDAG

Zeebrugge-Breskens en met het tij mee naar Hansweert, althans dat was de bedoeling. Een denkfout bij de start en geen wind op de middag trokken daar een streep door: voluit stroom tegen aan Vlissingen! Een Hoegaarden in de jachthaven van Breskens bracht raad: men serveert daar op papieren placemats met de kaart van Zeeland erop. Even de koppen bij elkaar gestoken boven zo’n kaart en het alternatief bood zich aan. Halve wind oversteken naar Vlissingen en via het Kanaal van Walcheren dwars door Middelburg naar het Veerse Meer.

Zeer mooie route, op motor weliswaar maar indrukwekkend. Geen zucht wind, bakkende zon, meer dan 35°C niet te doen. Zo dacht ook de Schroebrug erover voor het station, ze was zo uitgezet door de hitte dat ze klemde.

“Rond de avond gaan we nog eens proberen, tot zolang blijft de brug gestremd”, zei de marifoon.

In de vooravond lukte het uiteindelijk, nog even een fender opvissen bij de start -dacht Maarten - en en passant de contactsleutel afbreken. De motor bleef wel doordieselen, maar bij de eerstvolgende start van de motor zaten we wel met een probleem. Het werd opgelost in Veere , in de oude havenkom waar we werden geholpen door een jonge knaap uit het havenkantoor. In zijn wilde jaren had ie nogal wat wagens illegaal gestart gekregen. Contact los gevezen en 2 draadjes verbinden gaf contact. Vanaf toen startten we telkens de motor met de passer.” Motor starten? Mag ik de passer, Maarten?”

 

 

DONDERDAG

8 uur uit de veren, boot nr. 1 wilde uit de rij en wij maar mee het water op. In een denderende plensbui, 2 bootjes op een platgeregend water, voortgestuwd door een zuchtje wind. Op dit watertje hebben we in het verleden nogal wat gezeild, onze zeilerswieg moet er ergens staan. Met die krakkemikkige oranjeplaatjes die gelukkig tegen een stootje konden. Met scha en schande de zeiltechniek onder de knie proberen krijgen en nu passeren we hier onder vol zeiltuig.

“Kijk, ginder hebben we op de stenen gezeten, ginder tegen de pier gebotst, ginder gefietst en naar de bootjes gekeken!” Gedragen door de wind zeilen we al die herinneringen voorbij.

De Veerse Sluis roept en op een wip zitten we op de vertrouwde Oosterschelde. Nu zijn we dicht bij huis, nog de Krammersluis door en aftuigen. Het mag ook eens een omgekeerde wereld zijn: netjes buiten de geul in de Keten, werden wij - en andere onfortuinlijke collega’s - op gijpkoers gehinderd door een vissersboot uit Bruinisse die de bocht wilde afsnijden. Kanaal 68 werd even gebruikt om die jongen zijn vet te geven. Oneigenlijk gebruik van de marifoon, maar ik stuur gelukkig geen ATIS mee.

 

Het was een heerlijke zeilweek, zonovergoten en wind zat. 325 mijl extra op het log! We hebben bekende en onbekende plekken aangelopen. Engeland blijft voorlopig wel het onbekende eiland aan de horizon, maar uitgesteld is niet verloren. Een zeevastere bemanning, een stevigere boot, of toch de Vindö die misschien haar zeegeheimen in de loop van dit jaar zal prijsgeven? Nog meer reven? Iets andere koers?

Al bij al één besluit: deze tocht doen we zeker nog eens opnieuw!


Oosterschelde  Windkracht 9 door Chris van de velde

De kille regen sloeg hem in het gezicht. Met fijne straaltjes liep het zilte nat over het zeilpak om er dan aan de jasrand netjes af te druppen.

Het was nacht. De flauwe boordlichten wierpen een zacht licht over de kuip

De boeg van het kleine bootje worstelde heftig met de golfslag van de Oosterschelde.

De strakke westwind beukte op de fok in en driftte het bootje steeds weer naar de rode boeien toe.

Rechts werd het zicht steeds slechter. De groene boeien verdwenen plots. Een wit knipperlicht was het enig wat aan bakboord overbleef.

‘Ik richt me wat meer naar de rode boeien’, riep de stuurman.

De gierende wind en het geklots van het water overstemden dit echter.

De stuurman probeerde onder de fok door te kijken. Maar het schip maakte nu weer wat slagzij, zodat dit haast onmogelijk werd.

Wanneer het bootje weer wat recht kwam, dook plots naast de fok de boeg van een ongeladen lichter op.

‘Kapitein, een boot’ De schorre stem werd gevoed door angst.

De kapitein reageerde instinctief. Met een ongezien lenige sprong dook hij naar het roer.

Al zijn zeemanskunst lagen nu in dat éné gebaar: een ruk naar links.

De stuurman wist het even niet meer, maar ook hij reageerde instinctief juist.

De kapitein stuurde het bootje dwars voor het zwarte gevaarte met de witte snor.
Even floepten twee grote schijnwerpers een zee van licht over het hallucinante tafereel. Even leek alles onwezenlijk stil.

Hij zal ons raken, flitste het door de stuurman zijn hoofd.

  Weer hoorde hij de wind, de regen die neergutste en het zachte schuimduwen van de lichter…

Deze voer nu onverstoord en met gedoofde schijnwerpers aan het kleine bootje voorbij.

 

Neen, dit is niet het begin van een of ander boek.

Dit is pure realiteit op de Panacée - ’s nachts om 2.30 uur op de Oosterschelde - net voor Wemeldinge.

 

Een dik uur voordien hadden we al een unieke ervaring opgedaan in de Krammersluizen.

Paull Raepsaet was het staketsel voor de sluis opgeklommen. De sluis voor de sportvaart was dicht en we moesten de grote sluis voor de beroepsvaart nemen. Huilende wind, kletterende regen en een krakkemikkerig luidsprekertje zorgen hier al embryonaal voor misvattingen.

Wanneer de grote sluisdeuren uiteindelijk opengingen keken we allen verwonderd rond: niks bewoog. Verleidelijk breed open lag de sluis uitnodigend voor ons.

 

Paul besliste dan het fijne bootje in de reusachtige sluis te sturen. In de verte kraakte een metalen stem steeds iets van voor en achter, van beroeps- en pleziervaart, van dit en van dat…

Toen we het midden naderden werd die stem plots gepersonaliseerd. Een mannetje van een 15 cm groot stond vanop de kant woest te armzwaaien en te tieren.

Het was duidelijk nu.

Pleziervaart NA de beroepsvaart, pleziervaart NA de beroepsvaart…heb ik gezegd…HERAUS, HERAUS…

Ik wou nog even vragen hoe het kwam dat een Duitser de Nederlandse sluis bestuurde, maar wijselijk zweeg ik.

Paull gooide het roer om en met licht gebogen hoofd voeren we weer naar buiten.

Een stalen muur van zeker 8 hoog en 15 breed gleed bijna geluidloos op ons af.

Gevaarlijk was het niet, maar wel spannend.

Ik heb me voorgenomen nooit in het bijzijn van sluiswachters te vertellen dat ik al door de Krammersluizen ben gevaren.

 

Toen we ’s anderendaags wakker werden om samen met de anderen aan het hemelvaartweekend te beginnen, beseften we dat we eigenlijk onze hemelvaart net niet – gelukkig maar – gehaald hadden.

Enfin, de schrik zat er nog in als we, Heide en ik, bij Hans aan boord gingen en samen met Evelien en Bart naar Zierikzee wilden varen.

Voordien hadden Christian en Hans aan het roer moeten werken omdat er schijnbaar wat met de tandwieloverbrenging wat misliep.

Net buiten de havenkom bleek de rolfok vast te zitten. Geen loskrijgen aan. Iemand moest de mast in.

Bart werd door ons als vrijwilliger aangeduid om met deze krachttoer nog meer indruk op zijn Evelien te kunnen maken. Bravoureus wist hij deze taak uit te voeren.

Evelien nam hem daarna, trots en teder, in de armen. Hierdoor liep het vertrek wel wat vertraging op natuurlijk.

De tocht verliep goed. Toch wat zon en vooral een strakke wind. Iedereen kon hier zijn zeiltalentjes eens laten zien.

In Zierikzee zaten de anderen rustig te lunchen en het vrolijke gelach verraadde dat aperitief en wijn de sfeer wat losser hadden gemaakt.

Van daar uit voeren we naar Bruinisse.

Het roer knakte af en toe onheilspellend, zodat Hans er niet zo heel gerust in was.

In Bruinisse kwamen alle boten weer samen voor de sluis. Ondertussen was ik op zoek gegaan naar een leuk restaurantje. Dat vond ik net achter de dijk aan het vissershaventje. Met een lekker etentje werd een leuke dag afgesloten.

 

Vrijdag.

Ellendig! Regen: kletsregen, spatregen, motregen, regenregen, het regende zelfs goeie ouderwetse vijffrankstukken. Vreselijk.

De bemanning op onze boot bleef hetzelfde.

In regen en wind, met pieken van 9, trotseerden de boten het woelige Grevelingenwater.

Een weertje om sportzeilers jaloers te maken. Witte schuimkoppen op nijdig aanrollende golfjes, opspattend nat, bolle zeilen waarin regelmatig een droge knal een hevige windstoot verried.

Na een dikke twee uren bereikten alle bootjes Brouwersvliet.

Het langgerekte haventje met zijn 17de eeuwse sfeertje maakte het allemaal weer de moeite waard.

Het werd weer een gezellige MYC-avond in een historisch kadertje.

Hans probeerde weer eens het roer te repareren. Of het morgen houden zou?

 

Zaterdag

Het weer leek wat beter…

Vandaag terug naar Bruinisse en dan naar Wemeldinge.

Wij zitten vandaag op de Moving Free. Het weer is nog best te doen. Flinke wind, maar vrij droog.

Net voor de sluis komen alle boten weer samen. Hans ziet het niet meer zitten. Het roer blijft rare knakjes veroorzaken. De boot moet nu maar naar Sint-Annaland. Bovendien is er een lek in de waterkoeling. Niet erg, maar toch…

Hans en ik varen dan- pal tegen de wind in weer naar Sint-Annaland. De regen heeft ondertussen besloten dat droog lang genoeg gekregen heeft.

Plensen, striemen, geselen, roffelen…alle variaties komen weer aan bod.

Boven en onder nattigheid. Ook dit wordt een ervaring.

Hans geeft de havenkapitein instructies om de boot te repareren en rijdt me naar Dintelmond waar ik de anderen in plenzende regen opwacht.

’s Avonds eten we in de restaurantboot van Dintelmond. Best te doen.

 

Zondag

Heide en ik mogen weer Panaceeën. De anderen varen terug naar Wemeldinge.

Leuk afscheid nemen en dan met Paul en Marijke op weg naar het Benedensas!

Een geheime tip …een aanrader!

Wauw! Pittoresk, schattig…Holland van de prentenboekjes. Een heerlijk mooi sasje en een leuk bruggetje. Daarachter een havendokje waar Vermeersch  beslist zijn schildersezel zou neerzetten.

Van hier uit kan je naar Steenbergen varen. Onderweg kan je aan een pontonnetje aanmeren en overnachten.

Wij opteren voor een partijtje vogelen d.w.z. een rustig wandelingetje door een natuurgebied maken waar je vogels kan bestuderen.

Wanneer we ’s avonds naar huis rijden en de zon oranjerood zien verdwijnen in het polderlandschap beseffen we dat we weer eens gelukskinderen zijn.

Onvergetelijk leuk!


Zeilen in Friesland een ervaring apart door Karen Merlevede

Eén voor één kwamen we allen binnengewaaid in het luxueuze bungalowpark te Friesland. “Huisjes met rode daken” stond er op onze mail die we kregen van Paul. En wàt voor een huisjes: verschillende kamertjes, goed geïsoleerd, living, keukentje, badkamer, aparte WC, terrasje, en dat alles rond een meertje gebouwd met privé aanlegsteigertjes voor de bootjes. Heel wat anders dan ik me had voorgesteld, pure luxe !


Vrijdagavond werden reeds de eerste flessen wijn gekraakt en gekeurd. Deze grondige studie werd de avond nadien hernomen en nog meer diepgaand (vooral voor wat het niveau in de flessen, vele flessen, betreft) tot op de bodem uitgewerkt…


Het weer was schitterend, lekker zonnetje, warm, en een goed windje, ideaal zeilweer. Wij waren de eersten om een spektakel op touw te zetten toen we waterhozend binnenvaarden op onze picknickplaats. Een verkeerd manoeuvre (vraag me niet welk, zelfs onze kapitein wist niet exact hoe het is gebeurd…), een windvlaag, een grootschoot (zeg ik het goed? Geen touwtje dus…) die niet snel genoeg wilde lossen, en ja hoor, plots kieperde de boot (een “valkje”) naar een volstrekt verticale stand. We stonden er recht in, met onze voeten op de zijkant onder ons, benen tot kniehoogte in het water, het zeil hing een paar centimeter boven het wateroppervlak. Het bootje heeft lang getwijfeld, maar dan tot onze grote vreugde toch besloten terug te keren tot normale horizontale positie ! Veel water geschept, en hozen maar…. We waren kletsnat, een ervaring rijker… Mij maak je intussen niet meer wijs dat je bij kleinzeilerij enigszins droog kan blijven… En mijn reddingsvest? Doe ik niet meer uit…


De barbecue was een groot succes, heerlijke groenten en salades, kunstig en met liefde bereid, goede koks aan de barbecuestelletjes, wat wilt een mens nog meer?


Even een spannend moment toen één van de kinderen in het water viel tussen wal en boot. Gelukkig hadden Paul en Dirk de plons gehoord en werd het jonge slachtoffer al snel uit het water opgevist. Probleem opgelost, maar nog wel even zoeken naar de ouders: van wie is dit kind nu ook alweer?? …


Daags nadien nog veel meer spannende en leuke momenten. De wind was iets krachtiger en hierop had Emmerik besloten twee van zijn kinderen op sleeptouw achter de boot te hangen om zijn vaart wat te minderen…Bij Jan op de boot vonden ze dan weer dat de wind niet goed genoeg was (men is ook nooit tevreden), en daar zetten ze één van de kinderen (van Christine) aan het werk met een roeispaan. Nog nooit gehoord van verbod op kinderarbeid??


Toen we even aanlegden om onze mast terug op te hijsen (die we hadden neergelegd om onder de kleine schattige bruggetjes van Friesland door te varen), werd de aandacht van onze mannen aan boort afgeleid. Een van de boezems van een jongedame op een bootje achter ons was ontsnapt aan de wat te kleine maat bikini…. Wanhopig probeerden we hun aandacht te verkrijgen: “hangt er niet iets los”? Waarop ze hun bootje inspecteerden… Duidelijkere uitleg bleek nodig…


Aangekomen op onze picknickplaats te Ijlst, zagen we een fiets aan de waterkant van een reling hangen (vermoedelijk reeds vandalenwerk). De aandacht van de zoontjes van Christine was onmiddellijk opgewekt. En ja hoor, even later zagen we hen eraan prutsen en voor we meer konden doen of zeggen, lag de fiets in het water. Een vernuftigd systeem werd uitgedacht om de fiets op te vissen, we gingen er met ons bootje boven liggen, de fiets werd gered uit het water en mooi netjes terug geplaatst (maar nu wel aan de straatkant van de reling). Emoties alom!


Toen bleek dat ik het verschil nog niet goed kende tussen “gijpen” en “over stag gaan”, werd hier op slag een intensieve cursus in gegeven: opkruisend gingen we door de kleinste weggetjes (overigens een voorliefde van Paul…), en na de 67ste keer “ree” had ik het wel begrepen…


Het was een heerlijk weekend, absoluut voor herhaling vatbaar, waarbij we de kapiteins nog eens willen bedanken voor de leuke en behouden vaart, en vooral Paul voor de superorganisatie van deze fantastische vakantie !

 

Zwaar aangetast door het zeilvirus groet ik u allen,

Karen Merlevede


Roompot-Pinmill 2004 door Paul R.

Zoals u weet zitten in uw MYC bestuur verlichte geesten. Op iedere bestuursvergadering brainstormen we de ganse nacht door, jawel dagelijks flitst het door onze hoofden: “nieuwe ideeën, nieuwe ideeën”. En plotsklaps schijnt het licht in de duisternis en is het van “hoe is het mogelijk dat we daar niet eerder zijn opgekomen” .

Een lange afstandstocht! Mijlen kloppen met wachtlopen. Dag en nacht zeilen. Doorzeilen, de horizon tegemoet. 'Simple comme bonjour.' Soms zit het ei van Columbus in een klein hoekje.

Dit moet uitgetest, zulke marathons mogen we niet zomaar op onze arme leden afsturen.

De Psarou, een Feeling35, kwam zijn diensten aanbieden. Soms is het interessant om booteigenaars in het bestuur te hebben. Een datum vinden was nog makkelijker: het verlengde weekend van 11 november, 4 dagen op rij vrij!! Het tracé: Wemeldinge - Woolverstone op de Orwell. (in vogelvlucht 110 mijl) Het zou een leuk weerzien worden met de But and Oyster taverne in Pin Mill!

Vier bestuursleden offerden zich graag op voor de MYC met de leuze: 'it’s a tough job, but someone ‘s got to do it.'

En zo komt het dat 4 volgroeide hooggeschoolde mensen zich mid november op het water bevinden met 5° C en showers en weinig wind en veel wind en een heel eind voor de boeg. De wind stak voor de verandering pal west wat het aantal zeemijlen liet oplopen tot 140!

Vertrek om 10u15, hoogwater meepikken aan de Roompot en dan verstand op nul en blik op oneindig , aankomst te verwachten 24 uur verder. “Zot zijn doet niet zeer” zegt men soms wel eens.

We zeilen met de club nu 10 jaar en we hebben nogal wat waterkes bevaren. Begonnen op het Veerse Meer, de neus aan het venster op het Ijsselmeer en de Wadden. Jawel, een heuse oversteek op de Noordzee, een weekje Cuba, Sardinië of Turkije is ondertussen met ‘les doigts dans le nez.’. We hebben hoge toppen gekend, we hebben dalen gekend, noem maar op wat allemaal fout kan gaan in een sluis of bij havenmanoeuvres, we hebben het allemaal gekend en dan komt er een moment dat de hubris toeslaat, de idee van ‘ we hebben het wel allemaal gehad ‘, het gevoel van ‘ we kunnen eindelijk zeilen, we kunnen navigeren, de zee heeft voor ons al haar geheimen prijsgegeven’. Een leuk moment dat wel, maar misschien een gevaarlijk moment? Hoogmoed voor de ondergang??

Deze reis heeft mij terug met de beide voeten op de grond gezet, hardhandig, zonder genade. Gedenk dat ge van as zijt en dat ge tot as zult wederkeren. Wat een idee om nog maar te denken dat de zee al haar geheimen zou hebben prijsgegeven. Getuige hiervan de macht en de kracht van een bruisende zee, de pracht ook van een zee waarop de Psarou als nietige schuit zijn weg hakt door het schuim. Stampend, rollend, die schuit doet waar hij voor gemaakt is: zeilen. En de zee doet waar zij voor gemaakt is: indruk maken, en machtig zijn en toch ook bezeilbaar zijn. We zijn 4 nietige roergangers in een oceaan van water, verkleumd van de koude, geveld door zeeziekte en zurige slokdarmen, handjes op het stuurwiel en starend naar een gitzwart nachtgordijn, luisterend naar het aanrollen van onzichtbare golven die zich plots op de boot storten.

Ik ken mijn plaats nu, eerst is er de zee, dan de wind, dan de boot en dan de mens die met zijn beetje fysieke en intellectuele krachten de helmstok een weinig mag bijsturen.

We worden geconfronteerd met 2 kenmerken die ik mezelf niet voor mogelijk hield: extreme vermoeidheid en zeeziekte. Het opdiepen uit de bakskist van een emmer om een onfortuinlijke zeezieke te depanneren, kost enorm veel moeite. Het redden van de losgeslagen vlaggenstok is een schier onmogelijke opdracht. Naar binnengaan naar de navigatietafel staat gelijk aan zelfmoord. Het probaat middel hiertegen is actief sturen, het stuurwiel grijpen en koers houden. Een pleidooi voor 4 sturen aan boord!

Nog een verrassing: hoe verkwikkend muizenslaapjes van 4 uur kunnen zijn.

De aankomst in Woolverstone was heerlijk, prachtige approach van Felixtown en dan de grasgroene heuvels in met die prachtige kasteeltjes. En dan een echt havengevoel: vast aan de wal, geen gerol meer, er kan niets meer gebeuren, een Engels ontbijt, een warme douche en slapen!!

De aankomst in de Roompot was ook memorabel, na een rit van 17 uur onder 7 bf de kust aanlopen met kaarten van de 14de eeuw. De bebakening is sindsdien wel wat veranderd, laat staan de vorm van Zeeland.

Besluit van dit alles: het is één van de meest indrukwekkende trips geweest die we niet licht zullen vergeten, maar het wordt afgevoerd van het programma wegens te zwaar.

Soms moet men iemand beschermen tegen zichzelf!


Griekenland  2004 door wies deroeck-van herck

Zaterdag
Aankomst in Kos, mooie marina, gezellige drukte van de Dodekanesos Zeilrace.
We gaan inkopen doen gewapend met boodschappenlijst en artikels over “fraaie Griekse wijnen” met veelbelovende namen als Robola, Arthemis, Samena…. Een indrukwekkende voorraad proviand wordt aan boord gehesen.

Zondag
Landvasten los, anker omhoog, we gaan zeilen! We varen in een vloot van 3 boten, Milos, Serifos en Niovi over de Dodekanesische Zee. Op zee steekt een stevige wind op (6-7), veel golfslag, water spat over het dek. Veel lust om te koken of te eten is er niet, een homp droog brood volstaat. Sommige “magen” zijn nadrukkelijk aanwezig.
Na een spectaculaire tocht bereiken we Leros en gaan voor anker in de baai van Pandeli, met mooi zicht op de Byzantijnse vesting, windmolentjes, restaurant Zorba….Griekser kan niet!
Groot is de ontgoocheling als de eerste fles wijn ontkurkt wordt, het blijkt een bizar zoet brouwsel, niet te drinken, maar met de nodige kruiden wel bruikbaar voor de “coq-au- vin".

Maandag
Een klim naar de burcht wordt beloond met een prachtig panorama over de baai, daarna drinken we café-frappé op een terrasje met Parijse allures.
Na een paar uur stevig zeilen leggen we aan in Laki. Het plaatsje biedt een totaal andere aanblik, brede straten, grote gebouwen, vervallen villa’s, getuigen van de Italiaanse bezetting.

Dinsdag
Kaarten bestuderen, wind bekijken, de koers brengt ons vandaag naar het “heilige” eiland Patmos. Ondertussen zijn we vertrouwd met de zee en voelen ons thuis op de Niovi. Het weer is nog altijd prachtig, veel zon, de temperatuur schommelt tussen de 20 en 25°
Tussen grote cruise schepen door laveren we Skala binnen en genieten van een prachtige blik, boven op de berg schittert het machtige klooster in de avondzon.
We brengen een toast op het goede leven en smullen van Griekse gehaktballen.
’s Avonds zetten we een stapje in het wereldse Patmos en zakken af naar een oergezellige bruine kroeg met echte Griekse typetjes.

Woensdag
We gaan op pelgrimstocht, te voet, per bus of per brommer bereiken we het Klooster van Johannes en de Grot van de Apocalyps. We hebben geluk want er is een Orthodoxe viering: er worden zoet brood en granen uitgedeeld. Na een rondleiding en bezoek aan het museum kuieren we door het witte dorpje.
Tegen de avond bereiken we een schilderachtige baai, de zeilen worden gestreken, het anker uitgegooid, luieren in de avondzon en een frisse duik.
Nog een blik op de prachtige sterrenhemel, dan wordt er binnen gezellig getafeld. Tot we opschrikken van een doffe slag. Bovendeks doen we een akelige vaststelling, het anker is losgeslagen we zijn op drift, rakelings langs de rotsen de baai uit…. Na enig zoekwerk bereiken we terug onze bestemming. Door het seinen met pillampen aanzien onze vrienden ons voor “drugschip”.
We krijgen een wijze raad het ankeralarm in te schakelen vooraleer de nacht in te gaan.

Donderdag
Kàlymnos, het eiland van de sponsduikers. Een wandelingetje over het eiland toont veel groen en heel vriendelijke mensen. Erik wordt uitgenodigd mee de boom in te gaan voor de vijgenpluk, heerlijk dessert !
’s Avonds avondmaal in een eenvoudige kleine taverne. Als de eigenares verneemt dat we Belgen zijn vertelt ze trots over haar recent koninklijk bezoek. Paola en Albert waren hier te gast: ze meerden aan met veel politie en weinig drinkgeld! De vis is hier overheerlijk, krekelgezang live, en de kapiteins krijgen een traktatie van het huis.
Na een laatste hoofdstuk uit de Da Vinci Code gaan we onder zeil.

Vrijdag
We ankeren voor een klein strandje van het eiland Psérimos. Al dobberend aperitieven we een Griekse Sangria van de laatste fles zoete “wijn”.
Nog even de namiddag bries pakken en de kust van Kos nadert.
De cirkel is rond, het was een heerlijke zeilweek dank zij de zeemanskunsten van de kapiteins, de creatieve koks, de fantastische crew!!!

Epiloog
Er wacht ons nog een extraatje aan wal.

Zaterdag
Bezoek aan Kos, gekend als fietseiland. Een groepje sportievelingen gaat er stevig tegen aan in bergachtig gebied, vervolgens relaxen in de warmwaterbronnen.
We bezoeken Griekse en Romeinse ruines en hernieuwen de eed van Hypocrates onder diens plataan.
Er wacht ons een warme ontvangst met barbecue in Anemos Village.

Zondag
Allerlaatste halte in Olympisch Athene. We winkelen in de Plaka, bewonderen het Parthenon, de Kariatiden en andere klassieke schoonheiden, Akropolis Adieu….


Sardinie 2004 door Marc Pissierssens

Op 11 september landden we met 18 op Sardinië met een vliegtuig van Thomas Cook, in Olbia en dan nog een uurtje met de bus naar Cannegione, waar we rond middernacht aankwamen.Daar lagen dan de 3 gecharterde zeilschepen.Te laat voor een grondige controle, zetten we de bagage aan boord, en gingen nog iets te eten zoeken. En dan de kooi in. Morgen zeilen!

Als we uitgeslapen zijn, onbijten en dan de boot inspecteren. 's Middags vertrokken we dan onder een zonnige hemel richting Bonifacio op Corsica. Scherp aan de wind (4 à 5bft) was dit al een goede test om het schip te leren kennen. Maarten liet zien dat hij een accurate navigator was, terwijl de dames zich ontpopten tot goede stuurlui. Deze crew zat goed!
Na aankomst in het mooie, ietwat verborgen tussen de rotsen, piratennest Bonifacio met z'n allen eten bij Jerome.

Volgende dag wat wandelen in het mooie stadje, en op naar Porto Vecchio (Corsica). Eerst op gennaker, dan op motor. Geen wind, wel veel zon en een prachtige rotskust van Corsica. In Porto Vecchio liet Maarten zijn andere kunnen zien, zodat we van de havenkapitein op onze donder kregen.

Volgende dag, dinsdag 14 sept, kregen we slecht nieuws: er was een storm op komst. Wat gingen we doen? Blijven, maar dan zaten we misschien vast aan de kust, of terug naar Sardinië in de bescherming van de eilanden.Na schippersberaad en overleg met eigen crew besloten we naar Palau op Sardinië te varen.

's Woensdags zeilden we, al opkruisend tussen de Swann Rolex Cup, rond het eiland Magdalena naar Porto Gribaldi, een oud vakantie-oord van de Club Med. Na een hapje aan het anker en een zwemklusje met filmrolletje van Maarten naar La Maddalena.Onderweg even een bangelijk momentje voor de Houben, die met zijn gennaker bijna plat ging!

Donderdag met een stevige ZW wind (5—6bft) en op tegenkoers van de Rolex Cup (waardoor we een prachtig zicht kregen op deze mooie schepen) naar de exclusieve haven van Porto Cervo. Daar lagen dan 's avonds de Swanns tot 80 voet te pronken. De prijzen in deze mooie haven waren ook aangepast!

Vrijdag, de laatste dag, vertrokken we dan, onder applaus van de bemanning van andere boten, met en NO 6 à 7bft en een ruwe zee voor de haven, uit Porto Cervo naar de thuishaven Cannigione. 's Avonds als afsluiting, een overheerlijk etentje en de volgende dag richting Olbia.

Het was een schitterende zeilweek,een toffe bemanning (dank aan Jan voor de heerlijke pistolets elke morgen) en een verrijkende ervaring. Zeker om over te doen!


Meimaand Timshellmaand 2004 door Jan Marcelo

Van 1 t/m 28 mei huurde het bestuur de “Timshel”, een Van de Stadt 34 vanuit St-Annaland in Zeeland van een particulier. Ikzelf kon hem voor 8 dagen onderhuren; 8 dagen gespreid over een maand. Het voelde aan als een soort tijdelijke eigendom, zonder al te veel nadelen ervan. De gezellige haven lag slechts op een goed half uurtje rijden van Kapellen en mede daardoor kreeg je na enkele keren het gevoel dat je naar je eigen boot toe ging. En zo groeide er een band met de “Timshel”. Hoewel niet echt mooi, zijn zeilcapaciteiten konden ons wel verleiden: vele gelijkaardige jachten zagen enkel zijn – of is het haar? - achterste! (nvdr: nen Antwerpenaar weet altijd het geslacht van een woord: ne jacht of een jacht? dus vrouwelijk)

Het gaf een heel apart gevoel om elk touwtje of voorwerp bijna blindelings te weten hangen, om de reacties op een windvlaag te kunnen aanvoelen, om op de duur de Krabbenkreek en het Mastgat te kunnen uitvaren zonder kaart en om regelmatig dezelfde mensen terug te zien in de haven. Na één keer vastlopen op het Grevelingenmeer weet je dan dat dit gebeurt als de dieptemeter nog 2,7 meter aangeeft, maar een kommaneuker die daar verder op let! Wel was er nog wat spanning toen we met een aangegeven hoogte van 15,6 meter onder de Zeelandbrug door gingen. Het leek of de masttop stoute dingen wou doen met de onderkant van de brug.

 

Bijna elke dag werden er andere mensen uitgenodigd, elk met een verschillende zeilervaring en temperament, de ene kwam om kennis te maken met het zeilen, de andere voor een social event, weer anderen voor een dagje in open lucht. Elke keer was de sfeer verschillend. Hoe dan ook, ik denk wel te mogen zeggen dat ze ’s avonds allemaal moe, maar bevredigd terug naar huis reden.

Zoals gezegd viel ook de haven heel goed mee, zelfs als je rekening hield met de ondiepten voor de ingang. Een aardigheidje waren de verticale stalen kabels langs de palen van de boxen. De landvasten moesten eraan bevestigd worden met karabijnhaken - 'musketons' voor de Belgen. Gebeurde dit niet goed, dan liep je het risico dat de boot bij stijgend water werd ondergetrokken, zoals vorig jaar bij enkele ongelukkigen gebeurd was. Het restaurant van de jachtclub was niet slecht – Hollandse gastronomie in acht nemend – maar de grootste aantrekkingskracht ging toch uit van het weidse panorama dat je had over de Krabbenkreek. Je zat bijna met de voeten in het water, de ramen liepen tot tegen de grond en de lage zon gaf het oppervlak een zilveren glans.

 

Maar…, “Le reflet de la marée n’est pas éternel” en dus kwam ook mijn laatste dag met de “Timshel”. Om alles eruit te halen zijn we de kreek nog helemaal afgevaren tot in St-Philipsland, een quasi Oost-Engelse ervaring. Inpakken, boot kuisen, afsluiten, gaan eten en vertrekken, tot ik mijn portefeuille mis! Zou die nog in de boot liggen? Even terug lopen en … ja, hij ligt er nog. Gewoon vergeten of een signaal van Freud?

TIMSHEL I SHALL MISS YOU!

(We zijn intussen al een boot aan het zoeken voor volgend jaar, want de eigenaar had hem ook erg gemist en ging hem niet meer verhuren.)


Communautaire Rel in Willemstad door Marc de Roeck

Of HOE MYC in een overvolle WILLEMSTAD ligplaatsen vrijmaakt voor haar leden !

O.H. Hemelvaartsavond ,
De 4 MYC boten zetten koers naar Willemstad. Pech … gezien het drukke WE en het wat onstuimige weer, geraken Crinamic, Marco Paolo en Parmira nog juist binnen, voor de Timschell valt het onvermijdelijke bordje «VOL»
Gelukkig hadden we de kinderen van de Crinamic in de sluis aan boord genomen; wat droevig kijkende kindergezichtjes doen al gauw een hart van een havenkapitein vermurwen en toen hij hoorde dat we «van de MYC en in groep waren» besloot hij de zaak nog eens te bekijken en raadde ons aan even aan het bulking ponton aan te meren....

MAAR ...........
Wat gebeurde inmiddels in de Yachthaven? De Crinamic die voor de Timshell vaarde met als schipper Marc P en twee bevallige zeemeerminnen als bemanning, zocht wanhopig naar een ligplaats. Aan de punt van de steiger leek nog plaats als derde in de rij naast 2 Belgische Yachten, nadien bleken de schippers Brusselaars te zijn (en welke...)

Toen een van de meerminnen heel lieftallig de toestemming vroeg om naast hen te liggen kregen zij een verrassend antwoord : 'non', en zo zij het zouden wagen het toch te proberen zou hij prompt hun landvasten doorsnijden, hierbij wees hij op een gevaarlijk knipmes dat uit zijn achterzak bengelde...

Schipper Marc P. wees op de overvolle haven, en de goede Waals-Vlaamse verhoudingen. Hierop schoot de Brusselaar in een « franse colère » : scheldwoorden als VLAAMSCHE BLOKKERS (was voor de verkiezingen blijkbaar pejoratief geladen) VLAAMSE BOERKES enz..waren niet uit de lucht.
Inmiddels had het opstootje, in het anders zo stille Willemstad, heel wat bekijks van voor Marc sympathiserende oranjezonen en dochters.

Er kwam ook wat «Nederlandse commentaar«  naar boven waarop de «Kiekenfretter» rood begon aan te lopen en Marc een schouderduw gaf.
Een oudere oranje- jongen met enorme schipperspet en dito pijp, vond het stilaan welletjes en om erger te voorkomen riep hij via zijn marifoon de havenkapitein op...
Inmiddels was het aantal toeschouwers en sympathisanten voor het Vl Bl (?) nog opgelopen.
Na aanhoren van het verhaal, beval de havenkapitein de 2 Brusselaars de haven te verlaten, zo niet zou hij MANU MILITARI ingrijpen.

Hierop moest Marc P. een tirade franse en kroatisch-russische vloeken incasseren, zodat het voor de opvoeding van de kinderen al goed was dat zij bij ons aan boord waren.
De Brusselaars dropen af onder luid gejoel en applaus van de oranjejongens; onze schipper met pet was blij dat hij zijn stoomfluit nog eens kon gebruiken.

Toen het Brussels hoofdstedelijk gewest langs de haven kapitein passeerde, ging deze in houding staan en onder het spelen van het Wilhelmus maakt hij hen duidelijk dat zij.. HIER NOOIT MEER WELKOM WAREN !
En de Timshell zult U vragen? wel, hij vaarde binnen, legde broederlijk aan naast de Crinamic (plaats zat) … en leefde nog lang en gelukkig.
En o ja, dat nog...Marc P. hoefde geen havengeld te betalen, was als one-day-held altijd welkom, kreeg het kruis van Oranje Nassau en droomt nog lang van zeemeerminnen en Krieke-Lambic.

Raar volkje die Nederlanders.

 

MYC waarom pas nu in mijn leven? door J. Janssens in 2004

Ik denk dat zeilen iedereen wel aanspreekt, daarom was de vraag vanwege Dominique Maes snel beantwoord. Dominiques voorstel was een weekendje zeilen met een aantal “dokters” die een clubje hebben. Toffe gasten zo klonk het aan de telefoon. Het feit dat ik en Tim niets met “medical” te maken had bleek geen probleem; dokters zijn sociaal voelend nietwaar.

Ik keek er naar uit; het weekend na de verkiezingen op Haringvliet in Nederland.

Gepakt en gezakt stonden we vrijdagavond aan de kaai als echte zoetwatermatrozen zonder enige ervaring; een zeilboot hadden we nog nooit van binnen gezien. Er waren twee zeilboten gehuurd door MYC, het gezelschap telde negen piraten. Wim stond ons op te wachten en maakte gebaren dat we bij hem moesten zijn; Wim en Yvo waren al druk in de weer om de boot vaarklaar te maken. Wim, een ware kapitein zo zou later blijken…

Niet veel treuzelen leek het motto en van die aanpak hou ik wel… na een korte kennismaking maakten we een testritje met de boot en werden de eerste knepen van het vak ons aangeleerd; aan- en afmeren, overstag gaan, winchen enz. Ik had al meteen door dat dit wel snor zat en dit was waar ik op gehoopt had; zeilen met een ervaren en sympathieke crew. Omstreeks elf uur was de joy-ride in de letterlijke betekenis van het woord gedaan en gingen we in Stellendam-City op zoek naar broodnodige calorieën In de plaatselijke brasserie bestelden we een paar broodjes-kroket en patat-friet en verheugden ons al op de nederlaag van Oranje morgen tegen de Tsjechen… die arme Ollanders toch, ze hadden moeten weten welke schaamte hen daags nadien te wachten stond….Enfin, de broodjes-kroket smaakten en de pils des te beter. Terug in onze kajuit werd er vrijuit gebabbeld over heel uiteenlopende zaken en bleef de sfeer ronduit uitstekend. Na nog wat pils en jenever werd er gemaft.

De volgende dag: een lange rit stond ons te wachten, Wim gaf een briefing en zette uiteen op de kaart wat er ging “bezeild” worden. De zon was ons gunstig en de wind was sterk… Uitstekend zeilweer. Ondertussen had Dominique (zie eerste zin van dit artikel) ons vervoegd en kwam aandraven met eieren, spek en 10 kilo etenswaar. Dominique, een ware kok zo zou later blijken…Na wat vijven en zessen vertrokken we, het moet tien uur zijn geweest. De wind zat meteen in de zeilen, het zou een prachtige dag worden waar aan boord niet alleen Jupiler en Jenever werd geconsumeerd, maar waar ook werd gewerkt.

De tijd op zee vliegt en omstreeks half zeven was het tijd om aan te meren in een haven. Het aperitief werd op onze boot gedronken om daana koers te zetten naar het plaatselijk restaurant met prachtig zicht op zee. Tot mijn groot genoegen was er een groot voetbalscherm opgesteld. De pijnlijke nederlaag van Oranje en de teleurstelling van de aanwezigen kon onze pret niet bederven. Het etentje werd afgesloten met de naar het schijnt traditionele “Cohiba-sigaar”. Blijkbaar was ik niet de enige die er rond middernacht een beetje door zat en al vlug lag iedereen in zijn kajuit te ronken.

Dag twee van de zeiltocht verschilde niet veel van dag één in die zin dat we moesten terugzeilen naar de plaats van herkomst. Een groot gedeelte moesten we opkruisen wat veel overstag gaan betekende. Wim hield het tempo en de vaart erin terwijl wij afwisselend het uitvoerend werk deden. Er werd dus flink doorgezeild, buiten een middagpauze en in de sluizen, werd er niet gestopt of getreuzeld; het was blijkbaar een correcte inschatting van Wim want om half zes waren we terug in Hellemondsluis waar we de boot ontruimden en afleverden. Goed verbrand en voldaan was het tijd om een slotdrink te houden. Er werd nog wat gezellig nagepraat en opdracht gegeven aan mij om een klein verslagje te schrijven. Ik zou zo zeggen graag gedaan en bedankt voor het weekend!


Cuba 2003 door Maarten Biesmans

We hebben lang gedroomd, een zeiltrip in de “Carieb”, en vandaag 13 nov is het zover, met z’n 21.

Het hotel in Havanna “El presidente” (hoe anders zou het kunnen heten), is buiten verwachting luxueus, zelfs de warmwaterkraan functioneert.

Drie dagen Havanna, overal afbladderende verf en verkrotting van wat eens prachtige heren-huizen waren, gistend vuil op straat, zwarte walmen produce-rende blikken monsters uit de jaren ’50 onderhouden met liefde èn uit pure noodzaak, een steeds stralende zon en natuurlijk rhum als Mojito of Cuba libre.

En bovenal veel Cubanen, van bleekblank tot roetzwart, altijd bezig, bewegend met muziek, salsa en sex -“chicas sir ?- en leurend met gestolen Havanna’s –cigars sir ?- maar vooral overlevend, wegens geen andere keuze met een algemeen inkomen van 12 $ per maand. We delen alles uit, medicamenten, kauwgoms, kleren, schoenen, pennen –stilos sir ?- maar komen handen tekort, een druppel op een gloeiende plaat, maar toch !

Zes uur bus voor 300 km. naar Trinidad-Casildas onze vertrekhaven; één autostrade, tweemaal vier rijvakken breed, alles wat beweegt rijdt door elkaar, zelfs de voetgangers en overal mensen wachtend op een lift. De bus zwalpt, de diepste putten ontwijkend. Een gezellig onderonsje in de lommerte van de middenbermbegroeiing met de fiets half op het “snelste” linker rijvak geparkeerd, dat kan hier allemaal !

De boten lijken beschamend luxueus, een anachronisme in deze wereld.

We varen vier dagen tegen de Noord-Oost passaat in, met 5 à 7 Bft bijna altijd aanwezig, en drie dagen terug, stampend en rollend vòòr diezelfde passaatwind uit. We leven met de zonnecyclus, staan op om zes uur en gaan slapen nà elke feeërieke zonsondergang, en eten wat de natuur -i.c. de lokale vissers- ons bieden. Verse vis en langoustines tot twee kilo zwaar, elke dag op andere wijze bereid en gekocht aan 1 $ per stuk.

De vissers komen als vliegen op ons af eens we geankerd zijn, en riskeren have en goed om hun waar in ’t zwart te verkopen, in Fidels winkels betaal je 25 $ per kg.

Soms slaat een schip in ’t donker op drift als het anker de aanhoudend gierende wind niet weerstaat, maar een GPS-ankeralarm voorkomt verder onheil. Na een schitterende zeilweek, aankomst in een al even schitterende stad Trinidad, beschermd door de Unesco en een pareltje van koloniale rijke architectuur met een Middeleeuwse bestrating. Hier woonden tot vóór de Revolucion de vermogende suikerbaronnen. We baden ons in de lokale salsa en erotiek, maar de véél te vroeg (23.30 u.) gearriveerde bus blust onmiddellijk onze opgehitste hormonen, als we de gladde en glimmende sensuele dansers (m/v) moeten achterlaten ! Trinidad, een absolute aanrader ! Patrick denkt er ook zo over en blijft als enige achter in dit hemelse oord. De rest splitst zich in twee, de elf thuisgangers en de blijvers.

Met negen naar Viñales, de tabakstreek in het Westen, gelogeerd bij de plaatselijke bevolking in kraaknette pandjes met een inrichting uit Oma’s tijd. We proppen ons met z’n allen in een Ford –1951 sir, a family-piece !- en bezoeken achtereenvolgens : de Robeina tabaksplantage, met een kus voor alle dames van de oude Robeina, 84 jaar en officieel sigaren-ambassadeur van Cuba, de Guyabita-likeur-stokerij in Pinar del Rio, en een tabak-fabriek.Als afsluiter een uniek panorama met Mogotes (kalksteen rotsfor-maties) en een landschap zoals je er alleen maar een kunt zien in Cuba èn China, en dat ons onwillekeurig doet denken aan Saïdja en Adinda van Max Havelaar.

28/11 landen we in Schiphol, de zon is er nog steeds, de temperatuur heeft een twintigtal graden ingeboet, maar geen nood, de opgedane ervaringen zullen ons hart nog lang verwarmen. Aan allen bedankt voor het aangename gezelschap, en bravo voor de Grote Organisator, Jan Marcelo.

Cuba, hasta siempre, yo te quiero !!! 


Cuba 2003 door Gladys Johnson

Of we nog mee wilden... maar dan graag morgen antwoord...
Verlof aangevraagd, foto's laten maken en spoedprocedure voor de paspoorten gelanceerd. Cuba Trotter, snorkel, pillen tegen "bewegingsziekte" gekocht en veel dollars afgehaald.
Nog even de zeilcursus openslaan en een paar knopen oefenen.
There we go, naar een onbekend eiland, met onbekende vrienden en slechts enkele dagzeiltochtjes op ons palmares.
We ontmoeten het gezelschap voor het eerst in het station, de treinrit zetreeds de teneur, we zien het wel zitten.

Havana is beklijvend, we doorkruisen het in alle richtingen, prachtige hotels, grandeur van weleer, megalomane dromen van een rijk maar ver verleden. De tijd is er blijven stilstaan en het verval niet meer te stoppen.
Che lacht ons toe vanuit elk boekenstalletje, van op de levensgrote affiches en straks van op de T-shirts van onze mannen.
'Guantanamera' klinkt uit alle restaurants die 's avonds wel eerder verlaten zijn, maar we maken onze eigen sfeer want "her flowers were smiling".
Hemingway wist het ook al. De mojito en de cuba libre zijn niet meer uit ons leven te bannen, de dollars rollen uit onze zakken.
De Cohiba's en de Montecristo's gaan van hand tot hand of liever van mond tot mond, het groepsgevoel is sterk, en de verhalen om ter strafst.
Donkere steegjes, louche appartementen en er bijna een chica bovenop.
Na 3 dagen en 3 nachten begint het te kriebelen, we gingen toch ook zeilen?

Een busrit waar je murw van wordt, brengt ons naar het zuiden waar de
Princess Ivory, de Emma en de Elena op ons liggen te wachten. Het parcours wordt grondig gewijzigd en de foerage herberekend, enige culinaire creativiteit zal aangewezen zijn.

Eindelijk wordt de landvast binnengehaald en al snel is er alleen nog water.
De eerste maaltijd komt op tafel, een raar gevoel bevangt me.
Op medisch advies kruip ik met een homp brood richting dek en enkele minuten later wordt mijn locatie bepaald aan de reling van stuurboord, waar ik zowat de rest van de middag zal doorbrengen. Had ik maar geannuleerd!
De verre einder en de vliegende vissen interesseren me al lang niet meer.
Mijn maag krimpt ineen tot een tennisbal. "Is het nog ver captain?"
Het schijnt dat we die avond vroeg zijn gaan slapen...
De wonderpillen zijn een zegen, we scheuren over de golven met zeldzame pieken tot 9 knopen. Cayo Largo, Cayo Macho... here we come.
Met zijn achten een week lang op deze enkele vierkante meters, een kluif voor sociologen. Al snel wordt het puntensysteem ingevoerd en is het opletten geblazen of je wordt eruit gestemd.
De maaltijden zijn verrassend te noemen en het Pinocchio karton past werkelijk overal bij.

We zijn een ware attractie voor de lokale vissers die, mits enig overleg met onze "tolk", de lobsters lauw aan boord serveren. Ik schaam me over mijn schijnbaar diep geworteld wantrouwen. Havana had ons reeds misvormd.
Dit zijn pas echte Cubanen, vriendelijk, nieuwsgierig, gewoon een babbel doen met de rijke stinkerds.
Met de beste voornemens gaan we met zijn allen Spaans leren.
De groepsaperitieven zijn populair, maar de captain blijft alert. Wanneer de Emma plots verdacht dichtbij komt, schiet een dinghy vooruit in de nacht.
Een forse witte lichtbaken trekt alle aandacht... "Maar enfin, maar enfin"... Neen captain, het is geen "local".

2,9...2,6...2,3...1,9...de ondiepten voorbij, het vertrouwen in de navigator is groot. Onderling wisselen zij hun mening en hun hoffelijkheden uit over kanaal 6. De admiraal of de kok worden eveneens aan de marifoon geroepen, al naargelang het parcours moest uitgestippeld dan wel een darmkanaal
verwijderd.

Na 5 dagen dan toch eindelijk koralen gezien, we stellen het "vrouw over boord" maneuver nog even uit.

We maken ons op voor wat onze laatste avond op een eiland gaat worden. Maar een misverstand in het "Socialismo Maximo"doet ons op onze stappen terugkeren. De keet serveert waarschijnlijk nog steeds mojito met tapa's.

Met pijn in het hart laten we "onze" Elena achter. We drinken een zoveelste mojito en er worden foto's van de kinderen bovengehaald. Een andere is gelukkig, want zijn vrouw telt niet met punten.

Op naar de volgende verkenning. Trinidad is weer een heel andere stijl, een museumstad, misschien wel iets te afgeborsteld, naar wat we gewoon waren.
Indrukwekkende "optrekjes" van de suikerbonzen van weleer. Ook hier lijkt zeep schaars en dollars gewild, en geen mens die snapt waar die roze roomtaarten naar op weg zijn.
We struinen langs de souvenirstalletjes en ...of monsieur dit even kon passen...son ami était un peu comme lui...nog even omdraaien...er is nog toekomst, mocht de koerierdienst klappen krijgen.

We sluiten de avond en onze reis af op de trappen naast de kerk waar we ons
volledig laten gaan op het ritme van de salsa en de cha-cha-cha.
Op deze doordeweekse maandag swingen zowel pubers als krasse zeventigers op de meeslepende muziek van de bandjes.
Ons westers verstand vraagt zich af of er dan morgen niet moet gewerkt worden...voor ons is het in ieder geval zo binnen enkele dagen.

I had a dream...over en out.


Tussen mojito en cubra libre door LF

Wat aten onze bemanningsleden op tocht door de “Jardines de la Reina ?

Wat aten ze niet? Slang en rat, het klassieke Cubaans hartig hapje was niet meer voorradig en de schildpad misten we: het laatste exemplaar aan stuurboord tussen 21°20’ NB en 79°20’ WL

Neem ne boot, ne voorraad rum , pasta , rijst en een vijftal broden, indien voorradig zeevaste kok, spreek af met de locals dat ze de riemen klaarleggen om voor enkele T-shirts potloden gommen, soms enkele dollars, de langousten, red snappers en ander fraais bij zonsondergang aan boord te brengen.

Vergeet niet de minuterie en de motor een tijdje te laten draaien, anders krijgen we minder fraaie geuren, en zelfs met gewenning en elkaars luchtjes, gezien strenge beperking op het douchen door de captain , is een dag oud sardienluchtje in deze contreien, geen culinair gewenst geurtje .

Maar terzake, een ontbijt kan beginnen met verse ananas, pompelmoes en zakje instant koffie met amaretto, wat suiker van Martinair, een snede import Hollandse kaas van indifferent merk, één eitje per week, gezien de fragiliteit van dit product, speciale boot outfit gewenst en een snede brood met een mango sausje. Oud brood niet overboord gooien, na één week best te verwerken als wentel-teefjes en gegarnierd in de oven met die overeheerlijke Hollandse kaas: een délicatesse.

s’ Middags keuze uit spaghetti à la Cubana, of een vissoepje met lokale roodbaars (gooi het kookvocht van de langoust niet overboord, kan dienen voor je soep ) en een scheut whisky uit de voorraad van de captain . Na onderhandeling met onze lokale visser: keuze uit haai, garnaal, langoust, allerlei maten en kleuren van vis. Dachten we aan een shuzi van langoust als aperitiefhapje (neme ene langoust, hak, wring of snij kop van lijf, een zeilhandschoen in de ene, het grootste aanwezige mes in de andere hand, snij dat lijf in twee, verwijder darmkanaal, lepel voorzichtig uit, laat een aanwezige vrouwenhand dit in fijne schijjfes snijden, verdeel over een diepe kom, onder gedompeld in evenveel rum als citroensap en plaats drie uur in de frigo ) , de rest van de beesten in een lekker groentebouillonnetje gedurende 10 tal minuten, met wat puree van zoete aardappelen en als toetje een gemarineerd en geflambeerd appelsien schijfje, branddeken en brandblusser aanwezig en gecontroleerd op hun werking, kunnen we als tevreden zeiler de kooi in. Ook een nieuw gerecht ontstond met medewerking van onze lieftallige dames en kreeg de naam “Princes Ivory ovenschoteltje“
(cubaanse zoete aardappel, ontwormd, geschild en gewassen, halfuurtje gekookt, in dunne schijfjes afgewisseld met wat lokaal groen, komkommer of augurk naargelang de voorraad strekt, met wat geraspt oud brood en verkruimelde onvolprezen hollands kaasblok, gedurende 20 minuutjes in een kardanisch opgehangen oventje )

Tot daar enkele culinaire impresies van deze heerlijke zeiltocht.      


Cuba 2003 door Paul R.

Cuba, het land van de hagelwitte stranden, het land van de rum, sigaren, dans en muziek. Het land ook van de ronkende namen: Fidel Castro, Che Guevara....Nostalgie alom, de affiche met Che’s prachtige kop is met de jaren verhuisd naar de zolder, verpakt in dozen vol herinneringen aan een contesterende jeugd. Hoe knap vonden we het dat deze kleine dwerg het grote USA tegen de schenen schopte. Marc Sleen heeft in Nero die revolutionairen op mijn netvlies gebrand met die groene uniformen en dat Castro-petje. Met grote verwachtingen trokken we westwaarts, de 10 uren vlucht en 6 uur tijdsverschil namen we er graag bij.

Enkele dagen in de historische kern van Habana is als een wandeling temidden prachtige koloniale architectuur, allemaal heel levendig met die heerlijke mensen, op zoek naar dollars weliswaar.

Voor iedere gerestaureerde gevel staan er wel honderd vervallen. Als ik ‘s morgens in de spiegel kijk, heb ik al een idee van verval, maar wat daar in Habana gebeurt tart toch wel elke verbeelding: betonrot, schimmelende bezetting, ingestorte balkons, gras in de dakgoten, noem iedere vorm van verkrotting en je vindt het in Habana. Allemaal bewoond en op elke plaats en elk uur van de dag hoor je muziek met dat onweerstaanbaar ritme. “CD’s nodig? Laat het me weten. Ik heb nog nooit zoveel CD’s aangesmeerd gekregen.”

 

Latere excursies brachten ons naar -zeg maar- de triomphalistische as van Habana: Het capitool, opera, chique hotels, prado een soort champs élysées naar de zee verderop. The place to be in 1920 toen Habana de grote goktent van de VS was. Cuba pleasure island! Castro heeft aan die sociale onrechtvaardigheid een halt toegeroepen, maar de staat van dit patrimonium roept toch felle contra-revolutionaire gevoelens op.

Een mojito in het Hotel Nacional roept dan weer castro-gevoelens op. Dit juweel van Art Deco stijl werd geopend in 1930. De groten der aarde hebben er gelogeerd, Churchill, Fred Astaire, Walt Disney en nu als moment suprème een delegatie van de MYC. Prachtige tuin met fonteinen en mozaiekterrassen die glooiend naar de zee toelopen,. palmbomen, tropische planten en de allermooiste vrouwen. Waarom lopen die prachtige vrouwen alleen in dure hotels rond.? Tevens een kolonie parelhoenders , die we als excuus gebruikten als onze ogen zo’n buitenaardse schone bleven volgen. “ Ik kijk naar de parelhoen, schat!”

 

In de verte schuift een containerschip de haven uit. Een stoot uit de hoorn. De zee roept!

Na 3 dagen Habana brengt een flinke busrit ons dwarsdoor Cuba zuidwaarts naar de Sunsail basis in Trinidad-Ancon. We gaan oostwaarts de eilanden ontdekken! 1 week weg van de bewoonde wereld, geen havens, geen walstroom, geen waterbevoorrading. Zeilen is als een beetje kamperen, nu gaan we voor de volle 100%!

We zeilen mid november 25 to 30 °C met een constante wind vanuit het Noord-Oost 3-5 bf, zeilend op een blauwe zee, staalblauwe hemel, geen wolkje aan de lucht. Cayo Blanco, Cayo Machos, Cayo Breton.......allemaal vreemde namen en allemaal ankerplaatsen als uit een brochure van een reisbureau geplukt. Soms een zonovergoten strand met palmbomen en vreemde sporen die later leguaansporen blijken te zijn. Soms een lagune binnenin mangrove bossen, een echt natuurwonder wortelend binnen zout water en een paradijs voor vogels: pelikanen, zilverreigers, fregatvogels, zelfs -back home- ijsselmeer aalscholvers.

De mooiste zonsopgangen, de mooiste zonsondergangen maar je moet vlug zijn, hier op de kreeftskeerkring gaat de zon er met 7-mijls laarzen vandoor. Wijzelf nemen ook een ander ritme aan, vroeg gewekt door snel opkomend licht en het gesnok aan het anker, vroeg te bed gezien de vroege duisternis. Dagen van 6u30 tot 21u30 zijn geen rariteit. Raar ook hoe zo’n bemanning één wordt na enkele dagen aan boord: handdoeken worden gedeeld, bekers doorgegeven, het gemeenschappelijk gebruik van 1 tandenstoker wordt nipt afgevoerd.

In de late namiddag herhaalde zich steeds hetzelfde scenario: lokale vissers op hun onmogelijk roestige bakken zochten contact met ons om hun vis en langoesten te slijten. Voor een paar dollars - en hoe meer naar het Oosten, hoe goedkoper - kookten zij voor ons een heerlijke vismaaltijd. Aan boord geleverd of zelfs op uitnodiging op hun boot. Telkens was dit aanleiding tot een gesprek met 1001 vragen. Bij een goed glas rum kwam bij deze authentieke mensen de eigenschap boven die in onze samenleving allang verloren is gegaan: eerlijke nieuwsgierigheid, gastvrijheid en veel humor. Samen met de duisternis daalde een gevoel van geluk als een deken over de boot.

En dan nog die onderwaterwereld! Visjes in alle maten en kleuren, fluorescerend blauw, groen, geel. Reuzelangoesten die wegduiken onder een groot brok gekleurd koraal. Wuivende koraalskeletten die met de stroming heen en weer waaien. Een snorkel en een duikbril behoren ginder allicht tot de basis zeiluitrusting.

En zo kabbelt die week voorbij, zonder 1 bericht uit de samenleving, zonder 1 GSM contact lopen we na 7 dagen de basis terug binnen. En er bleek niets gebeurd te zijn, geen tweede 11 september, geen tweede varkensbaai.

Trinidad wenkt, een stad uit 1514 met originele keienstraatjes en pastelkleurige huizen alsof er sinds de koloniale tijd niets veranderd is. Tot de 19de eeuw was de stad een belangrijk centrum van suiker en slavenhandel. Toen in 1886 de slavernij officieel afgeschaft werd, viel het 100 jaar in een isolement. De gebouwen rond de plaza Mayor getuigen van de rijkdom van de grootgrondbezitters die in weelde niet voor elkaar wilden onderdoen.

Anno 2003 , na de teloorgang van de suikerindustrie en het castro regime, rest een surrealistisch zicht: tussen antieke meubels en kristallen luchters met zolderingen van het mooiste houtsnijwerk huist een bevolking in de grootste armoede maar die op haar manier gelukkig is. Getuige daarvan een nachtelijke fiesta in de ‘casa de la Musica’ waar ze ons duidelijk maakte wat dansen werkelijk is. Het zou zonde geweest zijn de dansvloer te blijven bezetten als een groep hemiplegie-revalidatie patiënten tegenover al die gratie, ritmiek en energie. Al onze vrouwen werden door heupwiegende goden geïnitieerd in salsa en mijn echtgenote weigert sindsdien resoluut nog met mij te dansen. Gelukkig rest mij nog rum en sigaren.

“De wereld is één familie, we zijn gescheiden door aardrijkskunde, maar we zijn allemaal broer en zus “, hoorde ik onlangs uit de mond van een Ghanees.
Zijn voorouders in Cuba hebben deze wijsheid in realiteit omgezet.


Bijna Engeland 2002

 

Harwich-impressies

 

09-10-11-12 mei 2002

 

W.V.H.

Donderdagmorgen

Erg vroeg nog... Wat bezielt ons om, het huis toevertrouwd aan studerende(?) kroost, vier kostbare vakantiedagen te spenderen aan dit mistige avontuur?

 

Wemeldinge in de ochtendnevel, 3 MYC boten wachten op bemanning, vermoedelijke bestemming: Harwich, een Engels havenstadje aan de monding van de River Orwell.

 

Schipper Christian heet ons welkom aan boord van de Moving Free, geen onbekende voor de crew. Het optuigen gaat vlot, bagage en proviand worden aan boord gehesen en even na 10 gooien we de trossen los. Er is weinig wind maar wat niet is, kan nog komen. Rustig deinen we richting Roompot, boeken worden boven gehaald, de heren verdiepen zich in “het sexleven van de vrouw” in de Knack. Tegen vieren wordt aangelegd voor een stevige maaltijd “Couscous à la Tunesien” die ons nog lang zal heugen.... 

Er wordt overlegd met de andere boten.

Het weerbericht is ongunstig, slechte wind, kans op mist en later onweer.

Maar de overkant lokt en na uitgebreide navigatiestudie besluiten we het erop te wagen.

Tegen 18u stevenen we de zee op, negeren een zandbank en bepalen opnieuw koers, het belooft een lange overtocht te worden : 16, 20... uur? Wie weet het? 

Tegen valavond is de gegeven koers vrijwel onbezeilbaar, het zicht verslechtert de deining versterkt. We zetten ons schrap en binden de strijd aan tegen vermoeidheid, koude en zeeziekte, ondertussen visioenen oproepend van idyllische Engelse landschappen, een romantisch haventje, een warme kroeg. De kajuit blijkt geen ideale slaapplek te zijn dus installeren we ons in slaapzakken aan dek, knus , we missen alleen een vuurtje.

 

Alle enthousiasme ten spijt wordt na overleg via de marifoon beslist het roer te wenden richting... Zeebrugge. Met spijt in ’t hart, maar het blijkt achteraf een wijze beslissing te zijn.

 

Het is een pikzwarte nacht, geen sterrenhemel, alleen het heklicht en het verlicht kompas, de zee is onzichtbaar, alleen de boot en wij, al bij al toch een mooie nachtelijke tocht.

 

Tegen 2 uur lopen we Zeebrugge binnen. Een broodje en soepje en een glaasje wijn, we duiken de kajuiten in, nooit sliep ik zo goed aan boord.

 

Vrijdagmorgen

Dromen we of zijn we toch in Engeland? We worden wakker met de geur van verse koffie, gebakken spek en eitjes...Frank en Jean zijn druk in de weer met de bereiding van ons English Breakfast! Heerlijk genieten!

 

We laveren de haven van Zeebrugge uit en zeilen richting Vlissingen. Zeilen is een groot woord want het is vrijwel windstil en de zee glad als een spiegel. Gehuld in een geheimzinnige nevel mijmeren we op de tonen van een pianoconcerto.

 

Later komt er wat meer actie, de halfwinder wordt gehesen en gaat prachtig bollen zelfs met weinig wind. We plaatsen de automatische piloot en houden een fotosessie.

 

Tegen 17 uur leggen we aan in Vlissingen onder ruime belangstelling van de autochtone bevolking, de andere MYC-zeilers komen gezellig aperitieven. Een wandeling door de stad van Michiel De Ruyter- het leven gaat hier verder ook na de begrafenis van P.Fortuyn- op zoek naar een eetgelegenheid voor 17 zeilers. ’s Avonds tafelen we lang en lekker. Er worden plannen gesmeed voor een vrouwenboot, morgen misschien, maar deserteren ligt niet in de lijn, dus een andere keer.

 

Zaterdagmorgen

 

Inkopen doen, want vanavond wordt aangelegd aan een onbewoond eiland.

De viskraam aan de kade heeft verse kabeljauw en garnalen de rest improviseren we wel.

Het wordt een lange mistige trip met sluizen en een brug die maar niet openging.

Als het eentonig dreigt te worden laat Marc de bemanning opschrikken door rakelings een paar boeien te ronden. 

Er is weinig wind maar toch wordt er fijn gezeild. In Bruinisse tanken we water over van de Marco Polo. Nog even en we maken kennis met Mossel-eiland. Het is een prachtige plek, om terug te komen bij iets beter weer misschien.

 

Na het visfestijn komt de Marco Polo buurten, een magnum fles wordt gekraakt, de stemming zit er goed in.

 

Zondagmorgen

 

Onder een druilerige hemel nemen we afscheid van de andere boten.

We hoopten op zon en wind, maar ook voor deze etappe zijn de weergoden ons niet gunstig. 

Het maakt niet zo veel uit, we genieten ontspannen van de laatste uurtjes, hijsen nog eens de halfwinder, zetten toch maar zachtjes de motor bij. Nog een spaghetti maaltijd en met Wemeldinge in zicht breken de eerste zonnestralen door. Goed om de Moving Free een grondige poetsbeurt te geven. En als afsluiter een zonnig terrasje aan de wal. Straks hervatten we ons gewone stramien. De Engelse ponden bewaren we voor een volgende keer.

 

Bedankt Christian voor de geoliede organisatie en de wijze lessen in zeilkunst, bedankt zeilmaatjes voor de kameraadschap gedurende deze fijne trip.

 


Wadden door stefanie biesmans en nicolas  ruggieri

Vrijdag 7 maart, een dappere bende MYC’ers en MYC-sympathisanten is op weg naar Workum om er, zonder het zelf te weten, het zeilseizoen te openen. Tot één week geleden was het Ijsselmeer bevroren en ook nu is er nog geen zinnige zeilfanaat op de watervlakte te bespeuren. Maar dat kan de organisatoren maar weinig schelen, en drie, met Belgen en één Fransman volgesjouwde, Batavia’s vertrekken richting Waddeneilanden.

Plan één bestaat erin naar Texel te zeilen en van daaruit verder te gaan naar de andere eilanden. Zo gezegd, zo gedaan. Na een eerste dagje navigeren op de woelige wateren komt iedereen zonder MYC-zeilpak verkleumd, en iedereen mét MYC-zeilpak triomfantelijk, in Texel aan. Behalve de motor van de 'Kippenbout-Batavia' die het even begaf vóór we de sluis in voeren is alles die dag perfect verlopen. Onze kapiteins hadden tijdens de winterstop het zeilen niet verleerd !

Na het aanmeren in de lege jachthaven van Oude Schild op Texel volgden we de oude rotten naar hun vaste stek. Een gezellig restaurantje vlakbij waar ze nog één voor één bekend waren, en allen om ter best in de smaak probeerden te vallen van de Friese dienster. Die, overgecharmeerd, al de MYC’ers een extra glaasje aanbood, naar oude gewoonte zo bleek. Na deze eerste leuke zeildag, en met goed gevulde maag is iedereen naar zijn kajuit teruggegaan, om er de volgende dag weer fris in te kunnen vliegen.

Ondertussen waren de plannen veranderd. Het weer bleek toch wat te ruig om verder de Wadden op te gaan naar Terschelling via de smalle geul van de Paardenhoek. We gingen dan maar terug naar het Ijsselmeer. Een stevige wind, wilde golven en de motregen maakten dag twee op het water een stuk heviger dan vrijdag. Zonder de praktische ‘farlooker’ was geen enkele boei te bespeuren waardoor de 'Tuinkabouter-Batavia' vast kwam te zitten. En aan het eind van de dag stak er zo’n sterke wind op, 8 beaufort volgens de technici van de MYC, dat we op motor zijn verdergegaan. Rond 17.00 u ‘s avonds zijn we dan toch veilig aangekomen in Medemblik, waar we met heel de groep gechineesd hebben. Onder tafel, tussen de voeten en op de verwarming waren subtiel schoenen, handschoenen en truien gelegd in de hoop ze droog terug mee te kunnen nemen. Na het eten nog een pintje…en dan, nacht twee doorgebracht op de boot.

Zondagmorgen heerlijk spek met eieren-ontbijt, door de Kapitein himself klaargemaakt (op de 'Tuinkabouter-Batavia') ! ! En vervolgens, terug op ‘weg’. Deze laatste dag was de wind weer wat gaan liggen. Iedereen kon nog eens rustig proberen het roer in handen te nemen – niet altijd even gemakkelijk, vraag maar aan Luk ! Op de terugtocht naar Workum hebben we nog snel een bezoekje gebracht aan Stavoren en aan Hindeloopen, een toiletdeur in de 'Tuinkabouter-Batavia' ingetrapt en alle resterende koekenpakken erdoor gejaagd. Om vervolgens moe, uitgewaaid, maar zeer tevreden voor een laatste keer de ‘fixe-terre’ uit te werpen. Een kort, maar krachtig zeilweekend zat er op !

We willen zeker nog eens mee, als we mogen tenminste en zoniet koopt Nicolas misschien zelf een boot, want dankzij de MYC heeft hij de zeilmicrobe te pakken!


Friesland 2002 door Dirk van den Broeck

 

“Short Sail” op “High Level” 

 

Dag 1 : Acht boten (Valken en Randmeren) werden opgetuigd en verdwijnen op motor uit onze basis, t.t.z. Gaastmeer. Voor sommige begonnen de problemen reeds bij de start met een aanvaring met andere boten en obstakels die niet uit de weg gingen, alle begin is moeilijk…

 

Deze uitstap ging naar Oudega en terug langs vele meren en sloten (alles te bezeilen !) Workum was een optie - 3 kwartier wachten voor een stomme brug - ons werd verteld dat die masten van die zeilboten daar konden bewegen en zelfs neergehaald worden. Reizen om te leren, maar met deftige kaarten zouden we toch sneller thuis geraken; immers wat gebeurt er met onnauwkeurige kaarten? Ijverige zeilers gingen een meer te ver langs een sloot die nergens op de kaart stond zodat die wel laatst moesten aankomen. Ik zal onze aankomst in het duister niet gauw vergeten: iedereen kwam aangelopen om de verloren schapen te verwelkomen. ’s Avonds was er een geslaagd souper voorzien in de Boppe de Golle waar lampen van 25 Watt voor sfeerverlichting moesten zorgen.

 

Dag 2: Reeds wat meer vertrouwd met de lokale omstandigheden werd het Heegermeer verkend met stops in Woudsend en in Heeg. Ondertussen was één van de boten in een aanvaring betrokken maar daar hebben we geen voldoende gegevens over om conclusies te trekken, wordt dus zeker vervolgd al was het maar om de fles champagne in de weddenschap. Ondertussen was de Paul aangekomen: was nog enkele proeven gaan doen om zijn vaarbewijs eindelijk te kunnen bekomen en dit in vreemde wateren!

 

’s Avonds weeral een geslaagd etentje in het clubhuis: ik denk dat ze ons daar al beginnen te kennen en tot mijn verbazing mochten we nog komen.

 

Dag 3 : Ganse dag zon + veel wind.

 

Uitstap naar een eiland in het Heegermeer waar een picknick werd genuttigd in tropische temperaturen. We waren met onze Randmeer als laatste vertrokken en hebben onze positie kunnen handhaven, dit dankzij een zeer moedige bemanning waar ook vrouwen thuis zijn!

 

Conclusie: een zeer geslaagd weekend waarvoor beste dank aan de organisatoren en aan de afwezigen zou ik zeggen: volgend jaar is reeds vastgelegd, dus inschrijven is de boodschap!

 


Wadden 2002 door Ann van de Velde

Winters Wadzeilen, niet voor watjes !
Ann Van de Velde

Het schijnt namelijk zo te zijn, dat een Nederlander iets begrijpt van het grote geheim van de zee, het geheim, dat nog nooit iemand ontraadseld heeft, maar dat een zeeman tot in de diepste diepte van z’n hart vasthoudt. Het bindt hem aan de zee en maakt dat hij er niet van kan scheiden.”
 
                                                         
Anthony van Kampen

O p vrijdag acht maart 2002 ligt de kaart van Nederland opengeplooid in elk van de vier wagens.
De linker bovenhoek wordt overheerst door teder lichtblauw. NOORDZEE valt er cursief als door de wind meegesleurd te lezen. Onmiddellijk worden je ogen getrokken naar de sierlijke boog bovenaan. Op de grens van land en zee liggen de Waddeneilanden. Het lijken wel korte kraakbeenstukjes die netjes aaneengeregen zijn. De rest van Nederland en België is een chaos van gekleurde lijnen.

Het is het drukke Antwerpen dat we als achttien landr(z)otten om zeven uur ‘s morgens achter ons laten. Weg werk, weg wachtdienst, weg administratie. Op naar de Friese archipel met ongekende mogelijkheden!
Moderne energieleverende windmolens imponeren in het Polderlandschap en draaien hun wieken op de klassieke tonen van radiomuziek in de auto. Grappige namen zoals Lemmer, Balk, Sneek verschijnen op de wegwijzers.

Om stipt half tien rijden we Workumbinnen. Na wat zoeken vinden we de jachthaven “It Soal”. Alles is daar verlaten. Golven van kou spoelen om ons als we de warme wagens achter ons laten. Waren we misschien toch beter thuisgebleven?

Maar dan zien we onze jachten en zodra we aan dek zijn, zijn alle twijfels verdwenen. We lopen over de schepen en vinden het prachtig om zich hierop heer en meester te gaan voelen. Dat dit een tof weekend zal worden staat als een paal boven water. De boten zijn eigendom van “Poule Yachting” en hebben dan ook gekke on-maritieme namen zoals Poulin, Poulette, Poule. Het lijkt wel wat op Pauline en Paulette! Onze hoofdrolspeelsters zijn de drie “wilde-vaart-boten” Poulette, Kongo en Cloud. Er is verwarming aan boord, hetgeen in vergelijking met vorig jaar een hele verbetering is.

Na de inspectie en het invoeren van proviand gooien we de trossen los. Het water ruist langs de zijden van de boot.
De zon verschijnt en bedekt het blauw-grijze IJselmeer met miljoenen zilveren flitsen.
De aanwakkerende wind stoeit door de zeilen.

Via de marifoon horen we – ook op het achterschip – (te) dikwijls “Sééj-cju-ri-téééj, Sééj-cju-ri-téééj” en “gale warning”. De Shipping Forecast voorspelt windkracht ZW 7 voor Texel, dat hierdoor onbereikbaar wordt.
Bovendien: door de fascinerende krachten van water en wind verplaatsen deze eilanden zich blijkbaar langzaam (dus dat zal zeker niet voor vandaag zijn!) in oostelijke richting…
Onderweg heeft de Cloud motorpech (geen koelvloeistof genoeg) zodat ze eventjes op sleeptouw genomen wordt.

We komen in het donker aan in het eeuwenoude havenstadje Medemblik. Polyester luxejachten liggen er samen naast originele houten klippers en tjalken. We gaan in de binnenhaven aan wal om lekker Portugees te eten.

’s Morgens schijnt er een heerlijk zonnetje. Het Middellandse zee-gevoel van ’s avonds zet zich dan ook door en we ontbijten, weliswaar dik ingeduffeld, aan dek. Texel lijkt plots terug haalbaar.
In Den Oever wordt de sluis voor ons geopend.

Het onstuimige Waddengebied ligt open en wordt zalig bezeild ondanks de voor-de-windse positie: de zee of het land - naargelang je eigen voorkeur - waar zich bij laag water de eindeloze gronden vertonen die met hoog tij weer onder lopen. De koude dringt ons bij hals en voeten naar binnen, maar we merken het nauwelijks.

‘I’ m feeling better by the hour. I think I just might be OK.
Though bridges burn and ashes shower, I think I can live with what remains.’*

Het wad

Een ijle nevel, waardoor zonlicht dringt,
hangt boven slib en smalle kreken.
Een stilte, enkel doorbroken
door schor gekrijs van meeuwen.
Alsof de schepping zich herhaalt,
verschijnt het beeld van eeuwen:
land, water, lucht,
lucht, water, land.
Eb wacht op vloed,
die naderhand weer wijkt;
Een rusteloze wisseling,
buiten de tijd bepaald.
Nog aarzelend ontsluit de zon
het buitendijks gebied,
waaruit een dwarrelende vlucht
van vogels zich begeeft
naar noordelijke streken.

         Johan van Delden

’s Avonds leggen we als enige zeilboten aan in de moderne jachthaven van Oudeschild op Texel. Alleen zilvermeeuwen en wilde eenden komen er uitrusten. Het ruikt er naar teer, naar vis, naar zee, naar ver weg. Wie ook aan wal logeert is de wind. Op de “diek” waait deze ons haast omver. Witte schuimkragen komen op de golven. Hier lijkt het of de duivel de baas is, of alle krachten van de hel losgebarsten zijn.

In het cafeetje drinken we als eilandgasten jutterse koffies, beerenburgjes, wittekes en biertjes uit limonadeglaasjes. Er volgt ook een bestelling van de wereldwijd gekende en beroemde – voor de MYC althans – handcreme gemaakt van lokaal schapenvet. Met al dit gesmeer zijn alle ingrediënten voor een Mylène-avond aanwezig!

In restaurant ’t Pakhuis eten we – één dag later dan gepland - sliptongen, platvisschotels en lamsvlees.

De avond wordt besloten met een Juttertje van het huis en een groet “tot volgend jaar!”. Het is ruw weer buiten. Het regent en nijdige windvlagen slagen gierend om de weinige huizen in de kleine haven waar alle vissersboten binnen liggen voor de zwarte nacht.

’s Nachts horen we in onze slaapzakken de wind fluiten en bulderen over het dek en de mast.

Het water schuurt voorbij, met erboven en eronder de duizend geheimen van deze vreemde Noordelijke eilandenwereld… 

Through the water through the ring. To the soul of everything. Cry my eyes out to the winds and I’m almost gone’*

De laatste dag biedt een aparte tocht langsheen drooggevallen zandbanken en boeien. Er wordt hier in de vaargeulen wat gevergd van navigatie- en stuurmanskunsten. Soms is het alsof de boot zich los wil wringen, alsof ze de vrijheid wenst.

“Zeehonden, bakboord!’ We genieten van het schouwspel van een groep zonnebadende (net als wij aan boord!) zeehonden, aanvankelijk enkel waar te nemen als zwartgrijze streepjes aan de horizon. Door de zon zijn er nu zes boten: drie varend op de golven van het IJsselmeer en drie andere, meevarend onder de waterspiegel.

De doorgang door de sluis verloopt onverwacht in een achterwaartse positie. Een enkele zilvermeeuw– in de buurt van een vissersboot – kijkt verwonderd en luid krijsend neer op dit vreemde manoeuvre.
De surf-golven op het IJsselmeer ogen zeer enerverend doch laten ons zonder kleerscheuren door. Soms warrelt het schuim over en slaagt in ons gezicht. Het is zout en prikkelend, bijt in de ogen en kriebelt in de neus.

We turen urenlang in het water, volmaakt los van de werkelijkheid, die nochtans stilaan dichterbij komt.

Om vijf uur ‘s avonds lopen we binnen in Workum. Het aanleggen in de haven gebeurt voor elke boot “wa(d)t” moeizaam. Maar dat zullen we maar toeschrijven aan onze enthousiaste start van het zeilseizoen in dit geweldig-grootse getijdengebied!

Wadzeilers: Marcelo, Hillemans,TeRijdt, Raepsaet, Biesmans, Pirenne, Hageman, Cuyt, Huyghe, Eekhaut, Peetermans, Hendrickx, Heeren, Fierens, Fierens, Obbels, Verhaegen.

* Tekstfragmenten uit de CD ‘Shine’ van Mary Black 


Paros Naxos 2001 door Jan Vandeplas

Na maanden aftellen en verlangend uitkijken naar de uren leesgenot in het heen en weer wiegende onderdek van een zachtjes op de motor stampend zeiljacht, was het dan eindelijk zo ver. Op een kille zaterdagmorgen (het was eigenlijk nog nacht) midden in de vaccinatie-maand bij uitstek, reden wij rond om onze medereizigers op te halen. Om zes uur ‘s morgens was het op Zaventem, toen Sabena nog vloog, al behoorlijk druk.

De reisleiders hadden ervoor gezorgd dat mijn Hilde en ik apart zouden vliegen (kwestie dat er bij een gebeurlijk vliegtuigongeval toch nog iemand voor onze kinderen zou kunnen zorgen). Wij vertrokken met een half uur verschil: zij naar Oostenrijk en wij over Milaan. We kwamen met een uur tijdsverschil in de nieuwe luchthaven van Athene aan. Vandaar werden we samen naar Piraeus gebracht om de overzet naar Paros te nemen.

Onze vloot zou uit vijf schepen bestaan onder commando van admiraal Marc De Roeck, de vier andere kapiteins waren Bart Te Rijdt, Guy Van Caubergh, Hans Antonneau en onze kapitein Jan Marcelo.

Toen we ‘s nachts op Paros aankwamen, vernamen wij dat er een boot ter onzer beschikking was om op te slapen. Nog even de kamers en de bedden verdelen, het strikte minimum uitpakken, wassen en tanden poetsen en dan vlug onder het katoen. (’t was te warm voor wol).’s Morgens eerste werk, op zoek naar een proper toilet en dan ontbijt in de zon. Rond de middag zijn we toen uitgevaren. Onze admiraal vertrok voor ons, verkende even de open zee en besliste om dan maar terug te keren wegens ankerproblemen. Onze schipper en zijn bootsman (Maarten) besloten om helemaal tot Naxos door te varen. We verwittigden natuurlijk de admiraal van onze intentie. Maandag zouden twee schepen (Guy en Marc) ons gezelschap vervoegen, de twee anderen waren maar doorgevaren naar een andere bestemming. (We zouden ze pas 4 dagen later weer terugzien).

Naxos op zich is een pittoreske havenstad met een kleine haven.

Bij gebrek aan een betere plaats ankerde onze kapitein ons jacht midden op den boulevard. We konden van de boot in de restaurants stappen, dat is wat men noemt bij de bron liggen.

 

 

Omdat we snel uitgekeken waren op Naxos (zelfs Ann kon geen nieuwe ontdekkingen meer doen) besloten we maar een scooter te huren. Dat was pas fun, scooteren op een Grieks eiland. Onze actieradius werd met ettelijke kilometers uitgebreid en we bezochten een klein dorpje op 20 kilometer van Naxos waar we nog het verschil tussen citro en lemmon leerden appreciëren .

Terug in Naxos namen de inmiddels aangekomen zeilers onze scooters over en wij vertrokken richting Paros. Het mag gezegd worden, onze kapitein en onze bootsman probeerden aan de onweerstaanbare drang om toch maar die motor op te zetten, te weerstaan en we zeilden zonder onderbreking tot in Naoussa op het eiland Paros. Naoussa was ronduit schitterend, een klein vissersdorp met achter elke hoek een ander, mooi pleintje of binnen-haventje en typische restaurants. We beslisten om daar te overnachten.

Dinsdag zeilden wij van Naoussa helemaal door tot in Paros. Na het deskundig aanmeren van onze schuit vlakbij een enorme zandhopper, genoten we van het gesukkel door een binnenvarend zeilschip.

Een half uurtje later gleed het gehavend schip van onze admiraal de haven binnen, hij was er in geslaagd om met een gereefd partieel gescheurd groot zeil de tocht naar het verre Paros te maken. Wij verwelkomden hen hartelijk. Na een toertje in de haven vaarden zij weer uit om in open zee te gaan ankeren. Daarna was het tijd voor een aperitiefje; onze admiraal werd per dingy naar ons schip gebracht, Guy en Roger kwamen per scooter. De wedervaren werden uitgewisseld, de logboeken vergeleken, de koersen gecorrigeerd, de windrichtingen bepaald, de juiste dieptes bepaald en… Ann besloot om toch maar te gaan zwemmen, kwestie van haar conditie op peil te houden.

Er werd afgesproken dat de ene boot uit eten zou gaan en dat de anderen op de boot zouden blijven eten. Wij genoten van de heerlijke dolmades, tzaziki, gebakken kaas, de Griekse salades, de calamares en moussaka, rijkelijk begoten met ouzo, retsina en wijn van Paros.

Nog even nagenieten op een terrasje bij een kop koffie en dan maar terug naar onze cabine.

Woensdagmorgen verplaatsten wij onze éénmaster naar een andere ankerplaats, vlak naast de havengeul. Daarna reden we met de scooter op ons eiland rond, vonden een mooi uitgestrekt god- en mohammedverlaten en gingen daar op aansporen van sportieve Ann zwemmen. Die avond zijn we maar uit eten gegaan en donderdag met de hele hoop (Marc zeilde niet uit omdat er geen water was???) op de scooter naar Antiparos. Maarten en Bea op kop (Maarten verdraagt nu eenmaal geen scooters voor hem). Onderweg nog even de lekke band van Ann en Maya provisorisch hersteld en samen, lekker lang en gezellig geäperitiefd en gegeten. Daarna strekten de vrouwen zich uit op het strand en de mannen gingen pinten pakken. Op de terugweg ontdekte Maarten dat hij zijn scooter niet moest inlopen, maar dat deze elektrisch gestart kon worden en op de overzet pakte diezelfde Maarten nog even uit met oefeningen aan het rek maar bereikte toch zonder kleer-scheuren de overkant. Op de laatste bergaf voor onze thuishaven ontplofte de achterband van Ann en Maya. Bereidwillige chauffeurs voerden hen terug naar hun boot. Vlug de scooters teruggebracht, douchen en uit eten gaan in de oude stad en dan maar inpakken voor de terugreis. Grote consternatie de zaterdagmorgen: de veerboten vaarden niet uit omdat er teveel wind was. Wij leverden onze boten in nadat Marc zijn twee “gevonden “ fenders aan de Guy terugbezorgd had. Dan gingen we horen hoe en wanneer wij van het eiland konden wegraken. Na een paar keer van het kastje naar de muur gestuurd te zijn en dan nog niet te weten waar we aan toe waren, werd het Roger teveel en met de hulp van de eigenaar van het café waar we samenschoolden charterde hij twee vluchten met een vliegtuig voor de terugreis naar Athene.

Het laatste avondmaal werd gevierd in het mooiste restaurant van het eiland, de laatste drink in een pianobar waar er een ongelooflijke ambiance heerste. De laatste nacht werd door het ganse gezelschap in een hotelletje doorgebracht en van daaruit werden wij door de mensen van het hotel in twee shiften naar het vliegveld gevoerd. Er schoten nog twee plaatsen over in ons vliegtuig, maar die werden vlot ingevuld en dan met een klein hartje de lucht in. Er was geen plaats om te keren, geen cabinebediening, de toiletten onbruikbaar, maar dat was allemaal bijzaak, we kwamen tijdig in Athene aan voor ons vliegtuig.

Na het hartelijk weerzien van Hilde op de luchthaven, namen wij weer afscheid, want Hilde ging met haar gezelschap terug over Oostenrijk en ik ging met een ploeg met de taxi naar een kuststadje. Onderweg werden wij opgebeld door een aangeslagen Jan Marcelo die ons dringend aanmaande om stante pede naar de luchthaven terug te keren want Marc had beslist om met een vliegtuig eerder Milaan te vliegen. Dank zij deze stunt hebben wij een halve dag in de luchthaven van Milaan doorgebracht om uiteindelijk met de nodige vertraging terug op Zaventem te landen. Gauw gauw onze bagage ophalen, Hilde opzoeken, de wagen in het carhotel ophalen en dan terug naar Antwerpen waar wij, na iedereen voor de deur te hebben afgezet, afgepeigerd om één uur ’s nachts in ons bed vielen.

Om kwart voor zeven herviel ik mijn oude stramien. Het was weer een on-ge-loof-lijke MYC-zeilvakantie.Het prijskaartje ######## voor 9 onvergetelijke zeildagen of ####### per lopend of beter varend zeiluur. Een echte aanrader.


Griekenland 2001 door Ann van de Velde

De MYC's odyssea, een afwisselende, aktieve, bruisende en avontuurlijke zeilvakantie op de kykladen
Ann Van de Velde

There still remains something for us to discover: this light, these clusters of islands, what are they?  Are we dreaming? - O. Elytis



“Bezing mij, o Muze, de man, de vindingrijke, die zoveel heeft moeten dwalen na de verwoesting van Troje’s heilige veste.  Talrijke steden bezocht hij, met allerlei mensen maakte hij kennis en zware beproevingen had hij te doorstaan op zee, terwijl hij altijd maar vocht voor lijfsbehoud van zichzelf en zijn makkers.”

Deze tijdloze woorden van Homeros lijken wel van toepassing te zijn op elk van de vijf schippers (Marc, Bart, Guy, Jan en Hans) die hun zeilboten met zeven beaufort - en soms windstoten van negen - enthousiast één week doorheen de Griekse wateren hebben geloodst.

“Working is for those who can’t sail” lijkt mij ditmaal niet van toepassing te zijn op de Kykladen.   
Het is als bemanning verdomd hard werken wanneer je hier wél kunt zeilen!  Dit wil zeggen wanneer je niet gehinderd wordt door een gescheurd grootzeil, een vernielde fok, zeeziekte, lege watertanken,…

Eén van de boten, de Ronja, had het geluk om door zulke ongelukken niet getroffen te worden.  

Dit is haar verhaal.  Af en toe klinkt er het gezang van sirenen doorheen met fragmenten uit het klassieke epos over Odysseus.  Er is hier nu geen gevaar meer om op de klippen te lopen, dus haal die wasproppen maar uit je oren en luister…

“ Ik hoop niets, ik vrees niets, ik ben vrij.” - Nikos Kazantzakis

Zaterdag 6 oktober

Na een bangelijk vroeg vertrek om 05u00 treffen we een zoals altijd klaarwakkere Marc aan bij de stand van Alitalia op Zaventem.  De drieëndertig moeizaam verkregen ticketten samen met de laatste MYC t-shirts, sweaters en stickers worden uitgedeeld.  Er wordt gevlogen met Alitalia en Austrian Airlines.
Van elkaar gescheiden koppels worden voorzichtig getroost met de woorden: “Het is veiliger voor de kinderen.”  Alsof dat je gerust moet stellen!

In Athene zien we elkaar weer.  Sommigen zijn van outfit veranderd en lopen in shorts rond.  De bus brengt ons vlot naar de haven Piraeos.  “Medical Yothing (of zoiets) Club” plakt er op de vooruit. 

Om 17u00 vertrekt de ferry, een log gevaarte met de naam Apollon - of Posseidon? Alle veerboten dragen hier zulke prachtige mythologische namen - Express.  Onderweg maakt de bemanning van elke boot kennis met elkaar, wordt er wat geslapen, gegeten/gedronken en naar een onverwachte versie van “Big Brother” aan dek gekeken .

In het donker ontschepen we na vijf uren varen op Paros, haven Parikia.  Een kleine kade waar ook de visserssloepen aanleggen en een aantal reisbureaus, taverna’s en souvenirstalletjes zijn. Op twee boten kan die nacht al geslapen worden.  We gaan nog iets drinken en praten/dromen - is het de invloed van de lekkere retsina wijn en de mezedes? - over ons zeilavontuur dat morgen van start gaat. 

Zondag 7 oktober

Het eerste contact met onze vijf boten.Marc en co hebben de “Witch Doctor” genomen.Guy neemt de “Nirvana”, Bart de “Mariana”, Jan de “Tramondana” en Hans kiest de “Ronja”.

 “Kiriakoulis, yachting in the world” staat trots te lezen op de giek.

Onze Nederlandse voorgangers zeggen terloops dat we gelukkig (!) wat minder wind zullen krijgen.

“Toen ik eindelijk wilde vertrekken en koning Aiolos om een geleide verzocht, was hij mij terwille en gaf mij een zak waarin hij de winden had opgesloten. Met een glanzend zilveren snoer bond hij die zak vast in mijn schip, opdat er niet een zou kunnen ontsnappen.”

Met enkele BOOTschappenwagentjes gaan we nu inkopen doen. 

Olijven, feta, chips, paprika’s, …. en vooral hééééél veel Paros wijn en bier (“The Mythos Experience”)  worden gulzig ingeslagen. 

“Kalypso bracht een grote leren zak met donkerrode wijn en ook een met water op het vlot en een overvloed van levensmiddelen in een buidel en zij deed een gunstige, frisse wind waaien. Welgemoed ontplooide Odysseus zijn zeilen.”

Welgemoed hijsen ook wij de zeilen.  Eindelijk de zee op!!  Richting Naxos, ahooi!!  De boeg klieft moeiteloos door de golven. Enkel de boot van Jan en co vaart deze tocht in één trek.  Gezien het late uur kiezen wij ervoor om “slechts” naar Naousa op Paros te zeilen. De Belgische vlag (met eigen legerverhaal) wordt hier gehesen.

Maandag 8 oktober

Na een goede nachtrust (het is heerlijk om rondom je het zachte, melodieuse geklots van Aegeïsch water te horen) en dito ontbijt met de onmisbare Côte d’Or chocolade vertrekken ook wij vandaag naar Naxos, het grootste Kykladen eiland.

“Maak u daarover geen zorgen,” antwoordde Kirke, “ge hebt slechts de mast op te zetten en uw blanke zeilen te ontplooien.  Dan kunt ge rustig blijven zitten en  de noordenwind zal uw schip meevoeren.”

In de haven met zijn (internet)cafés en hard werkende vissers bruist het van activiteit.  We vinden er de drie boten aan de kade liggend nabij de marmeren Poort van Naxos, “de deur van het paleis van Ariadne”. 

In het gesprek aan dek blijken er hier al heel wat mankementen te zijn: zeilen stuk, zeeziekte,… Pandora heeft haar doos geopend.

“Wij staken in zee en voeren verder, treurend om het lot van onze kameraden.  Een krachtige noordenwind blies in onze zeilen en wij waren niet ver meer van het land verwijderd, toen bij het ronden van de kaap stormvlagen ons uit de koers sloegen.”

We zeilen toch door naar Mirsini, één van de eenzame eilanden.  Het hele plaatsje bestaat uit een paar gebouwtjes, één taverna, uit stilte en klotsend water tegen de smalle kade. 

Onze (noorder)buur is een Nederlander die al acht jaar continu aan boord woont na alles verkocht te hebben!  We luisteren een beetje sprakeloos en met een lichte afgunstige bewondering naar zijn verhaal. 

We eten aan dek zoals het past op verlof: met de gebruikelijke pasta, maar wel à la Ronja!  Heerlijk om een chef kok aan boord te hebben!

’s Avonds komen er geruisloos lokale Zorba’s, vissers.  Ze werpen vanop de kade hun draad metersver in zee.  Zowel het heden als de toekomst zijn hier onbelangrijk, afwezig zelfs.  En dat is bevrijdend. 

De logge ferry komt “eventjes” langs om 04u00.  Net genoeg tijd om een tiental mensen binnen te laten en één bestelwagen te lossen.  Maar met wat een lawaai!!

Dinsdag 9 oktober

’s Morgens wil Patrick absoluut de dingy uitproberen.  Als doel kiest hij een klein strandje waar gezwommen kan worden - try out reddingsvest - in kristalhelder water.  Wanneer de zon plotseling tevoorschijn komt, wordt de zee doorschijnend, topaaskleurig.

“Tracht zwemmend het land te bereiken.  Zie, deze goddelijke sluier moet ge u ombinden.  Zolang ge die draagt, kan u niets overkomen.  Maar zodra ge aan land zijt, moet ge hem losmaken en met afgewend gelaat hem ver in zee werpen.”  Na deze woorden gaf de godin Ino hem haar sluier en dook zelf onder in de donkere golven.”

Bij de tweede ferry ’s morgens komt het anker los.  We besluiten om dan ook maar ineens te vertrekken.  Via de marifoon horen we onderweg dat de boot van Bart in de haven van Ios ligt zonder fokzeil.

“Zodra we evenwel het eiland achter ons hadden gelaten, was er nergens iets van land te zien, niets dan hemel en zee.  Plotseling raasde uit het noordwesten gieren een stormvlaag op ons af, de stagen knapten af en de mast ging overboord.”

We besluiten om Bart en co daar te vervoegen.  Het wordt - ondanks het feit dat we voor de wind zeilen -  een pittige tocht. 

“Met zijn drietand bracht Poseidon de zee in beroering en hij joeg uit alle richtingen windvlagen op en hulde land en zee in nevels.  Van alle kanten stormden de winden aan en stuwden hoge golven op.”

Het eiland Ios is een pittoreske hoop tegen elkaar gekropen witte huisjes, kerkjes met blauwe koepels en smalle kronkelstraatjes.  We verkennen het met de motorbike.   Na twee dagen op zee en zonder enige ervaring is dit moeilijker dan verwacht.  In elk geval eindigt mijn tocht na enkele haarspeldbochtjes waar ik vol enthousiasme aan begon op een P.A.A.L (Potverdorie Amaai Allé nu Lomp hé)!  De rest van de dag - via pas-geasfalteerde wegen, windmolens, spectaculaire klims, zee-vergezichten, koele winden en verlaten stranden - gebeurt dan maar achterop.  De achtergelaten motorbike wordt later door de schipper en navigator opgehaald.
Nadien wordt aan boord het verzorgende flesje rozenwater en de isobetadine bovengehaald.  Wat een crew!

Woensdag 10 oktober

Bart vaart vandaag terug naar Paros.  Wij gaan onmiddellijk volgen.  Het is een zware oversteek.  Het lawaai van de zee is oorverdovend, angstaanjagend.  Iedere golf slaagt tegen de romp en de wind fluit in het wand, laat de strak gespannen zeilen klapperen. Onderweg wordt er toch lekkere pizza gebakken (nou ja, ontdooid en in de oven gelegd, maar dit is al een hele opgave wanneer je een vaarhelling hebt van 45°).  De wind koelt de pizza’s snel af en de metershoge golven besproeien ze met zout.

We leggen aan in de Piratenbaai tussen Despotiko en Antiparos. De omgeving is doordrongen van een adembenemende rust.  Dit is een oerlandschap, gesneden naar de maat van Griekse goden.

“Op enige afstand van het Kyklopenland lag een klein eiland, vol wilde geiten.  Het had een goed verborgen rustige haven met een zoetwaterbron dichtbij.  Een god richtte onze koers daarheen en in de duistere nacht voeren wij er binnen en gingen aan land.  De volgende ochtend verkenden wij het eiland en schoten een menigte geiten, zodat we een overvloedige maaltijd konden houden, waarbij ook de wijn niet ontbrak.

We eten in Taverna Zombos.  Later blijkt dit niet het eerder afgesproken restaurantje te zijn.  Over de muren tuimelen grote hoeveelheden paarse bougainvilles  De familieleden die Engels spreken worden opgebeld om hulp te bieden bij deze Belgische “piraten” invasie.  Moussaka, tzatziki, greek salad, octopous, squids, rabbit, lamb,… worden met een olympische marathonsnelheid opgediend.  Wanneer we wijn bestellen schenkt de man ons een troebele, donkere, honingkleurige wijn.  Hij heeft de smaak van porto.  “Home made, Zombos”, zegt hij trots. 

“Ik had een geiteleren zak bij me, vol donkerrode wijn, die de Apolloon-priester in Ismaros mij had gegeven. Zo sterk was die wijn, dat zij hem met twintig delen water plachten te verdunnen en dan steeg er uit het mengvat nog zo’n heerlijke geur op, dat het moeite kostte eraf te blijven.”

Er wordt gegeten, gedronken, gebabbeld en geniesd (kattenallergie).  Het Atlantis van Plato, waar de mensen in vrede en harmonie leefden, lijkt wel hier en niet op Santorini (het oorspronkelijke plan om naar dit magische eiland te zeilen is al lang, lang verlaten…) gelegen te hebben. 

In het donker vinden we de dingy terug die zonder benzine is.  Hans en Patrick roeien naar de Ronja.  Er staat een krachtige wind.  Met argosogen zien we het rubberen bootje al snel afdrijven naar open zee.  De stroming is zo sterk dat een geankerde boot wordt aanzien als varende. Uiteindelijk heerst er volkomen duisternis. Aan wal wordt iedereen ongerust. We beseffen welk miniem onderdeel van alle grotere gehelen we zijn: het landschap, de natuur, de wereld, de kosmos.  Een eilandbewoner met zaklamp - de moderne versie van Prometheus - samen met de dingy van de Mariana bieden de gewenste hulp en alles eindigt gelukkig goed.

“Blijft allen rustig zitten en roeit zo hard als ge kunt.  Dan zal Zeus ons redden en behoeden voor dit gevaar. En u, stuurman, draag ik op weg te sturen van die golven.  Zorg dat het schip niet afdrijft en ons naar de ondergang voert!”

Vooraleer te gaan slapen drinken we nog iets stevigs aan dek.  De avond-uren (en ook avonturen!) zijn hier de mooiste.  De stemmige theelichtjes schitteren even, doch doven dan snel uit door de steeds feller wordende wind.  De sterrenhemel met Poolster en Grote Beer blijft echter fonkelen en doet je weemoedig luisteren naar de bronzen geitenbellen aan land.  En ’s nachts volgen we de Melkweg…

Donderdag 11 oktober

Behalve het geruis van het water langs de romp en het gekraak van de spanten is alles stil. De ochtend is van een onvoorstelbare vredigheid, ondanks de TV- en krantenberichten over de bombardementen in Afghanistan. Een kop “Nes café” drinkend beginnen we een gesprek met de twee aardappelschillende mannen.  Bij het vertrek krijgen we brood, lucifers en “olijfolie” mee.  Als politieke en militaire wereldleiders hun besprekingen nu eens op Antiparos hielden?

Ons eerder gemaakt plan om naar Despotiko te zeilen verandert wanneer Bart door de marifoon een  “zware zee” aankondigt.  Hij vaart enkel met een klein grootzeil en op motor.

“Kort nadat we het eiland achter ons gelaten hadden hoorden we het gebulder van geweldige golven. Dodelijk verschrikt lieten de mannen de riemen vallen en willoos dreef het schip met de stroom mee. Snel liep ik door het schip en sprak mijn mannen moed in.”

Onze groep besluit Grieks-democratisch om de boot van Bart te begeleiden.  Het wordt een onverwachte Titanenstrijd.  Poseidon rijdt met zijn wagen dwars door de metershoge golven.  Wij halen nu toch wel onze zeilpakken boven.  Michel geniet van zijn “rodeo”.  Hoog op het dek lijkt hij de wilde zee eerder op te zwepen dan te temmen!

Ondertussen moeten we noodgedwongen de dingy binnenhalen,  aflaten en in de kajuit droppen.  Het is daar één groot slagveld beneden geworden.  Geen pizza’s vanmiddag!

“Toen brak de moed van Odysseus, de kracht ontzonk hem en wanhopig zei hij bij zichzelf: O wee, ik rampzalige!  Wat een wolkenmassa’s heeft Zeus verzameld!  Hoe onstuimig is de zee en van alle kanten gieren de winden.  Mijn ondergang is nabij.”

Na al deze omzwervingen komen we in de late namiddag aan tussen de gevaarlijke rotsen voor de haven van Paros. We gaan hier nog vijfmaal overstag alvorens binnen te varen.  We zijn nu wel op elkaar ingespeeld. Ons Ithaka is bereikt.  Tweehonderd zeemijlen werden afgelegd.

Blijkt dat er ook in de haven zelf, waar alle MYC boten reeds voor anker liggen, een enorme wind is.

“Nadat wij nu de gevaarlijke klippen van Charybdis en Skylla ontkomen waren, kwamen wij bij het prachtige eiland van de Zonnegod.”

Op geïmproviseerde waslijnen laten we onze met zeewater doorweekte kleren drogen.  Alles is verzilt, koud, plakkerig.  Wind, zonlicht en zout hebben onze gezichten verbrand.  We douchen aan wal. Nadien lezen we in het hotel: “don’t spoil our precious water”. 

Toch zeer verfrist en gelukkig over de lange zeildag eten we met de ganse bemanning van de Mariana in taverna Dionysos.  Saters en Bacchanten lijken niet ver!

Vrijdag 12 oktober

“Odysseus keerde de zee de rug toe en ging het rotspad op, dat Athena hem gewezen had.”

Het wordt onze eerste echt zeilloze dag (veel te veel wind).  Tijd om opnieuw de motorbike te “renten”. De noordenwind is even krachtig en gierend als op zee.  Wie zei gisteren dat niet-zeilen rustiger zou zijn? 

Vertrouwend op het kompas van onze zintuigen doorkruisen we op de vier “Typhoons, fun in tech” het eiland Paros.

In Aliki zwemmen we wat en drogen op in het zonnetje met rondom ons de geuren van vis, zee en zand. Het heldere licht geeft het strand, de jachten en de zee de transparante kleuren van een aquarel. 

Onderweg naar het bergdorp Lefkes hebben we adembenemende uitzichten op de baaien. Deze liggen als zilver te glansen in de namiddagzon.

In Naousa drinken we gekoelde ouzo en retsina.  Kristin ontpopt zich hier als een heuse portretfotografe. Het vroege avondlicht zit vol goudstof.

Zelfs de “zeilen” van de windmolens hier vertonen mankementen! Marc en co liggen als enige in de baai.

“We kwamen bij het land der Laistrygonen. Er was daar een baai, aan alle kanten door hoge rotsen omgeven. De andere schepen kozen daar een ligplaats, maar ik bleef buiten en na mijn schip bij de ingang van de baai aan een rots bevestigd te hebben, beklom ik een hoogte om uitkijk te houden.”

 

Terug aan boord proeven we van heerlijke ratatouille met omelette en aardappelen.

 

“Zo praatten zij met elkaar tot diep in de nacht.”

De bemanning van deze “dobberende kurk op metershoge golven” slaapt die nacht op hotel, aan dek, op een doorweekte matras, ...  De wind raast door de ganse haven en de klotsende golven zijn allang niet meer zo rustgevend als in het begin…De golven rollen naar de boeg en elke keer als het schip over zo’n waterheuvel gaat, is er een dof geluid in alle voegen van de boot.

“Eumaios zocht zijn slaapplaats op onder een overhangende rots die beschutting bood tegen de noordenwind.”

Zaterdag 13 oktober

Tijdens een grandioos ontbijt met verse croissants wordt de kade geleidelijk vrachtwagen per vrachtwagen volgeladen met wit opwaaiend zand. Het wordt een heel karwei – Herakles waardig - om onze bagage over deze zandduinen naar de ferry te brengen.  Een peuleschil echter voor Michel, Paris-Dakar man, ondanks zijn jumbo-reistas.

 

Blijkt dan plots dat er geen ferries varen omwille van een windkracht boven de acht beaufort. “The Seajet-2 is cancelled due to bad weather.”  De bagage wordt gestokeerd.  Het lukt Michel om kamers voor drieëndertig man te vinden. 

We doden de ZEEEN van tijd op een terrasje.  Niet echt een Tantalos-kwelling!  Een drietal Nederlanders die de boten naar Piraeos terug brengen kopen de resten van onze proviand. 

“Ondertussen had Kirke gezorgd dat mijn makkers een bad namen en zich met olijfolie inwreven en wij troffen hen in het paleis met schone kleren aan de maaltijd.  Kirke nam mij apart en zei: Odysseus, ik weet wat gij allemaal hebt doorstaan en welke smartelijke verliezen ge hebt geleden, maar tracht dat nu voor een tijd te vergeten.  Doe u te goed en probeer uw vroegere krachten te herwinnen.”

We eten in restaurant Apollon. Jasmijn en kamperfoelie groeien er welig.  Na de speeches wordt een verdiende fles “Meltemi” wijn overhandigd aan “admiraal” Marc. Daarna biedt de MYC ons nog een drink aan in The Pebbles met life music. Een afzakkertje tot 03u30 volgt in The Pirate met jazz en blues muziek.  Zalig!!

“Bestaat er wel groter vreugde dan met goede vrienden aan een welvoorziene dis onder het genot van zoete wijn tezamen te luisteren naar een zanger?  Mij schijnt dit het hoogste geluk te zijn.”

Zondag 14 oktober

Er zijn twee vliegtuigjes voor telkens achtien passagiers gecharterd naar Athene.  Het is winderig en onstabiel.  Wanneer je je ogen sluit waan je je nog aan boord van een zeilboot… Maar als je ze terug opent, zie je – net zoals Daidalos en Ikaros – de zee en de eilanden onder je opdoemen en weer verdwijnen. Het spectaculaire einde van een geweldige vakantie in het land van de Grieken.

Daarop antwoordde Odysseus: “Ik zal u alles precies vertellen.  Ik heb zoveel beleefd dat, als we de tijd hadden en hier rustig bij elkaar konden blijven, ik wel een vol jaar over mijn avonturen zou kunnen praten.”

In ieder geval voor de Ronja-nauten: Hans, Kristin, Wim, Lieve, Michel, Patrick en Ann
genoeg stof tot vertellen
tijdens de volgende MYC bijeenkomsten
en … 
op naar nieuwe gezamelijke zeilavonturen!


Schotland 2001 door Paul R.

Gelezen in Zeilen: “......grommend werd het monster op de horizon wakker!” Als aankondiging van een naderende storm kan dit tellen, me dunkt. Dag 6 Rhu Marina. 16u00 springt me voor de geest. We maken ons op om een laatste stukje aan de dag te breien, even nog de neus aan het venster wagen richting Kip Marina. “ Moet kunnen”, is de algemene teneur. “Dit gaan we ons nog berouwen”, fluistert een klein stemmetje in het achterhoofd. De wind is ondertussen gezwollen tot een machtige zeven en het loch ‘Firth of Clyde’ ligt er verlaten bij. Een paar uur eerder gaf het nog de aanblik van het Veerse Meer op een zomerse topdag. Drie reven en een stukje fok en we wagen ons buiten. Beschut water door Island of Bute en het vasteland? Mijn oor, de beschutting lijkt wel een zwitserse kaas met grote tochtgaten in. En voor de verandering een aandewindse koers. En dan zie je maar dat zo’n boot eigenlijk gemaakt is om te zeilen, om zich steunend en kreunend een weg te banen door de kolkende golven als een deelgenoot ervan en toch eigenzinnig, perfect op roer, helmstok midscheeps. Dan plots een les in bescheidenheid: in volle vaart passeert een surfer die als een springende dolfijn even een groet komt brengen. De adrenaline loopt zichtbaar van zijn rug af. Dan houdt de wind het ook voor bekeken en hij laat ons rustig binnenlopen in Kip Marina. Opdracht volbracht.

Niet met tegenzin storten we ons op het laatste stuk van het programma: een single malt whisky proeven in het gezelschap van de andere leden van de groep: 18 man op 3 beneteau’s 36. 18 stuks van het mannelijk geslacht. Wat heeft Griekenland meer, waar zoveel dames voor ingeschreven hebben? “ De enige man die vrouwen echt nodig heeft, ben ik”, zei Dirk, de gynecoloog van het gezelschap en hij zet de fles whisky aan de lippen. “We zijn hier om een potje te zeilen”!

En gezeild hebben we! Prachtige kustlijnen gezien, groene hellingen doorregen met woeste rotspartijen. In de verte de Schotse highlands, achter ons het alomtegenwoordige hoge eiland Aran. Dag 3 het Krinan kanaal, een klassieker van formaat die zijn verwachtingen volledig inlost. Een 19de eeuws bouwwerk, met zelf te bedienen sluizen, dat de lokale vissers de mogelijkheid bood de gevaarlijke westkant van Kintyre te shunten. Nu nog een unieke toeristische attractie. Bergje op, bergje af in een omgeving van bos en natuur. In mijn nog jonge zeilcarrière heb ik vanop een zeilboot niet te dikwijls een everzwijn gezien, laat staan met de zaling aan een tak van een boom blijven hangen. De moeizame tocht wordt bekroond bij valavond met een ligplaats op het einde van de wereld. Surplus een ondergaande zon, een knokkersburcht van Suske en Wiske en als toetje een eenzame doedelzakspeelster die haar droeve tonen uitzaait over een verlaten loch.

Rothesay, nog zo’n klassieker. Oude vergane glorie van 1899, een toeristische trekpleister van weleer met koninklijke emblemen alom en een uniek toiletgebouw van Victoriaanse origine: 14 reuze urinalen bekroond met donkergroen marmer en blinkend koperen buizen. Doorzichtige spoelbakken aan het plafond, waar je elk moment een visje in verwacht. Keramische tegels rondom rond en een mozaïek vloer met het koninklijk wapenschild van Rothesay in verwerkt. Geen mooiere plek om uw broek te laten zakken, mijn gedacht!

Weer zo’n plek die nogal wat indruk nalaat: de Burnt Islands, kleine rotsformaties in een smal vaarwater waar de ‘Kyle’ een bocht van 180° maakt en vreemd genoeg de wind meedraait. Veel Schotten blijken dit ook een idyllische plek te vinden, tegen de groene hellingen staan riante huizen gebouwd en het zouden geen Engelsen zijn moesten z’r geen mooi klassiek gelijnd bootje aan een boei hebben liggen. Daar zijn onze Benetteau’s maar tupperware dozen tegen. En weer typisch Engels: die eeuwige zeilkultuur, in the middle of nowhere een groen-rode betonning die ons veilig doorheen de ondieptes leidt.

Zeilen is een manier om een biotoop te betreden die groots is en wijd. We starten allemaal op een binnenwater, dan die aarzelende stap naar het IJsselmeer, dan de Wadden, dan de Noordzee, dan..... en telkens kom je op hetzelfde uit: rust, avontuur, natuur. Als je heklicht in een gitzwarte nacht één wordt met de duizenden sterren, daalt telkens een weldadige stilte neer over de kuip.

“Vond je het leuk?” vroeg ik eens aan een oude vriend die ik aan boord geïnviteerd had voor een dagje Grevelingen. Hij had de ganse dag met een wit neusje in een hoek gezeten.
“Hoe hou je het vol” zei hij, “ nat, koud, saai en tràààààg. Jongens, zo’n boot is traag. Van Bruinisse naar Brouwershaven, met de fiets doe ik dat 3 keer sneller.”

Allemaal waar natuurlijk en toch vind ik het leuk en samen met mij zovelen.
Eén keer, ja 1 keer heb ik hem gelijk moeten geven, toen we op 11 september bij valavond Tarbert binnenliepen. Toen was het niet meer leuk. 11 september, de dag dat de wereld verging, de dag dat de wereld veranderde, hebben wij doodleuk, verstoken van alle nieuws, heerlijk gezeild. Zeilen vervreemdt?

Weet jij nog waar je was op 11 september?


Veerse Meer 2001 door Dirk Van Den Broeck


Noordzee 2001 door Filip en Saskia

 

Hoog tijd om eens terug te blikken op ons welgeslaagd zonnig MYC-weekend op de Noordzee. Natuurlijk had de compagnie er veel mee te maken. Met Paul, Marijke en Maarten aan boord kon dat alleen maar slagen. We hadden ook de weergoden mee: zon, water en veel wind. De wind was zelfs zo sterk dat wij na 1uur al terug moesten zeilen naar Oostende om een derde reef te steken. Zo werd onze maximale snelheid, geloof het of niet, 10,5 knopen.

 

Volgens Marijke waren de golven zelfs 20m hoog. Waarschijnlijk waren ze iets minder hoog maar tenslotte zeezeilde ze voor de eerste keer. Dat hebben we uitbundig gevierd met champagne na onze aankomst in Zeebrugge. Tenslotte is er niets zo verschrikkelijk als een droge mond, zo beweerde Paul.

 

Toen wij de haven binnen zeilden was het toch even spannend: de dieptemeter gaf plots –1m, terwijl onze kiel al 1.90m was. Uiteindelijk zijn we allen terug op krachten gekomen in “Clochard de luxe”.

 

We zijn allen heelhuids aangekomen, behalve Maarten die op zijn vinger was gaan zitten en een bloedbad aanrichtte.

 

Na onze aankomst begon dan het minder leuke deel van de trip: de boot terug brengen in de oorspronkelijke staat.

  

Natuurlijk zouden nog we veel andere anekdotes kunnen vertellen zoals de historie over het “bijliggen” toen ik dacht dat we nooit een tweede boot op zee zouden vinden om bij te gaan liggen. Of het voorval toen Filip nauwgezet de koers van Maarten opvolgde in de havengeul en we de havenpolitie op onze nek kregen toen we de linkerkant van de geul volgden.

 

Samengevat: het was een weekend dat bij zal blijven. We wilden ons meteen terug inschrijven voor de andere aktiviteiten, maar helaas zullen we moeten wachten tot 2002, aangezien de MYC-weekends zeer gegeerd zijn.

 


Saronische  Golf 2001 door Paul R.

Verleden jaar hadden we een paar plekjes gemist. Epidhavros, Vathi... dit jaar moesten we dit goed maken. Een Feeling 35 lag al te dansen in Kalimaki Marina, een beetje groot voor twee maar een yacht met 2 dressingrooms is toch ook gemakkelijk.

 

Zon, wind en retsina, u kent onderhand het verhaal. Maar waar blijven de bloedstollende details, de rampenscenario’s, de aanvaringen, in storm en ontij het schip doormidden gebroken op de rotsen moeten verlaten? Niets van dit alles, buiten de klassiekers, een hele ijzerwinkel binnenhalen bij het optrekken van het anker, een mooringlijntje in de propeller... is er niets gebeurd. Niets een artikel waardig, of toch?

 

In Epidhavros 19u00, de dag ligt verwaaid achter ons, bootje op de klassieke Griekse manier aan de wal, anker op de kop en de cockpit naar de kaai. We genieten van een Ouzo en een goed boek. Zilverachtige zee, de wind gaat zachtjes mee slapen. Plots een discrete doch gedecideerde stem.

 

“Are you the captain, sir? Could you please follow me to the water police office?”

 

Voor mij staat een man in prachtig marine outfit die me nog een militair saluut brengt. Wit hemd, gouden knopen, epauletten, witte lange broek en bekroond bovenaan met een echte admiraalspet.

 

Alsof ik terug 20 ben spring ik recht, zoek de nodige boordpapieren en volg dit anachronisme als was hij weggelopen uit een oude Britse oorlogsfilm. Honderden vragen duizelen door mijn hoofd, heb ik iets verkeerds gedaan? Twee dagen terug heb ik de traffic lane niet loodrecht overgestoken. Word ik beticht van drugsmokkel? Clandestien binnensmokkelen van Albanezen? Eindig ik nu mijn nog korte bestaan zuchtend in een Griekse gevangenis? Ik krijg plots een Midnight Express ervaring: geketend in een vochtige cel met op mijn rug een vette, behaarde, zwetende cipier.

 

“This way up, sir” zegt het anachronisme en hij lost op in lucht.

 

Ik klim de trap op, tree per tree, nu kan ik nog weg, ik kap het anker en vlucht naar een ander eiland, een ander land, een andere planeet. Grieken en bureaucratie, je zult het wel zien, ze zullen wel iets vinden. Als ik al niet jarenlang de cel in moet, zal het mij toch een flink pak duiten kosten.

 

Ik adem diep in en open de deur.

 

In een kamer van 2m op 2m zit een vette, behaarde, zwetende politieman. Ik duizel en overhandig hem de boordpapieren. Wat gebroken Engels, en stempels, en nog eens stempels. Dan staat ie op, opent met een sleutel een kastje waarin een sleutel ligt die hem toegang verschaft tot nog een kastje met ... warempel een stempel. En dan het bevrijdend gezegde: 44 fr havengeld. Ik betaal met 50 fr. “Keep the change”. In grootse momenten mag een mens grootmoedig zijn.

 

Dertig seconden later sta ik als een vrij man aan de wal. Ik stort mij op de Ouzo. Een illusie armer, betalen in een Griekse haven, waar gaan we naar toe? De volgende illusie moet er ook aan geloven.

 

Je zit toch maar lekker op je 35 voeter als stille deelgenoot aan die gemeenschap met zijn eigen taalgebruik, zijn eigen codes en wetmatigheden waardoor onbereikbare plaatsen in één klap bereikbaar zijn, waar vrijheid zeer intens beleefd wordt en stilte. Ja, je voelt je goed op je 35 voeter en o.k de dollars hangen te wapperen aan de mast. Zelden de leuze van de MYC zo diep gevoeld als op de boulevard van Epidhavros: “Working is for those who can’t sail”.

 

Alles is relatief want op hetzelfde moment komt een dinghy naast ons liggen, ongeveer de helft van onze lengte met 2 kraaknette matrozen aan boord, voorop gestuurd om de landvasten aan te nemen van een huizenhoog motorschip van een 40-tal meters. Onmiddellijk begint een 3-koppige bemanning het hagelwitte schip te poetsen, te dweilen, droog te zemen, voetmatjes en speciale schoentjes te plaatsen en dan verschijnen ze - bijna onder trompetgeschal - Dhr en Mevr Eigenaar of Huurder. Mevrouw in een tijgergevlekt kleedje met oorbellen en armbanden en in haar gevouwen armen een kefferend hondje van het “strikjes in de haren” soort.

 

“Oh darling, zziss izz a beautifull place”

 

Duitsers verdomme, en ze passeert ons. Ik heb gelijk de borstel opgediept uit de bakskist en het dek een beurt gegeven. Het is ook nooit genoeg.

 


Wadden 2001 door Ann van de Velde

Tijdens mijn recente wachtdienst word ik opgebeld. Het zijn Bart, Maarten en Jan.  Zij zijn zalig aan het spinnakeren in Nieuwpoort. En dat terwijl ik binnen de ziekenhuismuren aan het werk ben. Wie zei ook weer: “Working is for those who can’t sail”?


“Denk je nog aan “HET VERSLAG” ?”, klinkt het enthousiast door de telefoon. 


“HET VERSLAG” betreft een neerschrijven, als jongste van de groep van 11, van onze belevenissen tijdens het zeilweekend op de Waddenzee in februari 2001.


Op mijn prikbord hangt inderdaad reeds geruime tijd (3 maanden om precies te zijn, ik moet het toegeven) een dringende nota om mij hiertoe aan te zetten.


Thuis, na een drukke wachtdienst, haal ik mijn fotoboek te voorschijn. De eerste foto toont een winkeltje op Texel met allerlei kleurige vuurtorens op de Waddeneilanden en zeilbootminiaturen…

“My bed is like a little boat;
Nurse helps me in when I embark;
She girds me in my sailor’s coat
And starts me in the dark”

      Stevenson, My Bed is a Boat

Daarna zie ik Jan, Maarten en Ann die kaart aan het lezen zijn. De route gaat van Andijk via het Ijsselmeer (“de getemde Zuiderzee”) naar de Waddeneilanden. Onze gezichten zien er wat verbeten uit. Dit komt zowel door de koude (er is slechts één electrisch vuurtje aan boord dat dan nog telkens uitvalt!!) als door onze “wilskracht” om deze barre tocht in februari (we zijn de eerste én enige - cashbetalende - boothuurders in Andijk !) tot een goed einde te brengen.

Na het optrekken van een dichte mist kunnen we het anker lichten. Texel wordt dus de bestemming. Paul probeert ( tevergeefs?! ) wat orde aan boord te houden. “Who let the dogs out ?”

  “Wie niet werkt zal ook niet eten en wie werkt zal niets anders krijgen dan zoute vis.”De kapitein van De Twenthe in 1856 voor er muiterij kwam...alvast  niet op onze boot!!!!

De wind is gunstig met een rustige 4 beaufort. De te volgen route lukt aardig.  Bij het avondlicht leggen we aan te Texel Daar eten we in een nabij havenrestaurant de lang betrachte platvisschotel en versterken ons met enkele jenevertjes.

  “At night, I go on board and say
Good-night to all my friends on shore;
I shut my eyes and sail away
And see and hear no more.”

      
Stevenson, My Bed is a Boat

’s Ochtends wordt er, na een stevig ontbijt aan boord, in het plaatselijke cafe een kopje koffie gedronken samen met enkele lokale Friese garnalenvissers.

Het is ondanks de februari-koude zaaaalig zeilen met onze twee boten op de Waddenzee. Andere zeilers komen we niet tegen.Er wordt, ondanks de nauwkeurige navigatie, toch nog (met opzet ???) vastgelopen op een wad . Al bij al ook een ervaring!

We passeren de Afsluitdijk en ’s avonds bereiken we het Friese Hindeloopen.

“And sometimes things to bed I take,
As prudent sailors have to do:
Perhaps a slice of cake,
Perhaps a toy or two.

All night across the dark we steer:
But when the day returns at last,
Safe in my room, beside the pier,
I find my vessel fast.”

         
Stevenson, My Bed is a Boat

We passeren de Afsluitdijk en 's avonds bereiken we het Friese Hindeloopen. In dit kleine plaatsje hebben de huisdeuren "boot “nummers.  Een huisdokter (slechts één uur consultatie aldaar per week!) heeft een beschilderd naambordje versierd met de plaatselijke bloemmotieven. Pittoresk.

Na een goede avondmaaltijd wordt er heerlijk vast geslapen.

Hierna rest ons nog een ganse dag met heel veel zon (jammer genoeg weinig wind) en citroenjenevertjes.  Dit is echt volop genieten …
Het lijkt wel een tocht op de Middellandse Zee.  Je moet wel even de 8-lagige kledij wegdenken!!!  

“ ’t Was middag, ik was in mijn boot de plas opgegaan en liet mij drijven; ik lag op mijn rug, de ruimte, de tere lucht, de lichte golfslag tegen de boot verrukte mij en ik dacht: wie kan zeggen dat hij het licht heeft gezien en muziek heeft gehoord, zolang hij het water niet heeft gezien? “
                               
                              H. Marsman 1923, Lezend in mijn boot

Mede dankzij (of is het eerder ondanks) de kwaliteiten van de dienstdoende navigatoren wordt een goede terugkoers naar Andijk aangehouden. 

Het einde van het leuke zeilweekend is spijtig genoeg in zicht. Ondanks de koude van de eerste dag en de dichte mist in het begin was er volop tijd om te zeilen te eten, drinken, lachen en genieten van de zilte zeelucht.

Tot ziens Waddeneilanden! 
Jan, Ann, Marc, Paul, Ann, Maarten, Bart, Christine, Carl, Eric en Christophe


“… En morgen, of overmorgen (volgend jaar, als de mist wil optrekken en de eigenaar in Andijk met cashgeld in guldens betaald is), de bestemming getrouw (de Waddeneilanden), die de glorie vormt van hun vaderland (MYC), zullen zij zich opnieuw gaan inschepen, de vetlaarzen aantrekken, de zuidwester onder de kin binden, en zingend zullen zij sloepen en ankers hijsen en opnieuw verdwijnen, voor maanden, voor jaren, misschien voor altijd (nu ja, voor 3 dagen is ook goed), verzwolgen in de nevelen van de horizon…”

                           
                                 José Duarte Ramaho Ortigo, A Hollander, 1883


Myc aan de kanaaleilanden 2000 door Paul R.

Acht dagen met zijn zevenen op een 44 voeter naar de kanaaleilanden. Ge zoudt voor minder watertanden, niet? 3 anesthesisten, 2 huisartsen, 1 uroloog, 1 tandarts en 1 boekhouder. Zo’n groep naar Jersey, dat belooft problemen aan de douane. Reden genoeg voor de boekhouder om in extremis af te zeggen. Er ging ten andere maar 1 'belgian dentist' mee.

Jersey, Guernsey, Alderney....wat een schitterend vaarwater. Stromingen, veel wind, a 'nice swell' tot een paar meterkes, veel zon, rotsen her en der die net onder water lopen, alles in voorraad om het uiterste te vergen van stuurman en navigator.

Drie 'highlights' die me voor de geest springen: de deelname aan de Alderney race en de nachtelijke aanlopen van St Malo en Jersey, 3 indrukwekkende zeilmomenten die getuigen van de grandeur van de zee en de kleinheid van het schip in het universum.

Dag 4: de Alderney race.

Een stroming tussen het vasteland en het eiland Alderney, wind 3-4 achterlijk, de stroming mee. Tegen varen moet je niet proberen, bij spring loopt het op tot 10 knopen. We naderen in sneltreinvaart ‘the breakwaters’ mooi aangegeven op kaart. Vanuit de verte zie je het karakter van het water zo veranderen. En dan plots zit je er middenin: schuim rondom rond, golven vanuit de 4 windstreken, draaikolken, een bruisend geluid, snokken aan het roer, de stuurman komt armen te kort om de boot op roer te houden...... Is dit de aanloop naar de Hades? Hebben we de toorn van Poseidon opgeroepen? En dan plots is het over en schieten we de punt van La Hague voorbij. Moet je ook eens meemaken.

 

Dag 6: St Malo

Een schoolvoorbeeld van verkeerd weerbericht: "wind decreasing in the evening, a swell of 3 feet". Tevens een schoolvoorbeeld van verkeerde betonning.

We hebben zonet de laatste reef eruit gehaald en St Malo verschijnt aan de einder. Vol bezeild voor de wind er naar toe. In plaats van ‘decreasing’ is het eerder ‘increasing’ en meer en meer lopen we op de toppen van de golven uit het roer. Aan het stuurwiel een anesthesist en een anesthesist met zooo’n armen is geen gezicht dus neus in de wind en reven maar. Jawaade, voor de wind was het ons eigenlijk ontgaan, maar met de neus te draaien voelen we pas aan den lijve wat een deining er staat. ‘A nice swell, mon oeuil’ , golf na golf komt over het schip gebroken, de sukkelaars die aan de lifeline vastgeklikt het grootzeil gingen opvouwen komen toch maar met een bleek neusje terug binnen.

Daarna de confrontatie met een andere betonning dan vermeld in de pilot. U kunt de gesprekken tussen navigator en stuurman allicht voorstellen: “ Moet ik die groene boei nu links of rechts laten liggen? Hoe zit het nu?” “Welke groene boei? Het moet een oosterboei zijn?”

Daarna in een onbeschutte haven nog proberen aanleggen met wind 6. Ik bespaar U de details, maar het was iets voor in candid camera.

Dag 7: Jersey

De nachtelijke approach van de thuishaven. Een lange rit vanuit St Malo ligt achter ons, in ons zog volgen 7 dagen zeilen. Bemanning moe, maar voldaan, een windje 0 tot 1, een spiegelende zee met hoog boven ons een heldere halve maan. Geen wolkje aan een flikkerende sterrenhemel. Duizenden sterren, 1 overkomende satelliet en vòòr ons de lichtenpracht van Jersey. Volkomen geruisloos trekt onze boot een rimpellijn in dit flikkerend oppervlak. Rondom rond overal stilte, geen zucht, geen gekabbel, niets.....Over de bemanning valt een stilte, ons heklicht wordt een deel van die duizenden lichten.

Wie toen iets had gezegd - al was het fluisterend- had een stommiteit gezegd.

En die hebben we voldoende gezegd de dagen voorafgaand. Een grabbel uit het gamma:

“ Do you have a fles of wine, please?”
“Wordt de Alderney race vandaag ook gereden en moet je daarvoor niet inschrijven?”
“Hij wacht hier op zijn vrienden” Reactie van zijn vrienden: “kan hij nog lang wachten”

Volgend jaar ben ik er zeker weer bij, en ik hoop van U hetzelfde !!!
 


Turkije 200

 

The Perfect Stor

Of…hoe een voorbereid team toch onvoorbereid overeind bleef … 

of omgekeerd !!!

Een sfeerbeeld

 

TURKIJE, GOLF VAN FETHIYE , DINSDAG 10/10/00

 

Op internet was voor die dag een tropische storm voorspeld.

 

In de nacht waaide het inderdaad flink: de 4 jachten van de MYC lagen, goed beschut in Kapi Creek-baai op anker. Toch stonden verschillende schippers ’s nachts op om losliggende dingen aan boord vast te sjorren. ’s Morgens was de wind geluwd, tot 2 à 3 Bf en onder een miezerige plensbui werd koers gezet naar Cleopatra’s Bay.

 

Rond 12 U....prachtige opengetrokken hemel, geen vuiltje aan de lucht, azuurblauw water, 28° buitentemperatuur, 24° watertemperatuur .., sjirpende krekels …de natuur ademt fris, “oef, dat hebben we weer gehad”: zwemmen, exploratie met de dingy’s, oesters, hé Els.Turkije, like usewell. Het leven is toch mooi, zo mooi…!

 

Rond 15u werd koers gezet naar Fethiye. (Er vielen nog 5 miles te zeilen, en dat zouden we met halve wind over bakboord wel klaren in 2 uur)

 

Het weer was zo mooi, en het landschap zo vredig dat we, als laatste boot ons bezig hielden met wat zeilmaneuvers: reven, ontreven, storm(!)rondje varen..

 

Alles was mooi…tot plots achter aan bakboord een donkere wolk boven het gebergte aankwam en…tezelfdertijd ook achter aan stuurboor over een andere berg dezelfde, nog grotere dreiging zich aanmeldde aan het zwerk.

 

“Als we wat snelheid halen, zijn we ze nog voor”

 

“We zijn vol bezeild, maar zullen de motor bijzetten om de dreiging voor te blijven”

 

“t zal wel overwaaien”

 

……“tiens…plots geen wind meer” DREIGING

 

…….” Tiens …nu wind over stuurboord…fok overtrekken !!!”

 

Plots…in geen tel, een windhoos( meer dan 9Bft) grootzeil plat tegen het wateroppervlak “gelukkig iedereen in de kuip, goed vasthouden, meisjes”

 

Grootschoot losgetrokken

 

“oef, hij komt weer recht”

 

In minder dan geen tel opnieuw tegen de vlakte

 

“godver…de grootschoot zit vast, oef, hij is weer los, daar komt ie weer!”

 

“wat gebeurt er hier?”

 

“ik spring over boord!”

 

“nee, rustig… iedereen zwemvesten aan …..op volle motor tegen wind en de zeilen binnen trekken”

 

Met vereende (3) krachten wordt de fok langzaam binnengehaald en het grootzeil afgelaten en met ware doodsverachting vastgebonden “OEF”

 

Ronny duikelt de kajuit in, “wat gaat die doen?”

 

Komt terug met…….. een fles cognac en glazen…het leven is terug draaglijk.

 

“waar zijn we nu???,”

 

Voor, achter, stuurboord, bakboord,… langs alle kanten één watergordijn,… bliksem,.. donder,… alle herkenningspunten aan de kust zijn in het niet verdwenen en… het is donker om 16u30. Even in de arm knijpen

 

“we dromen toch niet, is dit Atlantis onder water?”

 

Gelukkig dat GPS en kompas bestaat… koers uitzetten , “jawel, alles onder controle”

 

Zelfs de marifoon werkt: Bart & Guy liggen droog (!) in de haven, An was vlak voor ons, zag ons door het watergordijn opgeslorpt worden en vreesde het ergste…Zij lag voor anker in een baaitje, maar het onweer tempeestte zo erg, dat zij vreesde elk moment uit anker gelicht te worden en tegen de steiger te pletter te slaan.

 

Bij elke bliksemschicht hadden we een beetje zicht dat we tussen de knallende donderslagen in koers bleven “Hé hierboven, doe dat licht nog eens aan”

 

Nieuw probleem: we zien slechts één havenlicht (het rode is niet te zien) en” die berg moet toch verlicht zijn,die staat vol huizen “ (1 havenlicht was Turks-defect en de bliksem had een elektriciteitspanne veroorzaakt aan wal….”en regenen jongens, en bliksem en donder”

 

“Oef, eindelijk de haven, nog rap een borrel voor de emoties, hé”

 

“kijk, de lichtflikker van Roger, we zijn er meisjes, nog effe…”

 

“Als die dat kunnen , kunnen wij dat ook,” zei An en zij trok haar anker los…maar …“Hallo, Hamal,hier Acrux… dat anker wil niet los, hoe was dat weer?”

 

Eind goed, al goed om…20u lagen de vier MYC bootjes netjes naast elkaar zonder schade aangemeerd in…de vissershaven van het kletsnatte Fethiye en konden we genieten van de overheerlijke maaltijd, die Erik voor de overlevenden had klaargemaakt. Liever Erik dan Neptunus! ..de nachtegaal fluit zijn lied

 

De volgende 4 dagen was het HEERLIJK weer, echt waar : 28°, staalblauwe hemel, azuurblauw water, een zacht briesje (2 à 3 Bf), de hemel was opgekuist …

 

Het leven moest maar zo mooi niet zijn…en ge moest er bij geweest zijn!

 

Eén ( 1 ) overlevende.

 


Italie 2000 door Jan Marcelo

De Golf van Salerno in augustus

Van 19 tot 26 augustus gingen we met ons gezin, 5 personen, zeilen langs de Amalfitaanse kust.
Als vervoermiddel hadden we een Beneteau Oceanis 36 gehuurd in Salerno, een aangenaam stadje bezuiden Napels.
De week ervoor hadden we met de wagen de omgeving al verkend en die is werkelijk schitterend. De smalle “Costiera Amalfitana”, een kustweg waarvoor heel wat rijvaardigheid en geduld vereist is, neem je er graag bij. De drukte rond 15 augustus is echter berucht en dat hebben we geweten; Amalfi zelf was niet te bezoeken wegens een totale afwezigheid van vrije parkeerplaatsen.
Geen erg, we maakten er onze eerste stop met de boot. Maar ook de haven was druk en er waren geen vrije ligplaatsen, tenzij één, pas vanaf 19u30 te benemen, al te verlaten om 7u00, gelegen voor een tankstation en dit dan voor de schappelijke prijs van ongeveer 2000 frank, water en elektriciteit niet inbegrepen. Dus zijn we gaan ankeren voor het stadje in relatief onrustig water met veel passage. Met de dinghy, onder bevel van kapitein Peter, konden we dan naar de wal en werd Amalfi ( zeer rijk maritiem verleden ) met een bezoek vereerd. In één woord: een pareltje. Vooral de prachtig verlichte kathedraal was een streling voor het oog.
De dag nadien zetten we via de Isolotti Li Galli, een groep kleine eilandjes waarvoor Odysseus reeds moest opletten omwille van het gezang van de Sirenen, koers naar Capri. De bedoeling was om te gaan overnachten in de Marina Grande, aan de noordkust en niet zo ver van de hoofdplaats van het eiland, toevallig ook Capri genaamd. De haven was weer eens heel druk, met af en aan varende ferries en een verzameling super de luxe yachten. Het idee alleen al om hier een ligplaats te zoeken was wel zeer vermetel. We werden zelfs door een drukdoende Italiaan gewoon terug de zee op gestuurd. Wat dachten wij wel met zo’n prutsboot! Er zat dus niets anders op dan naar de zuidkant te varen, naar de Marina Piccola, een open ankerplaats.
Dit werd onze stek voor de volgende twee nachten dobberen. Het eiland zelf is een juweeltje, echt zo mooi als in de toeristische gidsen staat. De kust is adembenemend met als blikvanger de Isole Faraglioni, een drietal rotspilaren die op bijna alle zichtkaarten staan en waar je tussen en zelfs door kunt varen, wat we natuurlijk ook enkele keren gedaan hebben, zelfs eens in het maanlicht.
De volgende dag ging het richting kust van Sorrento, maar met de ervaring van de vorige dagen nog vers in het geheugen zochten we een rustig haventje om nu eens niet voor anker te moeten liggen dobberen. In de 'Italian Waters Pilot' vonden we Marina della Lobra, weliswaar met de opmerking: “The entrance is rock-bound and great care is needed. A night approach should not be made.” Wie verlekkerd is op rampscenario’s en schipbreuken moet ik nu teleurstellen want het liep als en fluitje van een cent en het haventje was zelfs heel gezellig en gastvrij, een typisch Italiaanse georganiseerde chaos. Je kan je niet voorstellen hoeveel boten van allerlei slag er hier op aanwijzing van twee “ormeggiatori” (vert. aanmeerders) in zo’n kleine haven kunnen gestouwd worden met behulp van een wirwar aan moorings en landvasten. Het dorpje zelf ademde een pittoreske Zuid-Italiaanse sfeer uit, niet toeristisch druk, met tegen een helling gebouwde witte huisjes met kleurige zonnetenten.
Na een rustige nacht werd dan de terugtocht aangevat en via een tweede stop in Amalfi arriveerden we vrijdagavond opnieuw in Salerno.

Terugblikkend op deze week kunnen we jullie allen aanraden hier ook eens te komen zeilen. De kust is inderdaad onbeschrijflijk prachtig, de plaatsjes zo mooi als op de plaatjes, het eten lekker en de lokale citroenlikeur, de “limoncello” loopt zoetjes binnen.
Neem echter dit van mij aan: doe het niet in augustus, de hitte (30° ’s avonds in de kajuit) en de drukte ( meer dan 1 uur wachten om water te tanken) zijn een stuk draaglijker in een andere periode.


Mijn eerste zeeziekte 1998 door Paul R.

Boeren zijn geen gemakkelijke mensen, naar verluidt. ‘t Is te koud, ‘t is te warm, ‘t is te nat, ‘t is te droog. Klein bier tegenover zeilers. Teveel wind, te weinig wind, goede wind, maar uit het verkeerde gat en dan heb ik het nog niet over de stroming gehad die precies altijd tegenstaat.

Het is nu woensdag 16 september, onze derde dag aan boord van de Coryfee, een 45-voeter met een 8- koppige bemanning, gretig om vandaag de oversteek te wagen. Ramsgate wenkte al een paar dagen, de eerste dag had een noordwesten-wind tot 8 ons nog in het Mercatordok gehouden, de tweede dag waagden we al onze neus aan het venster met een tochtje langs de wal tot in Duin-kerke. Vandaag moest het lukken, nog een voormiddag kleurenwies zou er te veel aan zijn. De wind zat goed, wel krachtig maar voor een beetje wind halen we toch onze schouders op, niet?

Bij het uitvaren van Duinkerke bereikt ons een sécurité bericht: " Harde wind tot 7 en ‘une mer agitée’ in de vooravond". "In de vooravond liggen we allang in de beschutting van Ramsgate", was de algemene teneur. Wat weet Sabine Haegedoorn nu van weerberichten, kent het verschil nog niet tussen een isobaar en een baar om de was op te hangen. Doorvaren dus, strakke wind en heerlijke golven. Een metertje of twee hoog, mooi in ritme, recht erop en schuin eraf. Zoals thuis, niks moeilijk dus. Heerlijk zeilweer toch, de roerganger leek wel Jean Luc op zijn stier. Nog een stetson en de gelijkenis is volledig.

Na een tijdje begaf ons eerste bemanningslid. De dag voordien op weg naar Duinkerke had hij bewezen een gevoelige maag te hebben. Ondertussen was hij al mooi opgevoed, braafjes langs lij en niet teveel lawaai. " Pak jij zijn porte-feuille, of ik?" was toen nog een leuk mopje. Heel anders toen plots de kapitein - al verdacht stil enkele minuten - bleek aanliep en in allerijl dezelfde lijkant moest opzoeken. Samen met zijn maaginhoud verloor ik 50% van mijn zelfvertrouwen.

Toen kwam Armageddon, Godzilla, Colla ......… noem ze maar allemaal op. Wind, wind en nog eens wind, golven aanzwellend tot een viertal meter en bovenal zeer druk verkeer in de trafic zone. Cargo’s langs alle kanten, de ene al groter dan de andere. Motor moeten bijsteken om deze gevaartes uit de weg te gaan op een koers pal op de golven. Stampen, gieren, rollen, wat kan zo’n schuit nog allemaal. Zou die soms nooit eens in twee breken?

De reef van de fok had het begeven, we bleven vooraan met een klein driehoekje zitten, goed voor veel lawaai en klepperende schoten. Toch de schoten durven aantrekken. "Als de fok nu maar niet back komt te staan." ....De fok komt back te staan. " Los de bakboord fokkeschoot", hoor ik nog. Ik buig mij voorover naar de winch maar mijn maag buigt plots mee. Op elegante wijze deponeer ik mijn ontbijt op de gangboord, wat onmiddellijk door een breker wordt meegenomen. Alvast minder poetswerk. Instinctief tast ik naar mijn rechter achterzak. Geen probleem want de tijd van de grapjes is voorbij.

Huilende wind, bonkende romp van het schip, het slaan van de fokkeschoten en dan die brekers. De invallende duisternis, dialoog alleen mogelijk met roepende stem. Moet er nog zand zijn? Dan een luide knap, de schoothoek van het grootzeil scheurt af. In het verleden haalden we al wel eens de neus op voor een rolgrootzeil, maar nu was het verdomd gemakkelijk dat we het vanuit de kuip konden binnenrollen. Wie had – in deze omstandigheden - naar voren durven gaan om het binnen te halen?

Ondertussen was ik stilletjes weggekropen in een hoekje met zicht naar achteren. Indrukwekkend die metershoge golven te zien wegrollen om te eindigen in een witte schuimende massa onder een dreigende duisternis. Bijna romantisch, maar met een zure nasmaak. En toen begon ik kou te krijgen en zowaar overal te rillen. Ik wist niet dat ik zoveel M.erigentes pili had. Zoiets pleeg ik meestal optimistisch te bekijken: " Toch nog 1 erector die dienst doet, na 3 dagen met al dat manvolk". Het was een magere troost.

Ik werd wat beter, tijd voor een positie-bepaling. In mijn overmoed duik ik naar de kaarttafel, binnen. NB 51° en .......1 minuutje. Hier komt mijn tweede maag. Is dit nu mijn boekmaag of mijn lebmaag? Tiens ik kan mij niet herinneren dat ik Elixir d’ Anvers gedronken heb. "Hoeveel minuten?" hoor ik de roerganger nog roepen.

 

 

Vanaf toen moesten ze me gerust laten. Ik meen nog één zin gehoord te hebben van de man die - vastgeklampt met beide handen aan de kap - op uitkijk stond. Na zeker tienduizenden emmers water over zich gekregen te hebben vroeg hij, toen het wat kalmer werd: " Begint het nu niet te regenen? " We hebben hem in Ramsgate van die kap moeten wegtrekken.

En dat alles om in de Butt & Oyster Inn te Pin Mill een pint te gaan pakken.

Onze vrouwen zeggen dat we zot zijn, en gelijk hebben ze. 


Rondje Zeeland  1998 door Paul R.

Dààààgen geregend, zeg maar weken met bakken uit de hemel gekapt, kelders gevuld met voldoende water om thuis havenmanoeuvers in te oefenen … een normaal mens kon geen water meer zien. Wiens kop stond er nu naar zeilen? Onze kop, jawel! Jan M. Maarten B. Paul R. en kapitein Jan H. gingen met een feeling 35- genaamd Psarou - een rondje Zeeland zeilen.

Een tochtje van 160 mijl voor de boeg. En wat voor een boeg! Een droom van een boot, licht op roer, vinnig, snel, een zuchtje wind was al voldoende om hem te voelen trekken. En duidelijk de eigenaarsversie: alles d’erop en d’eraan. : radar, warm water, kajuit-verwarming ... op de kaarttafel zelfs potloodjes met puntjes aan.

Zelfs het weer liet zich van zijn beste kant zien: stralende zon en een windje 4 uit het juiste gat. Even angstzweet ter hoogte van Dintelmond al waar we in het vaarwater van de gevreesde Loet terecht kwamen. Onnodige vrees, geen ETAP met een wijsvingertje op kwam uit het Dintelsas.

Volkeraksluis door, langs de Tiengemeten richting Hellevoetsluis. Stevige wind, rode onder-gaande zon, her en der lichtjes van de beboeiïng, waar ligt die rode quickflash.....alles doodstil, een flikkerende sterrenhemel. Daarom zeilen we, denk ik. Hellevoetsluis ontving ons rond 21u00 voor een restaurantje en dan slapen. Mijn kamergenoot nam gelukkig geen Stilnoct. Onder Stilnoct snurkt hij namelijk als een gediplomeerde beer. Ik heb al officieel geprotesteerd bij Synthelabo: een snurkpil zo’n naam geven. What’s in a name?

‘s Anderendaags van hetzelfde laken een broek. Zonnig, goed wat wind, om 8u00 de eerste schutting aan de Haringvlietdam richting Noordzee genomen. Hier toonde de Psarou zich van zijn beste kant. In volle vaart richting Scheldemonding. 9 knopen? Het log was wel wat optimistisch, maar het oogt toch mooi. Zeer loefgierig, steeds moeten corrigeren voor de golfslag. Het was werken geblazen. Geen tijd voor jeneverkoersen, geen tijd voor maaltijden, gewoon zeilen en de tijd zeilt mee weg. Rond 18u00 doemde de vuurtoren van Westkapelle op. Vermoedelijk werd toen in Vlissingen gesignaleerd dat een controlearts van het Loodswezen zich aan boord bevond. De wind draaide onmiddellijk op kop, boeien werden afgedekt met jutezakken en een gordijn van natte nevel werd opgetrokken. Af en toe een cargo in de smalle geul van het Oostgat en het plaatje is af.

Ik heb toen moeten beloven van nooit meer een loodsboot te herkennen aan het wit/rode licht in de top gevoerd: wit voor een petje en rood voor een rode neus van de jenever. Neen, vanaf nu staat het rood voor Spa rood. Toen trok het open, werden de boeien terug van stroom voorzien en konden we Breskens binnenlopen. Daar bekroop ons een onbestemd gevoel van onbehagen: was het de honger of was het omdat we de ganse dag geen citroenjenevertje hadden gedronken? We besloten ter plekke aan beide iets te doen. Met succes overigens.

Zondag regen en harde wind, en laag tij. Als om ons te verwittigen zagen we bij het uitvaren een jacht vastlopen op de plaat van Breskens. Komt ervan natuurlijk zonder een topcrew uit te varen. Heerlijk gezeild van boei tot boei, mooi aan de rand van de geul, af en toe voor de wind met de fok te loevert, af en toe aan de wind knijpend om de boei toch langs de juiste kant te kunnen pakken. Twee reven en een halve fok hielden de Psarou perfect op roer. Meer moet dat niet zijn.

Voor de sluis van Hansweert was het mooie liedje uit. Deels op motor en deels op uitstaande fok naar Wemeldinge, onze thuishaven.

158 mijl zaten in de benen en we zagen dat het goed was.

De Schelde is ons ook zo bevallen dat het plan om deel te nemen aan de Antwerp Race in 99 niet meer tegen te houden zal zijn. Antwerp, here we come!!